Verfrommeld als een stukje papier

In Algerije wordt naarstig gegraven naar overlevenden van de aardbeving van woensdagavond. Het dodental blijft stijgen.

Binnen enkele seconden stortte de `tien' in, het markantste gebouw van het stadje Réghaïa. Honderden mensen werden levend begraven. ,,Het is als een gewoon stuk papier verfrommeld'', vertellen drie jongens.

Het is een etmaal na de aardbeving die een groot deel van Algerije heeft getroffen. In Réghaïa, 35 kilometer ten oosten van de Algerijnse hoofdstad Algiers, liggen nog veel dorpelingen onder het puin.

De drie jongens stonden tegen een pilaar geleund tegenover de `tien' – zo genoemd omdat het gebouw tien verdiepingen had en daarmee het hoogste van Réghaïa was – toen de grond plotseling beefde. ,,We hoorden eerst een enorm gegrom, toen steeg de temperatuur plotseling en toen zagen we het gebouw verbrijzelen'', vertellen ze.

Als krankzinnigen renden ze weg, bang geworden door het verschrikkelijke beeld en de kreten die overal vandaan kwamen. Ze bedachten zich al snel. Realiseerden zich dat ze zojuist een catastrofe waren ontkomen, en dat zij de eersten waren die hun buren die minder geluk hadden, konden helpen. Al snel voegden andere vrijwilligers zich bij hen. Toen kwamen brandweerlieden en soldaten met kranen, graafmachines en andere apparatuur die het puin van de `tien' doorzochten. Het flatgebouw bestond uit 78 appartementen, en toen de beving zich rond kwart voor acht 's avonds voordeed, zaten de meeste bewoners te eten.

Met ogen die rood zijn door tranen en slaapgebrek, kijkt Tahar (45) ongerust naar het reddingswerk. Twee mannen omhelzen hem, om hem te troosten. ,,Mijn zus, haar kinderen en andere familieleden zijn daar'', zegt hij met een snik. ,,Tien familieleden liggen begraven onder het puin.''

De brandweer haalt een jong meisje uit het gebouw. Het lichaam wordt op een stretcher gehesen. ,,Ze leeft!'', schreeuwt iemand. ,,Zie je, wanhoop niet'', zegt een oude man tegen Tahar. ,,Natuurlijk moet je niet wanhopen'', zegt een ander. ,,Ook ik heb hoop dat ze mijn zoon zullen vinden. Hij is pas 25 jaar oud'', zegt hij. Hij legt uit dat zijn zoon in een bakkerij op de begane grond van de `tien' werkte. ' Alsof hij zichzelf wil beschermen tegen slecht nieuws, voegt hij toe dat een aardbeving ,,geen natuurlijke ramp is''. ,,Het is gewoon Allah die ons wil testen'', probeert hij zijn toehoorders te overtuigen.

Hij heeft echter weinig begrip voor hoe de reddingswerkers te werk gaan. ,,Ze hebben niet de juiste middelen en weten niet hoe te werken. Met hun grote machines kunnen ze de overlevenden doden'', zegt hij, terwijl hij zijn door de rook geïrriteerde keel schraapt.

Ondertussen worden een voor een, met moeite, lichamen onder de hopen cement en steen vandaan getrokken. Een medewerker van het Rode Kruis zegt dat er zeker 250 doden zijn geborgen. (AFP)