Stansen en stikken voor het leger

Schoenfabriek Van Lier gaat 60.000 paar schoenen maken voor Defensie. Van de dikte van het leer tot de treksterkte van de veters, alles wordt gecontroleerd door het ministerie. ,,De schoen moet voldoen aan de eisen van de Navo.''

Directeur Geert van Spaendonck van schoenfabriek Van Lier is een drukbezet man. ,,Het is zo druk dat we bijna niet weten hoe we de produktie rond moeten krijgen'', verzucht hij. Terwijl de rest van Nederland lijdt onder de recessie, werkt het personeel van Van Lier elke dag een uur langer om een mega-order van 60.000 paar schoenen voor Defensie klaar te krijgen: er wordt leer gestanst, er wordt gestikt en gelijmd. Rekken vol schoenen worden vervolgens naar een ander deel van de fabriek gereden waar de hakken en zolen worden geplakt, geschuurd en geverfd. Ten slotte worden de gepoetste schoenen, na een laatste controle, ingepakt. Vrijwel geen machine blijft onbenut.

,,Het gaat om de zogeheten uitgaansschoen'', legt Van Spaendonck uit. ,,Dat is de oude naam, omdat de schoen vroeger hoorde bij het galakostuum. Tegenwoordig wordt deze zwarte schoen gedragen bij het dagelijks tenue.'' Van Spaendonck is ,,dolgelukkig'' met de order, die eind dit jaar afgeleverd moet zijn en in de komende jaren gevolgd wordt door nog eens twee bestellingen van elk 20.000 paar. ,,Ik wil niet zeggen dat we zonder deze order in de problemen waren gekomen, maar we hadden wel een minder comfortabel jaar gehad.''

Van Lier, dat tot vorig jaar de schoenen van de landmacht fabriceerde en eerder al eens schoenen voor de marine en de luchtmacht maakte, kreeg de Defensie-order via een openbare Europese aanbesteding. Van Spaendonck: ,,Vroeger kochten alle legeronderdelen verschillende schoenen in bij leveranciers die ze zelf uitzochten. Uit bezuinigingsoverwegingen heeft Defensie nu gekozen voor één type schoen.'' Met de order is zo'n 3 miljoen euro gemoeid.

Bij de aanbesteding is onder meer gekeken of de leverancier een financieel gezond bedrijf is, want het ministerie moet zeker kunnen zijn van jarenlange leverantie. ,,Niets erger dan dat het leger weer nieuwe schoenen nodig heeft en de leverancier niet meer bestaat'', volgens de directeur, die de fabriek in 1991 kocht van de familie Van Lier. ,,Want er zit twee jaar garantie op de schoenen en bovendien steekt Defensie veel tijd en geld in de order.''

Zo heeft Van Lier drie tot vier dagen per week een controleur van het ministerie over de vloer die waakt over de kwaliteit. Van de dikte van het leer tot de treksterkte van de veters, alles wordt gecontroleerd door de schoenmakers van Defensie. Van Spaendonck: ,,De schoenen moeten namelijk voldoen aan de eisen van de Navo.'' Hij begrijpt wel dat het ministerie het produktieproces, dat zich wat betreft het arbeidsintensieve stikwerk overigens grotendeels in Polen afspeelt, nauwgezet wil volgen. [Vervolg SCHOENEN: pagina 11]

SCHOENEN

Overuren draaien voor 60.000 'militairen'

[Vervolg van pagina 9],,Er zitten in een schoen veel onderdelen die je later niet meer ziet. Het contrefort bijvoorbeeld [een versterkt hielstuk dat de voet in de schoen houdt] of het geleng [een ijzeren plaatje in het midden van de zool dat voor evenwicht in de schoen zorgt]. Als zo'n onderdeel los gaat zitten en je merkt het pas bij de eindcontrole, heb je een groot probleem, want in dat stadium is er weinig meer aan te doen, tenzij je de hele schoen uit elkaar gaat halen.''

De marge op `de militairen', zoals directeur Van Spaendonck de legerschoenen noemt, is klein, ,,want bij zo'n aanbesteding moet je je prijs scherp stellen''. De schoenen kosten zo'n 50 euro per paar. De winst zit `m er in, legt de directeur uit, dat de volledige produktiecapaciteit van de fabriek nu kan worden benut. En dat is mooi meegenomen in tijden van recessie.

Van Spaendonck: ,,In slechte tijden neigt de consument naar goedkopere schoenen. Bovendien gaat men anders naar schoenen kijken: het zijn geen accessoires meer, die je wisselt al naar gelang de kleur van je kostuum, maar het zijn weer gewoon gebruiksartikelen geworden waarvan je er minder koopt. Al hebben wij als fabrikant in de hogere middenklasse wel het voordeel dat mensen die normaal heel dure schoenen kopen, zoals Gucci, nu bij ons terecht komen.''

Toch ziet de directeur van Van Lier de toekomst optimistisch in. ,,In de jaren negentig, toen alles economisch gezien heel goed ging, ontstond er een soort schoenen-zeepbel. Winkeliers kochten heel veel in. Pas nu zijn ze zo'n beetje door die voorraden heen. En dat merken de schoenfabrikanten: de bestellingen nemen weer toe. Bovendien steeg de schoenenverkoop in de winkel in april met maar liefst 7 procent, dat is een fenomenale groei!'

Van Spaendonck, die ook elders in Europa, onder meer nabij het Oostenrijkse Graz, enkele schoenfabrieken bezit, heeft wel een lesje geleerd in de afgelopen slechte jaren, zegt hij. Hoewel Van Lier naar zijn zeggen nooit verlies heeft gemaakt, ,,hebben ook wij te luxe geleefd. We hebben allerhande consultants over de vloer gehad, te veel vliegreizen gemaakt, in te dure hotels overnacht, te weinig kritisch geadverteerd, we hadden te veel verzekeringen en te vaak een nieuwe auto. Dat zal ik niet snel vergeten.''

Maar de jongste ontwikkelingen stemmen hem optimistisch. ,,Ik denk dat 2004 best een aardig jaar kan worden.''