Ik zie continue verbetering

Helmut Gaus is hoogleraar in de retrognose aan de universiteit van Gent. In navolging van Kondratieff onderzoekt hij diens `lange conjunctuurgolf' in de economie, en doet hij verrassende waarnemingen. Ons leven lijkt wel gedetermineerd? ,,Wie heeft u dan geleerd dat u vrij was?''

Wij krijgen minder behoefte aan gezag, worden minder bang voor rampen, zullen minder met onze gezondheid bezig zijn en minder status willen. Recessies zijn daarbij niet te vermijden. Want de weg omhoog die we nu gaan verloopt zelden ongestoord.

Nee, hier spreekt niet Faith Popcorn, de goedgebekte trendwatcher uit Amerika. Prof. dr. Helmut Gaus is zo mogelijk het andere uiterste: een onopvallende, oudere man in een grijs pak, voorzitter van de vakgroep politieke wetenschappen aan de universiteit van Gent. Popcorn heeft een neus voor hedendaagse trends op grond waarvan zij de nabije toekomst voorspelt. Gaus doet aan `retrognose': uitspraken doen over de toekomst door het verleden te bestuderen. In het boek Why Yesterday Tells of Tomorrow; How the long waves of the economy help us to determine tomorrow's trends, een rondgang langs allerlei takken van wetenschap, licht hij die niet-alledaagse werkwijze toe. Gaus is een veelgevraagd spreker in het bedrijfsleven. In Nederland hield hij lezingen bij Unilever en Delta Lloyd.

De Gentse historicus promoveerde in de jaren zeventig op `de rol van fictie in het maatschappelijk proces tussen 1936 en 1860' een studie naar het romanfeuilleton met als vraag: waarom lazen mensen dit graag? Die vraag waarom? liet hem nooit meer los. Zo kreeg hij na zijn studie de `lange-golftheorie' van de Russische statisticus Nicolai Kondratieff onder ogen. In dit werk, dat in 1925 verscheen en dat nog altijd gesneden koek is voor veel mensen die iets met economie te maken hebben, toont Kondratieff op basis van groothandelsprijzen en productiecijfers aan dat de economie ruwweg elke vijftig jaar door een dieptepunt gaat. Halverwege twee dieptepunten doet zich een topperiode voor. Eerder al hadden economen en statistici aangetoond dat er kortere golven zijn in de economie. Kondratieff was de eerste die het bestaan van lange golven ontdekte. Ook hij betoogde dat de economie cyclisch is en niet lineair, zoals de mensheid na de Verlichting leek te denken. Kondratieff, die als directeur van het Moskouse Instituut voor Toegepaste Economie het eerste Vijfjarenplan voor landbouw hielp opstellen, moest dit inzicht met de dood bekopen. De sovjetautoriteiten deporteerden hem naar Siberië, waar hij in 1938 werd geëxecuteerd.

Het vreemde aan de langegolftheorie, zegt Gaus, is dat ze nogal onbetwist is de cijfers spreken voor zichzelf –, maar dat geen econoom weet waaróm de economie cyclisch is. Velen denken zelfs dat de oorzaak van die min of meer regelmatig op- en neergaande golfbeweging misschien wel niets met de economie te maken heeft. De Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter stelde in 1939 dat het iets met `animal spirits' te maken had. De uitvinder van de korte handelscyclus, de Fransman Clément Juglar, kwam al in de negentiende eeuw op het idee om geboortencijfers en huwelijksstatistieken bij zijn onderzoek te betrekken. Vooral de omslag van een opgaande golf naar een neergaande, en omgekeerd, is economisch lastig te verklaren. Waarom beginnen ondernemers weer te investeren als alle indicatoren nog steeds op een recessie wijzen? En waarom zien zij daar ineens vanaf, terwijl nog niets op een neergang wijst?

