Geen favorieten Gouden Palm

Met nog twee dagen en vier films in competitie voor de boeg moet Thierry Fremaux, in zijn tweede jaar als hoofdverantwoordelijke voor de selectie van het festival van Cannes, zich een klein beetje zorgen beginnen te maken. Dat er chaos dreigt vanaf zondag wegens een aangekondigde staking van ambtenaren, onder wie personeel van spoorwegen en vliegvelden, zodat veel festivalbezoekers vervroegd hun biezen pakken, daar kan hij niets aan doen. Evenmin kun je Fremaux verantwoordelijk stellen voor het feit dat veel langverwachte films net niet klaar waren voor deze editie, ook al leek zijn voorganger Gilles Jacob wel eens de dienstregeling van de hele wereldfilmproductie te bestieren.

Het grootste probleem is dat er tussen de twintig wel geselecteerde films te weinig zitten van de kwaliteit die je in Cannes verwachten mag. Als je het enthousiasme voor de formele provocaties van Lars von Trier (Dogville) en Gus Van Sant (Elephant) niet deelt, evenmin als het warme gevoel voor publiekslievelingen als Il cuore altrove van Pupi Avati en Les invasions barbares (het logische vervolg van de Frans-Canadees Denys Arcand op zijn eigen Le déclin de l'empire Américain uit 1987), dan blijven er weinig kandidaten voor een Gouden Palm over. Wellicht worden dat twee op de laatste dag vertoonde films (Clint Eastwoods Mystic River en het eerste deel van Peter Greenaways Tulse Luper-trilogie), alsmede de twee beste films tot nu toe, Nuri Bilge Ceylans Turkse vervreemdingsfilm Uzak en het subtiele Swimming Pool van François Ozon. Dan zijn er nog de uitbundig vormgegeven Chinese verzetsfilm Purple Butterfly van Lou Ye en de slechts in schijn politiek correcte Afghanistanfilm van de Iraanse Samira Makhmalbaf (At Five in the Afternoon), of heel misschien Aleksandr Sokoerovs Father and Son.

De Russische spiritueel Sokoerov heeft bijna elk jaar wel een nieuwe film in Cannes, zoals vorig jaar het bravourestukje Russian Ark. Dit jaar presenteert hij het vervolg op Mother and Son (1996), een relatief toegankelijke stream of consciousness-film over mannenlijven. De Querelle-achtige beelden doen soms vermoeden dat Sokoerov zich tot een nieuw geloof heeft bekeerd, dat van de herenliefde, maar dit is vast een onchristelijke gedachte. De film begint met een vervormde geboortescène, die zich transformeert tot de verstrengeling van twee naakte volwassen mannenlichamen. Ook al lijken de twee acteurs even oud, volgens Sokoerov zijn dit een vader en een zoon, vermoedelijk beiden beroepsmilitair, die bijzonder aan elkaar gehecht zijn, en tot haar grote teleurstelling weinig interesse voor hun buurmeisje tonen. Wel voor de buurjongen, overigens, maar dan bevinden we ons inmiddels op een gestileerd dakterras ergens in Lissabon.

Zoals meestal bij Sokoerov zijn locatie, tijd en logica diffuus, en moet je je laten meenemen door de stroom van zijn beeldpoëzie. Mij lukte dat dit keer aardig, al was ik achteraf wel teleurgesteld over de hypocriet lijkende afzwakking van de homo-erotiek in de film door in de persmap tegen evidente bewijzen van het tegendeel in vol te houden dat deze zoon en vader gewoon erg op elkaar gesteld zijn. Sokoerov is waarschijnlijk niet sarcastisch genoeg om te willen provoceren, dus is zijn kans op de hoofdprijs in Cannes relatief klein.

Vandaag in CS: Hans Beerekamp neemt afscheid van Cannes