Jubelpark

Door Etterbeek, een wijk in Brussel met veel instellingen van de Europese Unie, loopt de brede, drukke Tervurenlaan. Tegen een van de huizen zat een zwerver onderuit gezakt te slapen. In zijn slap geworden rechterhand hield hij een riempje waaraan een forse, cyperse kat vastgebonden zat.

De kat zat fier en waakzaam naast hem. Hij had gemakkelijk weg kunnen lopen, maar waarom zou hij? Werd het niet hoog tijd om het vooroordeel te ontzenuwen dat honden trouwer zijn dan katten? Nou dan.

Toch was het een tafereel waarvan ik me niet kon herinneren dat ik het eerder in levenden lijve gezien had. Niet in Amsterdam, niet in Parijs en niet in Rome toch steden met veel katten. Een vriendin vertelde me later dat ze het wel een paar keer in Madrid had gezien.

Was het een triest schouwspel? Op het eerste gezicht wel, maar misschien had die vriendin gelijk toen ze zei: ,,Beter een zwerver mét dan zonder kat.'' En je zou er zelfs aan kunnen toevoegen: ,,Beter een kat mét zwerver dan een kat alleen.''

De Tervurenlaan mondt uit in een groot park met de enthousiaste naam Het Jubelpark. Het was er stil op deze zaterdagmiddag. De lucht was grijs en licht dreigend. Bij de Triomfboog, een soort nep-Arc de Triomphe midden op het terrein, stond een plukje mensen te kijken naar artiesten die in een tent repeteerden voor een tv-registratie. De artiesten deden hun best om leuk te zijn, maar niemand lachte.

We gingen zitten op een bankje aan een zijpad. Op drie meter tegenover ons stond eenzelfde bankje waarop twee, vermoedelijk Marokkaanse, vrouwen zaten. Moeder en dochter. De moeder was, op haar gezicht na, gewikkeld in die doeken waarvan ik de namen steeds vergeet. Haar dochter zat er volledig ongedoekt bij, als een vrouw die wel wat beters te doen had.

De vrouwen spraken niet met elkaar en keken ons geen moment aan, hoewel ze met hun gezicht naar ons toegekeerd zaten. De dochter, een vrouw van half in de twintig, was onafgebroken in de weer met een mobieltje op haar schoot. De moeder keek er niet naar, ze had alleen aandacht voor de horizon achter ons.

Een prachtige foto, overwoog ik, boordevol symboliek. Maar hoe pakken we dat aan? Ik tastte terloops naar mijn fototoestel en vroeg me af hoe ik toestemming moest vragen.

Maar de moeder had me al doorzien, ze hield wel degelijk horizon én mens in de gaten, en ze wendde zich half af. Voor het eerst sprak ze een paar woorden tegen haar dochter. Die zei nauwelijks iets terug en bleef geconcentreerd doorhakken op haar mobieltje.

Een minuut of vijf later stapten ze op.

Die foto had ik niet, maar het beeld wél. En dat bleef een poosje natrillen op mijn netvlies.

Een treurig beeld? Op het eerste gezicht wel, maar je zou kunnen zeggen: ,,Beter een moeder mét dochter dan zonder.'' En... precies.

Ik werd er zelfs een beetje optimistisch van, al wil ik niet zeggen dat ik begon te jubelen in dat park. Die dochter, peinsde ik, stond al met één been in de moderne tijd. Zij schrok niet meer van mijn fototoestel. Voor die moeder had ze al niet meer te veel ontzag. Nu pa en de jongens nog.