Doet u mij dat jonge, mooie lijf maar

De midlife-crisis blijft een onuitputtelijke bron van inspiratie voor de Brits-Pakistaanse schrijver Hanif Kureishi. Mannen van middelbare leeftijd die jeugdig willen blijven en buiten hun huwelijkse leven om naar gepassioneerde seks zoeken, dat was het thema van zijn verhalenbundels Love in a Blue Time (1997) en Midnight All Day (2000) en de verfilmde novelle Intimacy (1998). In zijn nieuwste bundel The Body and Seven Stories werkt hij in het titelverhaal het volgende gedachte-experiment uit. Wat te doen als je als man op middelbare leeftijd het aanbod krijgt om je aftakelende lichaam in te ruilen voor een jong en aantrekkelijk lichaam? Niet voor altijd, maar gewoon, een tijdje met lichaamsvakantie? Welk lijf zou je kiezen? Wat zou je ermee doen?

Kureishi's thematiek mag dan weinig origineel zijn, zijn vlotte, heldere, bijna transparante proza voert je vanzelf mee in het pornografische genot dat de getrouwde toneelschrijver Adam, de hoofdpersoon van The Body, ten deel valt bij het uitzoeken van zijn ideale lichaam. Adam, die een `leesbril nodig heeft om het tijdschrift te kunnen zien waarbij hij masturbeert', kiest een lichaam van `klassieke schoonheid, als de beelden in het British Museum, blank, noch zwart, maar licht gebruind, met een mooie stevige penis en zware ballen'. De juiste penis en ballen, daar draait het om. Ze beloven royaal lichaamsgenot en onuitputtelijke aandacht van de andere sekse.

Adam, die na zijn lichaamsverhuizing zijn naam in Leo verandert, blijkt echter een getrouwde man met een geweten. Telt seks met een nieuw lijf als overspel? Ontroerend is het fragment waarin Leo, die na talloze vrijpartijen heimwee heeft gekregen, op bezoek gaat bij zijn echtgenote. Ze dansen samen op haar lievelingsmuziek en hij verleidt zijn eigen vrouw met zijn jonge viriele lichaam tot een kus.

Vergankelijkheid

Kureishi, die filosofie studeerde in Londen, verbindt in The Body op vermakelijke wijze het platte met het verhevene om zo filosofische vragen over identiteit te verkennen. Hoe verhouden geest en lichaam zich tot elkaar? Blijf je dezelfde, ondanks een nieuwe verpakking, of verandert een ander lichaam wie je bent? Is een hedonistische levenswijze nastrevenswaardig? En welk lichaam biedt de garantie voor het interessantste leven? Zou je als blanke man niet liever eens het lichaam van een zwarte man of een vrouw proberen? `Denk je eens in hoeveel je dan van de maatschappij opsteekt', aldus de arts in The Body. Adam werpt de suggestie luchtig terzijde. `Maar kan ik daar niet gewoon een boek over lezen?'

Uitgeverij Anthos koos ervoor om The Body in het Nederlands zelfstandig uit te geven als een roman. Hoewel Het Lichaam een prachtige vertelling is die goed op zichzelf kan staan, oogt het toch wat mager. De zeven extra verhalen van de Engelse editie kleden nu juist `het lichaam' verder aan door andere aspecten van identiteit en vergankelijkheid te belichten. Twee van de verhalen gaan over vader-zoon relaties en de vraag wat van iemand bewaard blijft in zijn kinderen; één verhaal gaat zowaar over de midlife-crisis van een vrouw van middelbare leeftijd die zich niet op het lichamelijke, maar op het spirituele stort – zij het dat we haar verhaal vernemen vanuit het perspectief van haar tobbende echtgenoot.

In het sterkste verhaal, `Face to Face with You', maken we kennis met het doorsnee stel Ed en Ann. Ze zijn opgetogen omdat ze nieuwe buren krijgen, die dezelfde interesses blijken te hebben als zijzelf. Maar de gelijkenis is zo groot, dat Ed en Ann een identiteitscrisis krijgen. Met zijn vermogen om sterke dialogen te schrijven, brengt Kureishi prachtig de vertwijfeling en de groeiende zelfhaat van het stel over op de lezer.

Lezend in de verhalenbundel waarin de identiteit van personages vooral bepaald wordt door hun leeftijd en het lichaam dat daarbij hoort, zou je bijna vergeten dat Kureishi, zoon van een Engelse moeder en een Pakistaanse vader, vooral bekendheid verwierf als scenarioschrijver van multiculturele films als My Beautiful Laundrette (1985). Hij debuteerde als romanschrijver met het semi-autobiografische The Buddha of Suburbia (1990), over een Pakistaanse jongen die naar Londen emigreert en het racisme van het conservatieve Engeland aan den lijve ondervindt.

