Een paard belichaamt redding

In het Fries Paardencentrum in Drachten speelt zich in een reusachtige manegebak het drama af van de Friese Kening Lear en zijn dochters Gonda, Regine en Hartbrecht.

De vondst ontstaat voor mijn ogen 's avonds tegen elf uur in het Fries Paardencentrum in Drachten. Middenin een repetitie van Kening Lear, de Friese versie van Shakespeares King Lear, staan de koning en zijn nar samen op het lege toneel. Ooit reed de koning trots rond in een praalwagen, goudglanzend van opsmuk, getrokken door acht paarden. Maar de koning vervalt tot waanzin en zijn bezit vergruizelt. Hem rest niets dan een tweewielige boerenkar, getrokken door diezelfde nar. Een wiel breekt af en dat is tenslotte het laatste en enige van waarde. Vervolgens gaat een storm geweldig tekeer boven het hoofd van koning en nar. Rients Gratama, de Friese cabaretier in de titelrol van Lear, loopt achter zijn nar aan die het wagenwiel voor zich uit duwt. Dat wiel symboliseert van alles: rad van fortuin, wiel van het lot, cirkelgang van het leven, zelfs het zonnewiel ofwel wheel of fire.

Het beeld is mooi maar niet af. Regisseur Jos Thie stelt voor: ,,Rients, als jij nu eens dat wiel voortrolt... En dan komt de nar achter jou aan''. Gratama, eenenzeventig jaar oud, licht het wiel van de grond en rolt het met felle gebaren de achtergrond in. Hij laat het los en slingerend tolt het wagenwiel verder. Heel de grillige ongewisheid van het menselijk bestaan in een beeld gevangen.

King Lear vertelt het verhaal over een oude, middeleeuwse vorst die twee boosaardige dochters heeft. Als echte wraakgodinnen beschikken ze over een vreeswekkend attribuut. De oudste, Goneril, laat zich vergezellen door een gier en de ander, Regan, kiest voor een span Ierse wolfshonden. De dochters zijn hebzuchtig en belust op de rijkdom van hun vader.

64 dieren

Dan is er de derde en jongste dochter, de tedere Cordelia. Haar lievelingsdier is een zwart paard. Dieren, onbereden en bereden paarden, een storm met regen en bliksem, de ongetemde krachten van de natuur spelen in Shakespeares tragedie King Lear (1605-1606) een even belangrijke rol als mensen. Vierenzestig verschillende dieren worden ruim honderddertig keer genoemd. De natuur zoals Shakespeare die hier uitbeeldt is niet de lieflijke van bomen en bloemen. Als Lear het heeft over de `natuur' dan duidt hij op een duistere oerkracht. Maar voor hem is het ook een feit van de natuur dat hij vader is van zijn dochters en dat zij hem moeten gehoorzamen, of ze dat nu willen of niet.

In het decor, ontworpen door Niek Kortekaas, overheerst een reusachtige zon. Dit hemellichaam kan bliksemen, het draait rond, het stuurt schitterende stralen rond. Een van de personages in Lear, de graaf van Gloucester, spreekt over een maansverduistering. Volgens historische bronnen vond die inderdaad in Engeland plaats in de tijd dat Shakespeare zijn Koning Lear schreef, oktober 1605. Regisseur Jos Thie van het Friese gezelschap Tryater las over de maans- en zonsverduisteringen waarmee King Lear begint, vier jaar geleden, augustus 1999, op een camping in Zuid-Frankrijk, terwijl boven hem in West-Europa de zon werd verduisterd.

Voor Jos Thie stond van begin af aan vast: zijn regie van Kening Lear, door Bouke Oldenhof vertaald en bewerkt in het Fries, zou een voorstelling worden over natuurkrachten. Thie maakte eerder groots gemonteerde voorstellingen op locatie, zoals ABE! in het voetbalstadion van Heerenveen, Peer Gynt in de duinen van Terschelling en de opera Orfeo Aqua op een Fries meer. Deze reeks voltooit hij nu met Kening Lear. Zijn keuze viel op het Fries Paardencentrum in Drachten, een gloednieuwe manege met drie `bakken', buitenpistes en rijhallen. In een met zand bedekte, reusachtige bak speelt Kening Lear zich af.

De hengst Meindert, Cordelia's geliefde paard, wordt hier gedresseerd voor de voorstelling. In zijn manen zijn witte bloemen gevlochten. De rol die voor Meindert is weggelegd, lost meteen een klassiek probleem op in de opvoeringsgeschiedenis van King Lear. Aan het eind van zijn leven wil de koning het rijk verdelen onder zijn drie dochters. Maar hij stelt een voorwaarde: wie het meest van haar vader houdt, heeft recht op het grootste erfdeel. De oudste twee koningsdochters putten zich uit in vals gevlei. Cordelia houdt oprecht van haar vader, maar zij kan niet vlijen. Lear, vertoornd door haar schijnbare onwil, verbant haar naar Frankrijk. Cordelia is dus alleen in het begin aanwezig. Pas weer aan het slot keert ze terug, maar dan gaat ze snel dood, vermoord door een handlanger van een van haar zusters. Thie en Oldenhof kwamen op het idee de zwarte hengst Meindert met zekere regelmaat door de bak te laten dwalen, getooid met witte bloemen, alsof het paard door het rijk van Lear doolt op zoek naar zijn berijdster. Aan het eind zullen lelieblanke bloemen over het toneel sneeuwen wanneer de dode Cordelia door haar paard wordt gevonden.

