Groei euthanasie tot stilstand gekomen

Het aantal gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding in Nederland is na jaren van toename gestabiliseerd op circa 3.800 per jaar. Dit is veel meer dan officieel wordt gemeld.

Artsen verzwijgen bijna de helft van de gevallen van euthanasie. Jaarlijks beëindigen ze bovendien negenhonderd levens zonder dat de patiënt het hiertoe vereiste verzoek deed.

Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit het rapport Medische besluitvorming aan het einde van het leven, een terugkerend grootschalig onderzoek naar de euthanasiepraktijk in Nederland onder leiding van de hoogleraren P. van der Maas en G. van der Wal. Het is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van VWS en Justitie. Uitkomsten van de twee eerdere onderzoeken, in 1990 en 1995, vormden de basis voor de huidige euthanasiewetgeving. Dit derde rapport, dat vanmorgen is gepresenteerd, evalueert voor het eerst de Nederlandse toetsingsprocedure, die uniek is in de wereld. De onderzoekers constateren dat de nieuwe procedure functioneert, maar haar doel nog niet heeft bereikt. Veel levensbeëindiging blijft oncontroleerbaar.

De cijfers van Van der Maas en Van der Wal worden binnenkort gepubliceerd in het gezaghebbende Britse medisch tijdschrift The Lancet. De onderzoekers lieten onder meer ruim 5.600 artsen enquêteren en namen diepte-interviews af bij meer dan 500 artsen.

Artsen kregen in 2001 9.700 verzoeken om euthanasie of hulp bij zelfdoding op afzienbare termijn. Volgens de onderzoekers pleegden artsen dat jaar daadwerkelijk 3.500 keer euthanasie, en verleenden ze ongeveer 300 keer hulp bij zelfdoding. Het gaat dan om 2,7 procent van alle sterfgevallen, wat sinds het onderzoek uit 1995 geen significante stijging is.

De onderzoekers concluderen dat artsen in 2001 slechts 54 procent van alle gevallen van levensbeëindiging op verzoek – zoals vereist – meldden bij de regionale toetsingscommissies voor euthanasie. In 1995 was dat 41 procent. Daarnaast beëindigden artsen dat jaar nog 900 keer een leven zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. Dat is 0,7 procent van alle sterfgevallen, een percentage dat sinds 1995 niet veranderde.

De toetsingscommissies achtten sinds 1998 zeven van de zevenduizend behandelde zaken `onzorgvuldig'. Die zeven zijn doorgestuurd naar het openbaar ministerie, dat daarop in twee zaken een gerechtelijk vooronderzoek nodig achtte. Een ervan is geseponeerd, het andere liep nog tijdens het onderzoek van Van der Maas en Van der Wal. [Vervolg EUTHANASIE: pagina 3]

EUTHANASIE

Bijna helft mensen voor 'pil van Drion'

[Vervolg van pagina 1] Ondraaglijk lichamelijk lijden is nog altijd de belangrijkste reden voor een verzoek om levensbeëindiging: in 93 procent van de verzoeken was dat het motief.

Een ondraaglijke psychische ziekte was in 3 procent van de verzoeken de aanleiding. Van de verzoeken kwam 4 procent van oude mensen die niet ernstig ziek zijn, maar `klaar met leven'. `Klaar met leven'-verzoeken worden door artsen vijf tot vijftien keer per jaar ingewilligd. In die categorie doen mensen per jaar ongeveer 400 verzoeken om hulp bij zelfdoding.

De onderzoekers peilden ook de meningen over de `pil van Drion', het veelbesproken middel waarmee ouderen wanneer zij dat zelf willen een einde aan hun leven zouden kunnen maken: 45 procent van de Nederlandse bevolking blijkt vóór te zijn, 20 procent staat er neutraal tegenover, een minderheid van 35 procent wijst het idee af.

GRIJS GEBIED: pagina 3