Het kabinet kaasstolp

Nu de namen van de ministers en staatssecretarissen bekend zijn, kan aan het toch al niet te onthouden motto `meedoen, meer werk, minder regels' van het aanstaande kabinet nog het begrip `meer van hetzelfde' worden toegevoegd. Wat een fantasieloos geheel. Nederland zit de komende jaren opgescheept met het meest eenzijdig samengestelde kabinet sinds decennia.

Het trio dat aan de leiding staat heeft één ding gemeen: de wereld buiten Den Haag is terra incognita. Minister-president Balkenende had totdat hij vorig jaar voor de eerste keer tot het hoge ambt werd geroepen niet meer gezien dan studeer- en fractiekamers. Vice-premier Gerrit Zalm was voordat hij in 1994 de politiek inging nooit ergens anders werkzaam geweest dan in de ambtenarij. Thom de Graaf, de andere vice-premier, kan ook slechts terugkijken op een ambtelijke carrière. En in feite geldt hetzelfde voor bijna alle andere ministers en staatssecretarissen: Haagse ervaring overheerst op hun cv. Hoera voor het kabinet kaasstolp!

En zo zijn we dan weer helemaal terug bij af. Het regeerakkoord was al niet veel meer dan een suppletore begroting van Financiën; daar komen dan nu nog de ambtelijke uitvoerders bij. Den Haag is weer onder elkaar. Nog geen jaar geleden zei de toen nog verse premier Balkenende in de regeringsverklaring dat zijn kabinet voortkwam ,,uit een omwenteling in het politieke klimaat''. Regeerakkoord en samenstelling van het kabinet droegen daar ook duidelijk de sporen van. In het regeerakkoord van CDA, VVD en LPF stonden diverse verwijzingen naar de kiezersrevolte die zich kort daarvoor had voltrokken. VVD-leider Zalm vond het weliswaar tegeltjeswijsheden, maar het was wel een poging een antwoord te geven op het ongenoegen dat op 15 mei was geuit.

Dankzij de inbreng van de LPF kende de personele samenstelling van het eerste kabinet-Balkenende een flink aantal niet-Haagse gezichten. Nu waren die mensen van buiten af tevens de belangrijkste aanleiding voor de val van het kabinet na 87 dagen maar dat had meer te maken met karakters dan met hun niet-ambtelijke achtergrond. Wat er ook verder van mensen als Bomhoff en Heinsbroek gezegd mag worden, ze werden op hun departementen in elk geval wel als verfrissend ervaren. Niets kan in een organisatie meer inspirerend werken dan leidinggevenden, die zich `niet gehinderd door enige kennis', niet direct neerleggen bij door de jaren heen gegroeide vanzelfsprekendheden. Dat geldt al helemaal voor de leiding van Haagse ministeries waar een flink deel van de ambtenaren een minister nog altijd beschouwt als slechts een incident in het oneindige leven van het departement.

Uit een oogpunt van interne cohesie is, zeker na de ervaringen van het afgelopen jaar de nu gemaakte risicoloze keuze begrijpelijk. Maar daarmee is dan ook direct wel alles gezegd. Een kabinet dat volgens de opdracht uit het regeerkoord wil dat iedereen meedoet, had er verstandig aan gedaan ook in personele zin contact met de samenleving buiten Den Haag te onderhouden. Dit kabinet bevestigt het beeld van politiek Den Haag als ondoordringbaar bastion.

Overigens gaat hier de samenleving ook niet vrijuit. Wederom heeft een aantal niet door de politiek `misvormden' bedankt voor de eer minister te worden. Onder hen D66-belofte Alexander Rinnooy Kan. Met zijn niet Haagse bestuurservaring (rector-magnificus van de Erasmus Universiteit, VNO-voorzitter, ING) had hij op Economische Zaken bij uitstek het andere geluid kunnen vertolken. Als ondernemend Nederland weer eens zijn klaagzang tegen de `democratie van ambtenaren en leraren' aanheft, kan men misschien ook eens de maatschappelijke verantwoordelijkheid in eigen kring bespreken.

Marktconform zal de politiek toch nooit worden. Dus daar hoeft niet op te worden gewacht.

Het netto resultaat van een kabinetscrisis, vervroegde verkiezingen en een vier maanden durende kabinetsformatie, is dat er volgende week een beperkt aantal nieuwe gezichten op de paleistrap zal staan. Een kostbare reconstructie. Het zo op het eerste kabinet-Balkenende gelijkende tweede kabinet-Balkenende staat voor de ingewikkelde opdracht een nieuwe start te maken. Het eerste kabinet-Balkenende was een antwoord op de Fortuyn-revolte; het tweede kabinet is een antwoord op de recessie.

De vraag is of de op deze wijze samengestelde ministersploeg beide agenda's tegelijk kan uitvoeren. In het Haagse denken waren de cijfers altijd al dominant. Bezuinigingen en saneringen kunnen een makkelijk alibi zijn andere zaken te laten rusten. Met als gevolg meer frustratie en een nog grotere vertouwenscrisis.

VVD-leider Zalm beloofde eerder deze week een kabinet met elan. Dat elan zal hard nodig zijn. De mensen die nu in het kabinet zitting nemen, kunnen allen terugkijken op bestuurlijke ervaring. Maar gebrek aan Haagse bestuurskracht was een jaar geleden niet de klacht. Integendeel. Er was niet langer behoefte aan de, zoals bestuurskundige Jouke de Vries het ooit noemde, `managementstaat' die Nederland was geworden. Het antwoord dat premier Balkenende vorig jaar in zijn regeringsverklaring gaf was ,,een open oog en oor voor wat er in de samenleving speelt''. In zijn nieuwe kabinet zijn dat vooral Haagse ogen en oren. Die hebben de vervelende eigenschap vooral naar elkaar te kijken en luisteren.