Jammer

Soms, bij chique bijeenkomsten met een cultureel randje, zoals de uitreiking van de Erasmusprijs, of wanneer de koningin de opening van een nieuw kunstgebouw bijwoont, zitten er ook wat politici op de eerste rij. Een staatssecretaris van Cultuur, enkele Kamerleden, soms zelfs de premier. Zij vinden het dan allemaal mooi en klappen om het hardst na het concert of de voorstelling.

Bij zulke gelegenheden worden vaak Grote Woorden gesproken over het belang van Kunst en Cultuur voor de Samenleving als Geheel. ,,Want zonder die Creativiteit van de Kunstenaars zou onze Maatschappij immers Arm zijn. We zijn een Land dat zijn Identiteit ontleent aan een nog steeds Gekoesterd Verleden, de Gouden Eeuw met Rembrandt en Vermeer, bewonderd door de rest van de wereld. En nog steeds bloeit de Hollandse Cultuur, in ons land een Samenbindende Factor waaraan ook de Nieuwe Nederlanders en Groepen in Achterstandssituaties deel moeten hebben. Daarom zijn we hier vandaag om ....''

Het dagelijkse kunstleven voor het gewone volk interesseert de politici geen zier. In de laatste troonrede stond geen woord over kunst en cultuur. De staatssecretaris die ervoor had moeten zorgen sprak er zèlf schande van. Kunst en cultuur, musea en monumenten zijn in Den Haag margeverschijnselen die in het politieke bedrijf van geen belang zijn. Bij de opstelling van het regeerakkoord komt cultuur pas op de laatste namiddag even zijdelings ter sprake. De benoeming van de nieuwe staatssecretaris is eveneens een sluitpost. Daarmee wordt dan een personeel probleem elders gecompenseerd. Of er wordt iemand weggepromoveerd naar de regering, omdat hij anders maar een lastpost zou zijn in de fractie.

Ook de forse bezuinigingen op cultuur, waartoe vorige week op de laatste formatiedag werd besloten, zijn in de Haagse werkelijkheid van geen belang. Er waren boven op vijftien miljard euro nog wat extra bezuinigingen nodig, dus wordt er nog wat bij cultuur gegraaid. Kwaadwilligheid is het niet, want enig beleid of een uitgesproken gedachte zit er niet achter. Niemand in Den Haag kan zeggen waarom de kunst wel met minder toe kan en wat dan maar weg moet. Daarover adviseert immers de Raad voor Cultuur. Het zinnetje over het ,,stimuleren van een sterke culturele infrastructuur'' bleef ook na het invullen van de Taakstellende Bezuiniging gewoon in het Hoofdlijnenakkoord staan. Even niet op gelet in de euforie dat Nederland na meer dan een jaar weer een Regering kijgt, dankzij de draai van D66.

Fractievoorzitter Boris Dittrich was jarenlang een gevierd man in de kunstwereld. Hij pleitte ervoor om de nieuwbouw van het Amsterdamse Stedelijk Museum deels door het Rijk te laten betalen. En hij maakte zich sterk voor een forse verhoging van de kunstbegroting. Ware woorden waren dat, vond men in culturele kringen. In het Kamerdebat over het regeerakkoord werd Dittrich toch nog even gevraagd naar de bezuinigingen op de kunst, waarmee D66 nu instemt. Opnieuw sprak Dittrich een waar woord: ,,Jammer.''