,,Kondratieff wilde niets verklaren'', zegt Gaus. ,,Hij registreerde alleen maar. Wel zette hij economische golven in een bredere context. Zo zag hij dat in een neergaande golf, tussen hoogtepunt en dieptepunt, vaak uitvindingen worden gedaan die pas in gebruik worden genomen als de golf weer omhooggaat. Zo was de ontploffingsmotor al tijdens de neergaande golf, na het hoogtepunt van 1871, uitgedokterd maar werd ze pas omstreeks de eeuwwisseling, tijdens de opgaande golf, in gebruik genomen. Hetzelfde zie je met computers: de massa-exploitatie kwam pas ná het dieptepunt van 1991, toen de golf omhoog ging. Ook oorlogen en revoluties komen volgens Kondratieff vaker voor tijdens een opgaande golf. Ik zag zelf parallellen in de kunstgeschiedenis. Omstreeks 1860, voor het hoogtepunt van 1871, zag je vooral realisme. Omstreeks 1890, vlakbij het dieptepunt van 1896, volgde de Jugendstil een `dalfaseproduct'. Hoe komt dat? Een van mijn professoren moedigde me aan om verder te gaan.''

Een neergaande economische golf leek Gaus vaak een periode vol emotionaliteit. Dus pakte hij de zelfmoordcijfers van een willekeurig land, Frankrijk, en legde die naast Kondratieffs tabellen. ,,Ik kreeg de koude rillingen. Het klopte precies. In twee eeuwen zelfmoordstatistieken zag je dezelfde golven als bij hem.'' Toen onderzocht Gaus de relatie tussen dameskleding en conjunctuur. Mode weerspiegelt bij uitstek stemmingen van de massa. En als sociaal verschijnsel is het goed gedocumenteerd. Het resultaat staat in het boek Mensen en Mode (Gaus e.a., 1992): alle kleuren komen altijd voor, maar in een opgaande golf, vlak voor een hoogtepunt, dragen vrouwen meer geel en oranje. Ook worden taille en decolleté niet sterk geaccentueerd. In een neergaande golf voeren zwart, grijs en bruin de boventoon, en zijn rokken langer. De mode is vrouwelijker: halzen zijn lager, tailles worden benadrukt. Het frappante is, zegt Gaus, dat modegolven niet het gevolg zijn van economische golven, maar dat ze ermee samenvallen. ,,Vrouwen gaan geen donkere, feminiene kleren dragen als de recessie al is begonnen. Nee, ze beginnen ermee op het moment dat de recessie intreedt. Dat zie je ook met zelfmoordgolven en stromingen in de kunst. Kennelijk is er een achterliggend iets dat die golven beïnvloedt.''

En wat is dat achterliggende iets?

,,Angst, denk ik. Onbewuste angst.''

Angst waarvoor?

,,Dat weet ik niet precies. Over pathologische angst zijn bibliotheken volgeschreven. Maar over gewone angst, de bezorgdheid van mensen over de wereld en zichzelf, is weinig gepubliceerd. Toch zie je dat we in een opgaande golf van Kondratieff minder behoefte hebben aan autoriteit, minder bang zijn voor catastrofes, minder vluchten in fictie, minder met gezondheid bezig zijn en minder statussymbolen willen. Mensen zien alles vrolijker in. Ze hebben vertrouwen in zichzelf en anderen. Zoals in de sixties: `Ik ben ik, wie doet me wat?'''

Waar baseert u die theorie op?

,,Op het feit dat mensen nooit zomaar iets doen. Achter elke gedraging zit een behoefte. Dat geldt voor individuen én voor de massa. Als vrouwen ineens veel zwart en bruin dragen, zoals tussen 1988 en 1993, dan zegt dat iets. Hoe voelt een maatschappij zich, die niets liever ziet dan zwart''?

Misschien hebben de fabrikanten de winkels ermee volgehangen.

,,Uit onderzoek blijkt dat het aanbod niet bepalend is. Het is de koper die het aanbod bepaalt. In 1972 besloot de industrie: volgend jaar gaan we lange rokken maken. Er werd niets van verkocht. Een paar jaar later konden ze het niet aanslepen.''

Er zit `iets in de lucht' dat koopgedrag bepaalt?

,,Ja. Er zijn cycli in de kleren die vrouwen dragen. Die herhalen zich, in allerlei varianten, elke vijftig jaar. De voorkeur voor lang, donker en getailleerd komt steeds voor in een neergaande golf. Dat is een periode met nadruk op traditioneel gezinsleven. Vrouwenemancipatie stagneert. Moeder blijft bij de kinderen en kleedt zich zoals ze zich voelt: als `het vrouwtje'. Er verschijnen dan etiquette-boekjes, er ligt meer accent op ouderlijk gezag en op normen en waarden. Mensen willen zekerheid. De bezorgdheid over voedselveiligheid in de jaren negentig was daar ook een uiting van.''