,,Het viel me op'', zegt Thie, ,,dat de oude koning aldoor rept over paarden. `Waar zijn ze?' vraagt hij zich keer op keer af. Het dier geeft hem de status van koning terug. Een paard belichaamt ook redding, zeker als je op de reusachtige heide verdwaald bent en elk gevoel van richting hebt verloren. In mijn regie voert de band tussen Lear en het paard nog verder: wanneer in de waanzinscène niemand gelooft dat hij eens de machtige koning Lear was, roept hij een paard naar zich toe. Het knielt voor hem. Dat sterkt hem in de waan dat hij nog altijd koning is.''

In de bewerking van Bouke Oldenhof heet Cordelia anders, namelijk Hartbrecht. Goneril heet Gonda en Regan is Regine. De voorstelling is verplaatst uit Engeland naar de bloeitijd van de Friese koningen, zo rond achthonderd. Engeland en Friesland onderhielden toen hechte banden, bovendien is het Fries verwant aan het Engels. Voor Oldenhof is de klankrijkdom van het Fries groter dan het Nederlands. De keuze voor Rients Gratama in de titelrol heeft alles te maken met het Fries, met zijn vermogen met taal de aandacht van de zaal te vangen. Lears toneeldochter Tamara Schoppert, vijfendertig, zegt: ,,Wanneer je naast Gratama op het toneel staat dan voel je zijn vermogen het publiek te bespelen. Het is of hij ze aan touwtjes heeft.''

Onrechtvaardig

Tamara Schoppert speelde eerder, ook in de regie van Jos Thie, nogal etherische vrouwenrollen, zoals Nina in Tsjechovs De meeuw, Ophelia in Hamlet en het wachtende meisje Solveig in Ibsens Peer Gynt. Ze wil van Cordelia niet weer een al te symbolische, frêle figuur maken. ,,Ik wil duidelijk maken dat ik echt om mijn vader, koning Lear dus, geef'', verduidelijkt ze. ,,Al wijst hij Hartbrecht af, dan nog kijk ik hem aan en probeer ik duidelijk te maken: `Luister toch naar me, hoor me, ik ben je dochter, ik houd van je'. De vrouwenrollen die ik speelde hebben altijd te maken met het zoeken naar de waarachtigheid van de liefde. Lear verstaat zijn dochter niet. Wat hij haar aandoet is onrechtvaardig en bruut: hij neemt haar haar mantel af, ze wordt gescheiden van haar paard en weggestuurd. Ik blijf aldoor dicht bij Lear, vlak achter de coulissen. Als ik dan weer opkom, moet blijken dat ik aldoor aan mijn vader heb gedacht. Ik hecht mijn blik aan de zijne en hij kan niet anders dan die ook vangen''.

In de naam Hartbrecht klinkt `gebroken hart' door, net een nuance anders dan Cordelia, dat `trouw hart' betekent. Rients Gratama en Tamara Schoppert verbazen zich er allebei over dat in King Lear nooit met een woord wordt gesproken over een moeder. Schoppert: ,,Natuurlijk moet er een moeder geweest zijn, een koningin Lear. Het is onthutsend dat zij zo volstrekt afwezig is. Voor mijzelf heb ik ingevuld dat mijn moeder van Lear is gescheiden, en dat begrijp ik: hij is een onmogelijke man''.

Rients Gratama heeft bijna vijftig jaar ervaring met toneelspelen. Hij is begonnen in Friese muzikale komedies, daarna werd hij `entertainer'. Gratama moet, naar hij zegt, ,,alles afleren'' om deze toneelrol te spelen. ,,Ik ben gewend om als cabaratier te reageren op de zotheid van de mens. Nu ben ik zelf als Lear een zot iemand, een man met wie iedereen de hele avond bezig is, en dat beseft hij niet eens. Altijd ben ik in de weer, als entertainer, met eigen gedachten, eigen observaties. Van nature relativeer ik, maar dat kan op het toneel niet. Als je iets vindt of meent, dan moet je dat vinden of menen. Dat wil het publiek, dat wil uitersten. Mijn grootste angst is dat het publiek denkt: Gratama in de hoofdrol, dat wordt een avondje cabaret. en Lear is geen cabaret''.

`Kening Lear' door Tryater. Fries Paarden Centrum, Drachten. Première 24/5. Te zien t/m 22/6 aldaar. Inl.: 0512 - 51 33 44; website: www.keninglear.nl.