Moralisme in spetterende kleuren

Mobutu is overal. Zittend op zijn troon kijkt hij toe hoe zijn ministers al kruipend op hun knieën een schimmig ritueel uitvoeren met pakketten dollars en kommen bloed. In het hoekje van een afbeelding van feestvierende Kabila-aanhangers loopt hij het land uit, met goed gevulde koffers op zijn hoofd. Als luipaard met bril keurt hij vanuit zijn luie stoel diamanten, geflankeerd door de jakhals van de oproerpolitie, de chimpansee van het leger en de geest van de kleptocratie in de vorm van een krokodil en een slang.

Meer dan dertig jaar `mobutisme' is een dankbaar onderwerp voor de populaire schilders uit de Democratische Republiek Congo. Dat blijkt wel uit de tentoonstelling Kin Moto Na Bruxelles. Het Brusselse overzicht van de zeventien belangrijkste volksschilders uit Kinshasa is het grootste overzicht van Congolese populaire kunst sinds Horizonte 79 in Berlijn, bijna een kwarteeuw geleden. En het vele recente werk laat zien hoe sterk de kunstscene van het Centraal-Afrikaanse land zich sindsdien, ondanks armoede en burgeroorlog, heeft ontwikkeld.

De Congolese stadskunst is niet te vergelijken met de op glas of hout geschilderde kapperspanelen die zo populair zijn onder bezoekers van Senegal of Ghana. Ook kunstenaars uit Kinshasa zijn vaak aangewezen op inferieur materiaal – op de achterkant van menig paneel prijkt het logo van een meelfabriek – maar hun werk ontstijgt het niveau van toegepaste schilderkunst. Het zijn allemaal autodidacten, die in ruil voor een krat bier of hulp in het atelier het vak leerden van een meester. Hun kleurgebruik is spetterend en contrastrijk, hun stijl sterk realistisch. Maar er zijn opmerkelijke uitzonderingen. De warme kleurvlakken van Ange Kumbi neigen naar fauvisme en de levendige bartafereeltjes van Moke dragen een duidelijk expressionistisch stempel à la Munch. In de in 1996 overleden Pap'emma had Congo zijn eigen Salvador DalÍ, die mysterieuze visioenen schilderde vol smeltende figuren, troosteloze vlakten en gebroken crucifixen.

Wat het Congolese werk duidelijk onderscheidt van westers vergelijkingsmateriaal is het verhalende karakter. L'art pour l'art en abstractie zijn in Kinshasa lege begrippen. Een schilderij moet onderwijzen, amuseren, becommentariëren. Tekst is vaak integraal onderdeel van de afbeelding. Soms zijn het hele lappen, al dan niet in tekstballonnen. De schilders zijn chroniqueurs, de visuele tegenhangers van de griotten (traditionele troubadours).

Maar een verhaal kan op verschillende wijzen verteld worden. Syms' geschilderde autobiografie is sterk cartoonesk. Via een zigzaggend geel pad met zwarte voetsporen wordt de kijker langs de stadia van zijn carrière geleid: van frisdrankverkopertje op de markt via kleermaker en popzanger tot `artiste peintre'. Het overweldigende Histoire du Zaïre van de eerder genoemde Pap'emma vormt het andere uiterste van het spectrum. Zijn opeenstapeling van historische figuren en momenten is monumentaal in intentie en uitwerking.

Als makers van `kunst voor het volk, over het volk' deinzen de stadsschilders niet terug voor een opgeheven vinger. Ongezouten is de kritiek op mannen met een `deuxième bureau' (maîtresse), alcoholisten en fraudeurs. Niet zelden is het moralisme religieus getint, zoals bij Bodo, die behalve schilder ook predikant is in de Pinstergemeente. Hij zet zijn waarschuwingen tegen prostitutie en hebzucht kracht bij met bijbelteksten en een verbluffend Bosschiaanse collectie duivels en monsters. Dat de religie zelf ook niet vrij is van spot blijkt wel uit Monsieur l'abbé a rendu notre fille grosse van Shula. De priester verantwoordelijk voor de dikke buik uit de titel probeert bij de ouders zijn schuld af te kopen met een stapeltje bankbiljetten.

Het dagelijks leven in Kinshasa is dé inspiratiebron bij uitstek: overvolle bussen, krioelende marktpleinen, picknicks aan de rivier, het lynchen van een kindsoldaat. Maar de Congolezen zijn geen navelstaarders zonder weet van de wereld buiten hun vergeten hoekje van de aardbol. Nestor Cheri-Cherin schilderde in reactie op 9/11 een vluchtende Arabier die wordt vertrapt door een stars-and-stripes-voet terwijl Afrika hoofdschuddend staat toe te kijken. Ook Chéri Samba liet zich inspireren door de nasleep van de aanslagen. Op L'aide cible toont hij een truck vol hulpgoederen die een groep dorpelingen met vraagtekens boven het hoofd achterlaat om richting Kaboel te rijden. Rechts in de hoek zit een grijnzende, gewapende man in een grot die verdacht veel lijkt op Osama bin Laden. Aan boemannen heeft Congo, ook na de dood van Mobutu, geen gebrek.

Tentoonstellingen: Kin Moto Na Bruxelles. T/m 14/9 in Stadhuis, Grote Markt, Brussel. Chéri Samba Na Tervuren. T/m 28/9 in Koninklijk Museum van Midden-Afrika, Leuvensesteenweg 13, Tervuren. Inl: 0032 27695211 of www.africamuseum.be.