Voor het echte Europa moet je in Spanje zijn

Spanjaarden en Britten willen eigenlijk hetzelfde met Europa, alleen beseffen de laatsten dat nog niet, constateert Timothy Garton Ash vanuit Madrid.

Het echte Europa is te zien in Spanje. Dit is tegenwoordig een dynamische, steeds zelfbewustere Europese mogendheid. Het is een land dat niet stil zit. Waar het precies naartoe gaat is onderwerp van binnenlands-politieke strijd, vooral in de aanloop naar de belangrijke regionale en lokale verkiezingen van zondag. Maar de algemene richting waarin Spanje zich beweegt, sluit grotendeels nauw aan bij het Europa dat de meeste Britten zouden wensen. Wij Britten zijn alleen te onnozel en te zeer misleid door een deel van onze pers om het te zien.

Niet dat onkundigheid over de werking van de Europese Unie zich tot Groot-Brittannië beperkt. Uit een opiniepeiling door het Real Instituto Elcano, Madrids levendige nieuwe denktank inzake het buitenlands beleid, bleek onlangs dat maar 1 procent van een representatieve steekproef onder de Spanjaarden van mening was dat de Conventie over de toekomst van Europa er is om een grondwet voor Europa te schrijven. Negentig procent van de ondervraagden had nog nooit van de Conventie gehoord. Ik weet niet wat erger is: om vaag vóór de EU te zijn maar er heel weinig van te weten, wat voor de meeste Spanjaarden lijkt op te gaan, of er vaag tegen te zijn omdat het weinige dat je weet voornamelijk gelogen is, wat bij de meeste Britten het geval is. Het zou boeiend zijn te vernemen in welk kamp de ruim 100.000 Britten die in Spanje wonen voornamelijk te vinden zijn: bij de Spaanse onnozele pro's of de Britse misleide anti's.

Spanje zal zelfs een referendum over het grondwetsverdrag houden, als dat document komend voorjaar eindelijk door een intergouvernementele conferentie wordt uitgebraakt. Want een van de vele dingen die Britse tabloids zijn lezers liever niet vertellen, is dat het ontwerp-grondwetsverdrag van de Conventie nog door vijfentwintig nationale regeringen zal worden aangepast, elk doeltreffend bewapend met een veto, en dan – na de uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004 – nog door vijfentwintig nationale democratieën moet worden bekrachtigd.

Het Spaanse referendum, dat niet meer dan raadplegend is, zal zo worden vastgesteld dat het in juni volgend jaar samenvalt met de Europese verkiezingen, maar het lijdt weinig twijfel dat het zal worden gewonnen. Alle grote partijen zullen de mensen oproepen `ja' te stemmen, iets wat de meesten toch al zouden doen, ook al hebben ze amper benul van de inhoud van de grondwet.

Maar onder de 1 procent van de Spanjaarden die wel weten wat Conventie is, vindt scherpzinnige gedachtevorming plaats. Premier José María Aznar heeft een visie op Europa die in vele opzichten dicht bij die van Tony Blair ligt. Zoals hij mij deze week in een lang gesprek uitlegde, is hij ervan overtuigd dat Europa zich niet tegen de Verenigde Staten moet afzetten. Een hechte transatlantische relatie is onmisbaar voor onze veiligheid, vooral met het oog op de terroristische dreiging, die vorige week weer toesloeg bij Spanje om de hoek – in Marokko.

In deze zin staat zijn visie, net als die van Blair, lijnrecht tegenover het gaullisme van Jacques Chirac, die streeft naar een Europa onder Franse leiding, dat nauwe banden heeft met Rusland en de VS op afstand houdt. Maar in een ander opzicht is Aznar zelf net als Blair een soort gaullist. Want hij is ervan overtuigd dat Europa voor en na de nieuwe grondwet zal bestaan uit nationale staten – De Gaulles Europe des patries, of zoals De Gaulle zelf ook wel zei: Europe des états.

Aznars pro-Amerikanisme en constitutionele gaullisme zijn in Spanje beide omstreden. Tijdens de oorlog met Irak had hij minder dan twintig procent van de publieke opinie achter zich. De meeste Spanjaarden zijn nog getekend door de herinnering aan de Spaanse Burgeroorlog, en wilden niet dat hun troepen ergens gingen vechten. Vredeshandhaving, ja, maar geen oorlog. En ze wilden zeker niet dat ze gingen vechten voor president Bush en Amerika, want een deel van Spaans rechts kan de VS nog altijd niet vergeven dat ze Spanje een eeuw geleden van zijn laatste stukje imperium hebben beroofd, en een groot deel van Spaans links kan de VS nog altijd niet hun stilzwijgende steun aan Franco vergeven. Aznar wil verandering brengen in deze diepgewortelde Spaanse houding tegenover de VS en tegenover het gebruik van geweld, dat hij als onmisbaar beschouwt in een wereld die wordt bepaald door de `oorlog tegen het terrorisme'. Tijdens de oorlog waren zijn voorbeelden Churchill en Lincoln. (Was er eigenlijk een leider in het pro-oorlogskamp die níet door Churchill werd geïnspireerd?)

Voor de Spaanse socialisten daarentegen waren de terugkeer naar de democratie na de dictatuur van Franco en de terugkeer naar Europa twee kanten van dezelfde medaille. Wie tegen verdere stappen tot Europese integratie is, keert zich tegelijk tegen de democratie. Links is algemeen gesproken federalistisch. Maar voor hen betekent federalisme dat ze tegenover Aznars constitutioneel gaullistische idee van een sterke Spaanse eenheidsstaat de visie stellen van een zeer gedecentraliseerd, federaal Spanje, een `staat van staten' met verregaande autonomie voor historische streken als Catalonië en het door terreur geteisterde Baskenland. Een Europees federalisme zou het kader zijn waarbinnen het Spaanse federalisme het aangenaamst zou kunnen werken.

Deze twee Spaanse visies op Europa, de Atlantisch-gaullistische van Aznar en de socialistisch-federalistische, zijn zeer verschillend. Maar beide zien een positieve rol voor Spanje in Europa en voor Europa in Spanje. Beide sluiten aan bij een Brits pro-Europeanisme van respectievelijk centrum-rechts en centrum-links.

De lijst van Spaans-Britse overeenkomsten kan nog worden aangevuld. Spanje wil een sterkere Europese defensie-identiteit, vooral ten behoeve van vredeshandhavingsmissies aan de rafelranden van het continent, maar hecht aan een nauwe coördinatie met het transatlantisch bondgenootschap. Precies wat Groot-Brittannië wil. Spanje wil een sterkere Europese economie en ziet de sleutel daartoe liggen in een liberalisering van de economische hervorming. Precies wat Groot-Brittannië wil.

Timothy Garton Ash is schrijver en fellow van het St. Anthony's College in Oxford. Dit is het tweede deel van een serie. Op 16 mei verscheen de eerste aflevering.