`Kikker maakte iets los bij mensen'

Max Velthuijs, die wereldfaam verwierf met zijn prentenboeken over Kikker, is gisteren 80 geworden. In augustus verschijnt een biografie over hem, in september komt het twaalfde Kikkerboek uit en wijdt het Haagse Letterkundig Museum een tentoonstelling aan hem.

In zijn in een stille straat gelegen Haagse atelier laat Max Velthuijs de zwartwitschetsen zien die als basis zullen dienen voor de illustraties in het nieuwe boek. Hij heeft zijn beroemde held getekend met een melancholieke gelaatsexpressie. Als vriend Rat hem probeert op te vrolijken door viool te spelen, begint Kikker te huilen van ontroering.

Velthuijs: ,,Het verhaal komt voort uit een paar moeilijke jaren die ik achter de rug heb sinds mijn vrouw is weggegaan. Soms zit ik hier en ben ik bedroefd, maar eigenlijk weet ik niet waarom. Ik heb een tijd rondgelopen voordat het idee vorm kreeg. Tegenwoordig duurt dat steeds langer. De bron begint misschien op te raken – na twaalf boekjes over Kikker zijn alle kanten wel belicht. Het moet geen routine worden, ik zou wel eens een ander landschap willen schilderen.''

Max Velthuijs (Den Haag, 1923) groeide op in een onderwijzersgezin. Als jongen wilde hij tekenfilms maken hele dagen bracht hij door in de Cineac om filmpjes van Tom & Jerry en Popeye te zien. Later, toen hij zijn brood verdiende als grafisch ontwerper, heeft hij enige tijd reclame-tekenfilms gemaakt. In opdracht van een uitgever illustreerde hij af en toe een kinderboek. Zijn eerste eigen verhaal, De jongen en de vis, verscheen in 1969 bij een Zwitserse uitgever, maar pas op zijn zestigste besloot hij fulltime schrijver en illustrator te worden. Een combinatie die, zegt hij, in Oost-Europese landen meer een traditie is dan hier.

Velthuijs ontwikkelde allengs een onmiskenbaar eigen stijl die onder meer tot uitdrukking komt in zijn mooie landschapsschilderingen en smaakvolle kleurgebruik. Velthuijs: ,,De schilderkunst van de middeleeuwen en het landschap en de steden van Italië hebben grote invloed op mijn werk gehad. De okers en de steenkleuren komen daarvandaan.''

Afgezien van de reeks boeken over Klein-Mannetje en ander vroeg werk, spelen dieren bij hem meestal de hoofdrol. Zo zijn Kikker, Eend, Rat, Varkentje, Haas, Olifant en Krokodil door de jaren heen vertrouwde persoonlijkheden geworden met specifieke karaktereigenschappen. ,,Mensen zien er allemaal hetzelfde uit in kinderboekentaal. Dieren hebben een eigen karakter. Ik vind het lekker om ze te tekenen. Het is een uitdaging dieren iets te laten doen wat onmogelijk kan, terwijl het er toch volkomen aanvaardbaar uitziet. Hun anatomie moet ze er natuurlijk wel toe in staat stellen, dus niet een slang op de fiets, maar wel een eend op schaatsen. Ik heb met mijn handen op de rug nagedaan hoe ze zich met naar achter gevouwen vleugels in balans kan houden.''

De figuren zijn vaak min of meer per toeval in de verhalen terecht gekomen: ,,Eend rolde er een keer zomaar uit toen ik een trouwkaart voor kennissen ontwierp. Kikker had eerst een bijrolletje in Klein-Mannetje. Hij heeft zich langzaam naar voren gedrongen. De Nederlandse uitgevers waren niet erg enthousiast: ze vonden hem vies, glibberig, niet aaibaar – maar hij bleek iets los te maken bij mensen. Ik snap zelf niet goed wat die uitwerking is.''

De Kikkerboeken worden inmiddels in 27 talen vertaald. Met relativerende nuchterheid wijst Velthuijs er echter op dat ze niet overal even goed lopen, zoals in Duitsland en Zwitserland. Het Zwitserse Nord-Süd Verlag wilde Kikker is verliefd, het eerste deel uit 1989, niet eens uitgeven. Men achtte het onderwerp ongeschikt voor jonge kinderen. Volgens Velthuijs hebben Zwitsers en Duitsers een voorkeur voor `lieve, sentimentele verhalen'. Zijn eigen verhalen zijn soms eerder bespiegelend van aard, zoals wanneer hij schrijft over de dood in Kikker en het vogeltje. ,,Het gaat mij er niet om dat alles zo eenvoudig mogelijk is. Critici vinden mijn taal weleens te moeilijk. Dat is flauwekul, kinderen houden van vreemde woorden.

,,Vroeger was ik vrijer en argelozer. Het succes legt meer druk op wat ik doe. Soms ben ik bang voor de dag dat het niet meer gaat. Het leven zou vervelend worden als ik niet meer kan tekenen. Dit werk is het fijnste dat er is. Aan de dood denk ik niet zo veel. Ik ben een optimist. Ik geef niet gauw op.''