Empathie is het raakvlak

`Ik heb twee ambachten, die ik gescheiden houd ten bate van mijzelf en ten bate van anderen', schreef de dichter Rutger Kopland in 1995 in Het mechaniek van de ontroering. Behalve dichter is hij immers ook psychiater, bekend onder de naam R.H. van den Hoofdakker. Maar een `dichter-psychiater' wil hij dus niet zijn; het gaat om twee verschillende bezigheden, met elk hun eigen werkwijze en doel. Dat betekent niet dat er geen verband zou bestaan tussen poëzie en psychiatrie. Kopland schreef daar zelf al vaker over en veel mensen vinden de combinatie klaarblijkelijk ook fascinerend, want telkens weer wordt hem de vraag voorgelegd hoe zijn twee bezigheden zich tot elkaar verhouden.

In het pas verschenen Twee ambachten stelt Kopland/Van den Hoofdakker dit vraagstuk opnieuw aan de orde, dit keer op een indirecte manier. Twee ambachten is een bundeling van eerder verschenen lezingen en opstellen, deels gewijd aan de psychiatrie, deels aan de poëzie. Door zijn licht over beide terreinen afzonderlijk te laten schijnen, probeert hij de vraag naar hun verwantschap te beantwoorden.

In het eerste deel blikt Van den Hoofdakker terug op zijn loopbaan en de ontwikkelingen in zijn vakgebied, de biologische psychiatrie, dat hij graag zou behoeden voor de verleiding om geestelijk lijden te reduceren tot een in de hersenen gelokaliseerd biochemisch defect. Door zich tegen dit simplisme te keren, dempt hij tegelijkertijd de pretenties van het vakgebied. Zoals een mens niet losgezien kan worden van zijn omgeving, zo krijgt de vooruitgang in de hersenwetenschap pas betekenis in samenhang met andere disciplines en benaderingen.

Het tweede deel bevat stukken over de gedichten van anderen – onder andere een liefdesverklaring aan het werk van Szymborska – maar vooral over Koplands eigen poëzie; waarin die een aanleiding vond en hoe die tot stand kwam. Zo doet hij in de van hem bekende dagboekvorm verslag van de wording van een aantal gedichten bij een serie schilderijen van Co Westerik

Twee ambachten lijkt in toon en stijl, vorm en inhoud sterk op eerdere bundels, maar heeft in beide afdelingen nog genoeg moois te bieden. Wat duidelijk wordt is in de eerste plaats natuurlijk dat psychiatrie en poëzie twee heel verschillende dingen zijn, voor wie daar nog aan mocht twijfelen. Wie naar de raakvlakken zoekt, komt op basis van dit boek uit in de buurt van het begrip empathie. Psychiater en dichter dienen daarover beiden in grote mate te beschikken. De psychiater om zijn patiënt werkelijk te begrijpen en zich in diens binnenwereld in te kunnen leven; de dichter om zich tijdens het schrijven te kunnen verplaatsen in een lezer, in iemand die hem beter begrijpt dan hij zelf. Geslaagde empathie veroorzaakt een ervaring die je, afhankelijk van de context, therapeutisch of esthetisch kunt noemen, een gevoel van gekend zijn bij de patiënt, van herkenning bij de lezer: ja, zo is het. Precies!

Rutger Kopland/R.H. van den Hoofdakker: Twee ambachten. Over psychiatrie en poëzie. Van Oorschot, 197 blz. €17,50