Oerkaatsen

Het is feest in Franeker, het centrum van het kaatsen. Precies 150 jaar geleden werd de Permanente Commissie PC opgericht, die jaarlijks de belangrijkste kaatswedstrijd organiseert. Vorige week is daarom het boek `De fiifde woansdei. 150 Jier PC' uitgegeven – geheel in het Fries. Hierin schrijft kaatshistoricus Pieter Breuker van de Rijksuniversiteit Groningen dat het huidige tennis veel te danken heeft aan het `oerkaatsen'.

Alhoewel de Friezen misschien anders willen, kwam het kaatsen eind twaalfde eeuw op in Picardië, bij Parijs. Dat werd haarfijn aangetoond in het onderzoek `Tennis; A Cultural History' van Heiner Gillmeister uit 1997. Monniken speelden man tegen man met een bal, die werd opgeslagen via een aflopend dak. ,,Dat kon soms lastig zijn om bij de hand te hebben'', merkt Breuker droog op. Daarvoor kwam een mobiel dak en nog later een driepoot of `talus'. Zo'n twee eeuwen later bereikte het kaatsen de Nederlandse gebieden en dus Friesland. Vanaf toen ontwikkelde deze bezigheid van Franse geestelijken zich op twee manieren: de volkse variant en de aristocratische. De laatste speelde zich vanaf 1500 af op een afgeschermd terrein met later ook nog een dak erop. Breuker: ,,Dat was comfortabeler en het scheelde pottenkijkers.'' Onder meer de Oranjes speelden het liefst in deze ruimtes. Het indirecte opslaan via een dak was inmiddels verdwenen.

Toen begon kaatsen steeds meer te lijken op tennis, of, beter gezegd, het `real tennis'. Dat real betekent niet `echt' of `zuiver', maar is een verbastering van royaal, koninklijk. In plaats van het slaan van de bal met de hand, zoals bij het kaatsen, kwam er een racket voor in de plaats. De gevoelige, aristocratische handen werden zo niet meer blauw na een dagje spelen. Ook belangrijk was dat de bal harder, zuiverder en verder kon worden geslagen. ,,En dat was niet alleen een tendens in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in Frankrijk, Engeland en Italië'', aldus Breuker. Dit real tennis werd later weer het huidige tennis.

Het is meer gebeurd dat oude sporten door het verplaatsen van buiten naar binnen zijn veranderd. Het oude kolven vereiste veel lopen en in de Gouden Eeuw vonden veel beoefenaars dat niet fijn. Ze zochten onderdak, maakten er een tafelspel van en nu spelen we nog steeds biljart. Zo ging het dus ook bij kaatsen en tennis.

Omdat de PC nu anderhalve eeuw oud is, besteden de Friezen veel aandacht aan de geschiedenis van het kaatsen. In Franeker zijn vorige week twee markante torens onthuld aan de rand van het Sjûkelân, het `kaatsstadion'. Op 28 mei wordt een drievoudige tentoonstelling geopend zodat iedereen deze zomer met eigen ogen die geschiedenis eens kan bekijken.

(De fiifde woansdei. 150 Jier PC (1853-2003), Uitgeverij Van Wijnen, 29,50 euro)