VVD heeft sleutel referendum Europa

Een `open discussie' binnen de VVD gaat uitmaken of Nederland volgend jaar zijn eerste nationale referendum krijgt, over een ontwerp-grondwet voor de Europese Unie.

Binnen de VVD is het eerste stormpje van verzet losgebroken. Gisteren verklaarde toekomstig fractievoorzitter Van Aartsen met ,,open oog'' te willen kijken naar een initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Karimi (GroenLinks), Dubbelboer (PvdA) en Van der Ham (D66). Zij willen volgend jaar voor het eerst in Nederland een raadplegend referendum houden. Het moet gaan over de ratificatie van ontwerp-grondwet voor de Europese Unie, die momenteel in de Europese Conventie wordt voorbereid.

Maar VVD's Europa-woordvoerder in de Tweede kamer Van Baalen voelt er niets voor. ,,Een referendum is altijd een beauty contest over de regering, het gaat de stemmers niet over het voorgelegde onderwerp, maar over hoe bijvoorbeeld de WAO-plannen liggen. En mensen stemmen om emotionele redenen.'' Maar Van Baalen geeft Van Aartsen in één opzicht gelijk: ,,We moeten er open over discussiëren. Bínnen de VVD. Dan spreek ik mij uit voor de parlementaire lijn.'' Hij heeft gisteren wel meteen bij Van Aartsen geïnformeerd of die niet per ongeluk vindt dat het een `open kwestie' moet worden. Wanneer de VVD-fractie in de Kamer niet als geheel stemt, maar individueel, zou een meerderheid voor het referendum kunnen ontstaan. GroenLinks, PvdA en D66 komen met de steun van SP en LPF slechts drie stemmen te kort voor een meerderheid.

Zo zal de komende discussie bínnen de VVD waarschijnlijk bepalend zijn voor de vraag of Nederlandse bevolking zich volgend jaar per referendum kan uitspreken over wat in feite de Europese grondwet wordt. De christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP zijn tegen. ,,In representatieve democratieën zijn referenda overbodig,'' zegt Conventie-afgevaardigde namens de Tweede Kamer Van Dijk (CDA). ,,Raadplegende referenda zijn een ticket voor frustratie'', oordeelt ChristenUnie-voorman Rouvoet. ,,Of ze geven zoveel commitment dat ze de facto beslissend zijn, en dat is frustrerend voor volksvertegenwoordigers. Of, als dat niet gebeurt, is het referendum frustrerend voor de stemmers.''

Nederland is binnen de Europese Unie waarschijnlijk een uitzondering als het volgend jaar géén referendum organiseert over de ratificatie van het grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie door de lidstaten. Volgens de Europese Referendum Campagne, een Europese lobbygroep die streeft naar de organisatie van zoveel mogelijk referenda tegelijk in de EU, zijn inmiddels in vijftien van de 25 oude en nieuwe EU-lidstaten referenda `waarschijnlijk'.

In landen als Ierland en Denemarken is een referendum verplicht. Voorstanders argumenteren dat het verdrag zulke ingrijpende gevolgen heeft voor de Europese burgers op tal van gebieden, dat een referendum van essentieel belang is voor de legitimiteit van de hervormingen. Nederland is met Duitsland het enige land in Europa waar sinds de Tweede Wereldoorlog geen enkel nationaal referendum is gehouden.

In de Duitse Bondsdag ligt een voorstel om een nationaal referendum mogelijk te maken. In Nederland is de voorwaarde voor een raadplegend referendum dat het initiatief uitgaat van de wetgever. Karimi, Dubbelboer en Van der Ham zijn de eerste Kamerleden die het initiatief tot een referendum nemen. Volgens Dubbelboer is deze wet, die alleen betrekking heeft op een referendum over het ontwerp van een grondwettelijk verdrag voor de Europese Unie die volgend jaar door de Europese regeringen moet worden geratificeerd, een ,,testcase''. Ook in de PvdA is niet iedereen in het algemeen voorstander van het referendum als instrument. ,,Maar de nieuwe PvdA omarmt dit met open armen.''

Als de referendumwet wordt aangenomen, zijn de Tweede en Eerste Kamer niet formeel gebonden door de uitslag. Maar GroenLinks, D66 en PvdA zullen de de uitslag volgens de initiatiefnemers zwaar laten wegen. Ten minste, zegt Dubbelboer, wanneer de opkomst hoog is en de uitslag duidelijk. ,,Er blijft altijd wel manoeuvreerruimte voor de fracties''.

Belangrijkste argument voor het referendum is volgens Karimi dat het ,,de betrokkenheid van burgers bij de toekomst van Europa verhoogt én de legitimeit van de hervormingen die voortvloeien uit de Conventie.'' Dubbelboer noemt het ,,essentieel'' voor de belangstelling voor Europa dat mensen ,,zelf kunnen beslissen''. Volgens Van der Ham is in landen waar referenda worden gehouden ,,het kennisniveau over Europa veel hoger.''

Bij de tegenstanders maken deze argumenten weinig indruk. ,,Echt onzin'' is het volgens Van Baalen dat het debat over de EU zou verlevendigen. ,,Ik vind het als Kamerlid al een hele ingewikkelde afweging om alle onderdelen van de voorstellen te beoordelen. Om het dan in een referendum met ja of nee af te doen is niet goed.''

Van Dijk meent dat burgers niet echt geïnteresseerd zijn in vragen of ,,de Europese Commissie iets meer of minder'' bevoegdheden krijgt. ,,Zij zijn geïnteresseerd in concrete acties''. Rouvout vindt dat politieke partijen in de verkiezingscampagne maar meer aandacht aan Europa hadden moeten geven als ze echt een levendig debat willen. ,,Dat hebben ze niet gedaan.''

En bovendien, meent Rouvoet, wekt een referendum de valse indruk dat burgers echt zelf beslissen. ,,Als de uitslag tegenvalt, trekt zelfs de grootste voorstander van het referendum zich er geen bal van aan''.