Maar toen ging de golf toch weer omhoog?

,,Het dieptepunt van Kondratieff lag omstreeks 1991. Daarna ging de golf omhoog, maar dat gaat traag. In de jaren negentig was de angst nog aanzienlijk. Mensen bleven gepreoccupeerd met hun gezondheid. In periodes met veel angst keert ook de roep om een sterke leider terug. De vaderfiguur krijgt meer gezag, het bedrijfsleven wordt hiërarchischer. In de jaren tachtig kwamen extreem-rechtse partijen op. Vijftig jaar eerder zag je de opkomst van Mussolini en Hitler.''

U vindt in de geschiedenis altijd iets om uw theorie te staven.

(Lacht) ,,Natuurlijk. Maar omdat wij massagedrag bestuderen, kunnen we onszelf moeilijk voor de gek houden. Als we een voetnoot in de geschiedenis opblazen, vallen we door de mand. Neem het zondebokkenmechanisme in de politiek. Als de collectieve angst stijgt, zetten mensen die angst vaak om in vrees. Met angst kun je niets. Vrees projecteer je op iets concreets op de voedingsmiddelenindustrie, terroristen, op je schoonmoeder desnoods. Dan kun je in actie komen, zodat je vrees vermindert. Als de collectieve angst groot is, loop je dus meer kans op uitingen van xenofobie. De vrees voor vreemdelingen, die omstreeks 1990 begon te groeien, is een voorbeeld. Dat zich dit omstreeks 1930 ook voordeed, in extreme vorm, is evident. Als je teruggaat naar een vergelijkbare periode in de neergaande golf daarvóór, omstreeks 1890, stuit je in Frankrijk op de Dreyfus-affaire. Dat was een individu, zegt u. Maar heel Frankrijk werd wel in tweeën gedeeld door die ene man, een jood die militaire geheimen aan Duitsland doorgespeeld zou hebben. In Duitsland werden in die periode drie openlijk antisemitische partijen in de Rijksdag gekozen.''

En de periode daarvoor?

,,Zo ver ga ik niet terug. Uit de tijd dat er geen kiesrecht was en er nauwelijks kranten waren heeft vooral de elite ons dingen overgeleverd. Dat is niet representatief.''

Volgens Kondratieff zitten we in een opgaande golf. Toch heerst er in Europese landen recessie en zijn thema's als veiligheid, immigratie en criminaliteit populair.

,,Naast lange golven zijn er korte golven. Uit Kondratieffs tabellen blijkt dat een golf zelden ongestoord omhooggaat. Er zitten recessies in van soms vier jaar. Daarbij, het dieptepunt van 1990 is net voorbij. Omstreeks 2020 komen we weer op een echt hoogtepunt. Ik zie continue verbetering.''

Waar leidt u dat uit af?

,,De status van dure, formele kleding, auto's en verre reizen neemt af, typisch symbolen waar je je achter verschanst als je onzeker bent. De mode is meer casual. In damesbladen keren lichtere kleuren terug. De media krijgen genoeg van puur negatieve verhalen. Het Duitse weekblad Der Spiegel, dat vaak omslagen had over enge onderwerpen als dioxine-eieren of het einde der tijden, met het woord `ANGST' eronder, krijgt vrolijker covers. Een ander signaal is dat Groenen meer main stream worden. Milieubescherming kwam in opmars toen de laatste neergaande golf begon, na het hoogtepunt van 1971. Als mensen angstig worden, vluchten ze vaak in de natuur. Een omgeving zonder stress of andere mensen is dan een ideaal toevluchtsoord. In eerdere neergaande golven uitte zich dat in de Jugendstil en de Romantiek. In de jaren twintig van de vorige eeuw trokken jeugdbewegingen erop uit in de vrije natuur. De Groene `fundamentalisten' verliezen het nu van de `realisten'. In Duitsland en België hebben ze de afgelopen jaren in de regering veel water bij de wijn gedaan. En ze verleggen het accent van collectieve naar individuele gezondheid. Ze willen niet meer de fabriek sluiten die dingen maakt die slecht voor ons zijn, of produkten verbieden, maar ze vertellen ons dat we de keus hebben om dat spul niet te kopen.''

