Gestolen kunst (3)

De heer Kuitenbrouwer constateert in zijn artikel van 16 mei dat Egypte in beginsel al zijn oudheden wil beschermen. Het is hem wellicht ontgaan dat Nederland dat al lang doet.

Inderdaad heeft de koper die te goeder trouw in het bezit is gekomen van smokkelkunst (sic) een wat zwakke rechtspositie. Dit is in het Nederlandse rechtsbestel niet heel uitzonderlijk. De bewijslast wordt ook voor de koper van een gestolen fiets niet zelden omgedraaid. Verder kan men zich toch nauwelijks voorstellen dat welopgevoede mensen die tonnen verdienen aan en tonnen uitgeven voor archeologica uit buiten-Europese landen niet zouden weten op welke wijze deze objecten hier verzeild zijn geraakt.

Natuurlijk is het vervelend voor handelaren om bij te houden hoe zij aan hun spullen zijn gekomen. Vaak wordt de provenance echter al wel goed bijgehouden, bovendien is niet duidelijk waarom voor tweedehands auto's wel al een goed registratiesysteem is ontwikkeld.

Het wordt op deze manier dus helemaal niet moeilijk voor een handelaar of koper om te weten waar hij aan toe is. Met goede papieren kan een voorwerp goed worden verhandeld, zonder papieren is het illegaal. Daarenboven worden alle voorwerpen waarvan kan worden aangetoond dat zij voor ratificatie van de verdragen al illegaal waren geëxporteerd uit de landen van herkomst witgewassen. De restitutieverplichting vormt dus helemaal geen permanente donderwolk boven de kunstmarkt, maar eerder een roze wolk.

Het zou een goede zaak zijn als ook Nederland de UNESCO- en Unidroit verdragen ratificeert en implementeert. De nadelen voor handelaren die zich al houden aan hun eigen ethische code (b.v. NedArt en Cinoa) zijn verwaarloosbaar.

In de `arme' landen die leeg worden geroofd onder het mom van mondiale culturele waarden zal ratificatie van de verdragen een belangrijke bijdrage leveren aan het stoppen van de culturele genocide.