Europees referendum

Toen het idee om de Europese Unie een formele grondwet te geven voor het eerst naar voren werd gebracht, zeiden de voorstanders dat dit de EU begrijpelijker zou maken voor haar inwoners. Zij hadden gelijk. De grondwet die zich ergens in de dikke lagen verdragen en gebruiken van de Unie schuilhoudt is zelfs voor experts nauwelijks te bevatten, en zoveel geheimzinnigheid wekt achterdocht. Nóg een reden om een echte grondwet op te stellen is – zoals de regeringen toegaven – dat het democratisch gehalte van de Unie in brede kring onvoldoende wordt geacht. De besluiten worden in de kern van de Unie genomen, ver van de burgers. De lijnen waarlangs rekenschap wordt afgelegd zijn lang. Een nieuwe grondwet zou hier meteen verbetering in brengen, zowel door te streven naar een beter democratisch evenwicht als door de wegen waarlangs rekenschap wordt afgelegd, begrijpelijker te maken. Dit alles zou de Unie dichter bij de mensen brengen.

Om deze redenen heeft The Economist het idee om een nieuwe grondwet voor de EU op te stellen, van harte gesteund. Wij zien met de grootste belangstelling uit naar 20 juni, wanneer Valéry Giscard d'Estaing, als vertegenwoordiger van de grondwetgevende Conventie, de Europese leiders een definitief voorstel zal aanbieden. Of de Conventie een goede of een slechte grondwet opstelt, staat te bezien. Tot dusverre zijn de tekenen niet hoopgevend, al kan er nog veel veranderen voordat het debat wordt afgerond. Maar ongeacht wat de Conventie zal voordragen, en ongeacht de opzet voor de grondwet die de deelnemende regeringen later op de beslissende intergouvernementele conferentie zullen aannemen, de redenen waarom deze hele zaak in de eerste plaats is ondernomen maken één ding zeker: de nieuwe grondwet moet in alle lidstaten worden onderworpen aan een referendum.

Misschien wordt de nieuwe grondwet een stoutmoedige stap in de richting van de ,,steeds nauwere eenwording' waarvan sprake was in een van de vorige verdragen van Europese Unie. Misschien zal de grondwet [...] dat ideaal uitdrukkelijk verwerpen, en in plaats daarvan een stabiele regeling presenteren op basis van het subsidiariteitsbeginsel (het idee dat besluiten moeten worden genomen zo dicht mogelijk bij de mensen wie ze aangaan). Misschien zal de nieuwe grondwet geen van deze dingen doen, en alleen maar de bestaande afspraken – die als gevolg van de manier waarop de Unie zich heeft ontwikkeld ondoorzichtig zijn geworden – compacter en helderder formuleren. Voor de noodzaak om de grondwet legitimiteit te verschaffen, maakt dit geen verschil. [...]

Referenda kunnen hun bezwaren hebben, maar als er één politiek besluit is dat zich leent voor een dergelijke stemming, dan is het wel een nieuwe (of verhelderde) regeling voor de grondwet. Enkele regeringen hebben zich al verplicht tot zo'n raadpleging. Vele andere denken erover. In Groot-Brittannië – waar volgens een recente peiling 84 procent van de inwoners de nieuwe grondwet aan een referendum zou willen onderwerpen – heeft de regering het idee bruusk van de hand gewezen. Aangezien die regering sinds 1997 34 referenda heeft gehouden (merendeels over burgemeesters), lijkt het merkwaardig om de belangrijkste constitutionele kwestie waarmee het land in tientallen jaren is geconfronteerd, hiervan uit te sluiten.

,,De mensen die campagne voeren voor een referendum kunnen net zo goed hun spandoeken opbergen en zich het geld besparen, want het komt er niet', heeft Peter Hain – Brits minister voor Europese Zaken, vertegenwoordiger bij de Conventie en bekend pleitbezorger voor de democratie – verklaard. Daar gaat de rekenschap. Hain moet worden gedwongen zijn woorden in te slikken. Laat het volk kiezen.

Gerectificeerd

Persstemmen

In de rubriek Persstemmen over het Europees referendum (23 mei, pagina 7) ontbreekt de bron. De desbetreffende persstem kwam uit The Economist.