In België kregen de Groenen zware klappen bij de jongste verkiezingen. U schrijft dat een opgaande golf goed is voor de liberalen.

,,Angstige mensen voelen zich nietig. Ze zijn geneigd om de krachten te bundelen. Tegen winkelketens, tegen de vervuiling van grote fabrieken, die als een pletwals over hun belangen heengaan. Zo'n tijd is goed voor socialistische en nationalistische partijen. Als de angst afneemt, zoals nu, vermindert de noodzaak om collectief te denken. Dan zijn we zelfverzekerder, meer egocentrisch. Dan gaan de liberalen in de lift. Als andere partijen hun best doen om het liberalisme te integreren, profiteren ze ervan mee''.

U voorziet dat we ook minder schandalen krijgen?

,,Angstige mensen zijn nauwgezet en defensief. Zij nemen anderen dingen kwalijk waar ze anders overheen zouden stappen. Ze willen discipline, regels, zodat ze minder gauw voor het hoofd worden gestoten. Zo krijg je sneller schandalen. Niet omdat wetsovertredingen of corruptie vaker voorkomen, maar omdat men zich meer bewust is van de noodzaak van regels. Zo kwam het debat over normen en waarden in Nederland op. Ik denk dat dat snel wegebt, omdat de collectieve angst vermindert. In Vlaanderen lanceerden liberale politici laatst een campagne voor harder rijden. Een teken aan de wand. Het soort agressie dat we meemaken, verandert van karakter.''

Hoe bedoelt u?

,,Angstige mensen zijn agressief omdat zij denken dat ze zichzelf aldoor moeten verdedigen. Minder angstige mensen zijn roekelozer. Ze roken en rijden hard. In een opgaande golf krijg je meer lustagressie.''

Bent u weleens verrast door dingen? Als alles voorbestemd is...

(Lacht) ,,Mijn studenten zeggen weleens: als het klopt wat u zegt, zijn we gedetermineerd. Dan zeg ik: wie heeft u dan geleerd dat u vrij was? Het beklemt mij weleens, om een trend te zien ontstaan en dan te ontdekken dat een vergelijkbare uiting zich al drie, vier keer eerder in de geschiedenis heeft voorgedaan. Aan de andere kant: angst gaat op en neer, maar hoe mensen dat uiten weet je nooit precies. Vermindert de obsessie met gezondheid, nu mensen minder angstig worden? Ik durf het niet te zeggen. Joggen en de light-rage begonnen in de neergaande golf van de jaren zeventig. Maar door de vergrijzing houdt het misschien toch aan.''

U heeft het steeds over onze westerse samenleving. Hoe zit het met de rest van de wereld?

,,Geen idee. Ik hoop dat iemand daar eens onderzoek naar doet.''

Waarom houden zo weinig academici zich met deze studie bezig?

,,Dat ligt voor een deel aan de wetenschap zelf: zij is in hokjes verdeeld. Ik bemoei me met al die hokjes. Dat doen maar weinigen. Sommige collega's vinden het niet prettig dat ik mijn neus in hun zaken steek.''

Anderen vinden dat u vaag bezig bent.

,,Zij hebben gelijk. Over collectieve angst is weinig geschreven, over golven daarin helemaal niets. Ik weet ook de oorzaak niet. Ik beschrijf alleen wat ik zie. En op die observaties komt weinig kritiek.''

Ook internationaal bent u een betrekkelijke eenling.

,,Daar speelt hetzelfde probleem. Overigens is de golvenstudie zelf óók conjunctuurgevoelig. In een neergaande golf bloeit ze: tijdens recessies wil men graag weten `hoelang het duurt'. In een opgaande golf wil niemand dat weten. Als ik nog een boek wil schrijven, moet ik het snel doen. Anders is er geen hond meer die mijn boeken wil lezen.''

Helmut Gaus, Why Yesterday Tells of Tomorrow; How the long waves of the economy help us determine tomorrow's trends, Garant, 2001.

Gaus e.a., Mensen en Mode; De relatie tussen kleding en konjunktuur, Garant, 1992.