Schijn en wezen

Onlangs stond in The New Yorker een fascinerend stuk over dr. Ala Bashir, de plastisch chirurg van Saddam Hussein. De journalist Jon Lee Anderson ontmoette Bashir een paar jaar geleden en zocht hem weer op na de val van Bagdad. De arts had de machtsovername overleefd, al woonde hij niet meer in de chique buitenwijk, maar bij zijn zuster. Bashir deed kleine ingrepen bij Saddam, zoals het weghalen van verdachte moedervlekken, maar hij ontkent dat hij ook dubbelgangers van Saddam heeft geopereerd.

Niets aan Bashir is wat het lijkt en het wonderlijke is dat je toch een zekere sympathie voor hem begint te krijgen. Uiterlijk heeft hij weinig van een Irakees. Hij is glad geschoren en heeft geen snor of baard. Wel heeft hij lang haar, dat artistiek in zijn nek hangt. Hij draagt corduroy pakken, wat onder Irakezen al helemaal niet voorkomt. Bashir kan zich zijn afwijkend uiterlijk permitteren, omdat hij behalve arts ook kunstenaar is. Hij schildert en beeldhouwt, maar hij werkt niet in de realistische stijl die onder Saddam gebruikelijk was. Anderson noemt zijn werk eerder surrealistisch. Een foto van een van zijn beelden bevestigt dat.

Mooi.

Bashir was een van de vertrouwelingen van Saddam en hij vermoedt dat hij die positie juist door zijn eigenzinnigheid heeft verworven. Als Saddam met een lastig probleem zat, zoals tijdens de opstand van de sjiieten in Zuid-Irak, wendde hij zich tot Bashir. In dat geval luisterde Saddam liever naar een kritisch geluid dan naar de jaknikkers om hem heen. Bashir werd `het oor van Saddam' genoemd. In zijn schizofrenie is Bashir een figuur van schijn en wezen. Hij ziet de zwakten en de wreedheid van Saddam heel helder en hij spreekt daar met afschuw over, maar aan de andere kant is het nooit bij hem opgekomen zich te verzetten. Bashirs grondhouding lijkt pro-westers, al weet Anderson ook dat niet zeker. Wel zegt Bashir dat alle generaals van Saddam hoopten dat de Amerikanen zouden aanvallen.

Dat niets is wat het lijkt, geldt ook dichter bij huis. Als opmaat naar de Belgische verkiezingen was er bij alle actualiteitenrubrieken een optreden van Abou Jahjah. Het leek wel of die Abou Jahjah een factor van betekenis is. Maar de uitslag kwam als een ontnuchtering. Als je het aantal stemmen op Abou Jahjah zou vertalen in kijkcijfers, dan kom je op het getal van 0.0. Ik vermoed dat in de journalistieke geschiedenis nog nooit iemand met zo weinig aanhang zo veel aandacht in de media heeft gekregen.

Met surrealistische belangstelling heb ik ook gekeken naar een discussie tussen Abou Jahjah en Filip de Winter, die onder toezicht van Clairy Polak en Jeroen Pauw werd gehouden. Abou Jahjah praatte zo'n beetje door alles heen en was duidelijk meer aan het woord. Toch werd hij door de ondervragers heel wat serieuzer genomen dan De Winter, wiens kijkcijfers toch een stuk hoger liggen. Vooral bij Clairy Polak met haar mooie joodse naam wist De Winter voortdurend een blik van afkeer op te roepen. Dat zou ik vroeger wel begrepen hebben, maar tegenwoordig kan De Winter het heel goed vinden met de joden van Antwerpen, terwijl Abou Jahjah bij verschillende gelegenheden heeft uitgelegd dat hij begrip kan opbrengen voor de zelfmoordcommando's. ,,Maar geen kinderen!'' zei hij er gul bij, dat moet ik toegeven. Ik bedoel maar: de moeder opblazen mag, maar niet het kind dat in de bus naast haar zit.

Kort daarna zag ik hoe Jeroen Pauw probeerde te acteren in een reality-soap voor pubers. Daar liep onze serieuze journalist in zijn ochtendjas en deed net alsof hij achter de vrouwtjes aanzat. Ik zei het al: niets is wat het lijkt.