Referenda elders in EU

Referenda zijn wettelijk in dertien van de vijftien huidige EU-landen mogelijk. Alleen in België en Duitsland kan het (nog) niet. In negen van de tien landen die volgend voorjaar bij de EU komen is een referendum eveneens mogelijk. De regelingen lopen per land uiteen.

In de huidige EU-landen is Europese politiek zelden onderwerp van directe volksraadpleging, maar de belangstelling voor het instrument neemt elders, net als in Nederland, wel toe, omdat het wordt gezien als een geschikte mogelijkheid om de betrokkenheid van de bevolking bij `Europa' te vergroten.

Denemarken en Ierland zijn de enige twee EU-landen waar wel met zekere regelmaat referanda worden gehouden. Zo stemden de Denen in september 2000 tegen inwisseling van hun kroon voor de euro, en wezen de Ieren in juni 2001 het Verdrag van Nice (voorbereiding van EU-uitbreiding) af. In een tweede referendum, in oktober 2002, schaarden de Ieren zich wel achter `Nice'.

Zweden houdt op 14 september een referendum over toetreding tot de euro. De Britse premier Tony Blair heeft een referendum over Britse deelname aan de euro beloofd, maar uitzicht op een datum is er niet.

In vijf kandidaat-EU-landen heeft de bevolking de afgelopen maanden via referenda ingestemd met toetreding tot de EU: Malta, Slovenië, Hongarije, Litouwen en Slowakije. In vier kandidaat-EU-landen – Polen, Tsjechië, Estland en Letland – volgen hierover in juni en september nog volksraadplegingen.