Wie The Body and Seven Stories samen leest met Dreaming and Scheming, de vorig jaar in Engeland verschenen bundeling van Kureishi's `allerbeste non-fictie' van de afgelopen vijftien jaar, en onlangs in het Nederlands vertaald als Dromen en daden, krijgt een goede indruk van een thematische verschuiving in het werk van Kureishi. Zag hij in zijn vroege politieke beschouwingen iemands culturele achtergrond als voornaamste bepalende factor voor iemands identiteit, in zijn latere werk ligt de nadruk sterker op seksualiteit.

In de stukken die zijn opgenomen in het eerste deel van Dreaming and Scheming, `Politics and Culture', vertelt Kureishi hoe hij opgroeit in het Engeland van de jaren zeventig. Hij identificeert zich aanvankelijk vooral met de Pakistanen, en verdiept zich in de islamitische wereld die hij verdedigt. Omdat hij nog nooit een stap gezet heeft in een islamitisch land, reist hij op een dag af naar Pakistan, op zoek naar de wortels van zijn culturele achtergrond. Daar voelt hij zich meer toerist dan hij had verwacht. Met lede ogen ziet hij bijvoorbeeld toe hoe de Pakistaanse jeugd haar toevlucht zoekt tot heroïne onder het mom van koloniaal verzet omdat het een `antiwesterse' drug zou zijn. Kureishi krijgt steeds meer moeite met het separatistische `all whites are devils'-gedachtegoed van de Black Muslimbeweging. Zijn thuis is immers een witte wijk in Londen en hij heeft een witte moeder. Hij ontpopt zich tot een antifundamentalistische denker.

Succesverhaal

Het tweede deel bevat zes dagboekfragmenten over de films waarvoor hij het scenario schreef. Enigszins zelfvoldaan vertelt hij daarin hoe hij steeds opnieuw zijn onzekerheden overwon en het ene na het andere succesverhaal inrolde. Een van de dagboeken gaat over verfilming van Intimacy, een film die bij verschijning in 2001 voor flink wat opschudding zorgde wegens de expliciete seksscènes. Opvallend is dat Kureishi zich in de bundel niet uitlaat over de discussies die zich toen rondom zijn persoon hebben afgespeeld. Woedende familieleden van Kureishi, onder wie zijn ex-echtgenote, lieten de Britse pers weten dat de schrijver al te onbeschaamd te werk was gegaan, door zijn eigen overspel en scheiding als inspiratiebron te gebruiken.

Niet minder zelfgenoegzaam, maar wel een stuk boeiender zijn de stukken over het ontstaan van zijn schrijverschap, de rol van schrijven in zijn leven en het overbrengen daarvan op een volgende generatie. In de inleiding schrijft Kureishi over de invloed op zijn schrijverschap van zijn vader, die moest toezien hoe zijn zoon een succesvol publicist werd, iets dat hem zelf niet lukte. In het derde en laatste deel van de bundel, `Writing', schrijft Kureishi over zijn werkrelatie met de studenten aan wie hij schrijfles geeft. `Natuurlijk, zoals ieder schoolkind en leraar weet, zijn klaslokalen seksuele plekken. Meedoen aan een workshop schrijven is altijd meer erotisch dan in je eentje achter een bureau zitten, wat voor sommigen een manier kan zijn om het lichaam te ontvluchten. Sommige willen leren, anderen willen de leraar.' Net als de andere stukken is ook dit stuk ongedateerd opgenomen in de bundel. Het geeft de bundel een zekere pretentie van tijdloosheid die niet wordt waargemaakt. Maar het past bij de schrijver wiens personages geobsedeerd zijn door vergankelijkheid, en die er verbluffend genoeg steeds in slaagt om zijn eigen leeftijd onvermeld te laten.

Hanif Kureishi: The Body and Seven Stories. Faber & Faber, 266 blz. €24,15. Het titelverhaal werd door Molly van Gelder vertaald als Het lichaam. Anthos, 136 blz. €17,90

Hanif Kureishi: Dreaming and Scheming. Reflections on Writing and Politics. Faber & Faber, 270 blz. €16,60. Vertaald door Marijke Koch als Dromen en daden.

Anthos, 288 blz. €23,90