Solbes: deflatie niet in Europa

De Europees commissaris voor monetaire zaken, Pedro Solbes, heeft gisteren gezegd geen gevaar voor deflatie te zien in Europa. ,,De gemiddelde stijging van lonen ligt rond de 3 procent. Dat geeft me niet de indruk dat we deflatieproblemen krijgen hier in Europa'', zei Solbes in de wandelgangen van een wereldcongres van spaarbanken in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Deflatie betekent dat lonen en prijzen blijven dalen. Het is het tegenovergestelde van inflatie (geldontwaarding). Consumenten wachten met kopen totdat producten nog goedkoper worden, wat niet leidt tot de benodigde stimulering van de economie.

Eerder deze week zei de voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, Alan Greenspan, weliswaar niet bang te zijn voor deflatie in de Verenigde Staten, maar het verschijnsel desondanks nauw in de gaten te willen houden. Japan, de tweede economie ter wereld, heeft al jarenlang met deflatie te maken.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) had vorige week gesteld dat er een groeiende kans is op deflatie in Duitsland. De stagnerende economie is daar kwetsbaar, door hoge werkloosheid en problemen in de banksector, die in toenemende mate te maken krijgt met oninbare leningen.

De Europees commissaris Solbes herhaalde gisteren wel bezorgd te zijn over de snelheid waarmee de euro in waarde is gestegen ten opzichte van de dollar. ,,De veranderlijkheid van de euro baart me meer zorgen dan het huidige niveau zelf'', merkte Solbes op.

De Europese munteenheid brak vanmorgen door de uitgiftekoers van 1,747 dollar in januari 1999. Sindsdien daalde de euro tot een dieptepunt van ruim 82 dollarcent voor een euro in oktober 2000 om daarna aan een gestage opmars te beginnen. Vanmorgen noteerde de munt boven de 1,1800 dollar.