De strijd met Streuvels

Hedwig Speliers is al gebiologeerd door Stijn Streuvels (een pseudoniem van Frank Lateur, 1871-1969) sinds midden jaren zestig, toen hij met het woeste Omtrent Streuvels. Het einde van een mythe dit Vlaamse monument probeerde omver te trekken. Het Streuvels-beeld dat hij sedertdien in diverse publicaties schetste, kon altijd rekenen op veel kritiek, zelfs de veelgeprezen en redelijk evenwichtige biografie Dag Streuvels die Speliers in 1994 publiceerde.

Die biografie verscheen zonder bronvermeldingen, een doodzonde voor zo'n boek, maar Speliers maakte dat meer dan goed in de studie Als een oude Germaanse eik die hij in 1999 publiceerde over Streuvels' verhouding tot Duitsland. Dat boek had weer de onbesuisdheid van Speliers' beginwerk, maar in dit geval nam je dat voor lief, omdat Speliers met een overdonderende kracht van argumenten aantoonde hoe Streuvels zich zowel tijdens de Eerste Wereldoorlog, het interbellum als de Tweede Wereldoorlog met een aan collaboratie grenzende gewilligheid had laten misbruiken door de Duitsers in het kader van hun `Flamenpolitik'. In Als een oude Germaanse eik benaderde Speliers de wederzijdse aantrekkingskracht tussen Streuvels en Duitsland via een stoet vertalers en uitgevers, die Streuvels vaak onbeschaamd voor hun ideologische doeleinden gebruikten. Speliers haalde voor dat boek een enorme hoeveelheid gegevens boven water, vergelijkbaar met wat Adriaan Venema destijds met betrekking tot Vestdijk deed in het voorlaatste deel van zijn Schrijvers, uitgevers en hun collaboratie. Venema slaagde er echter zelden in zijn gegevens op een betekenisvolle manier te groeperen en sloeg ook in zijn interpretaties voortdurend de plank mis; met Speliers was het aanzienlijk minder erg gesteld, maar ook hij verdronk soms in het grote aantal gegevens. In zijn nieuwe boek over Streuvels is dat nog minder gelukt. Vormde tenminste in het voorgaande deel van zijn Streuvels-reeks Duitsland nog de bindende factor, in Met politiek bemoei ik mij niet ontbreekt zo'n helder thema. Duitsland speelt in een aantal hoofdstukken nog wel op de achtergrond een rol. De ondertitel is ronduit misleidend, want het gaat voornamelijk over Streuvels en besteedt aan het grootste deel van `de literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum' geen aandacht. De hoofdstukken hangen als los zand aan elkaar, met uiteenlopende onderwerpen zoals Felix Timmermans als concurrent van Streuvels, de Engelse vertalingen van Streuvels' roman Langs de wegen, de verhouding van Streuvels tot een aantal Vlaams-nationalistische uitgevers en Streuvels' correspondentie met zijn Nederlandse evenknie Antoon Coolen. Toch geeft Speliers verspreid door zijn boek over een aantal zaken nieuwe, onbekende informatie, maar die dreigt door de talloze, vaak niet of nauwelijks terzake doende uitweidingen, ondergesneeuwd te raken. Dat is jammer, want ondanks de hierboven geformuleerde bezwaren zou dit boek door een strakke en strenge redactie een bijdrage hebben kunnen vormen tot begrip van Streuvels' eigen `Flamenpolitik' en zijn politieke houding in het interbellum.

Hedwig Speliers: Met politiek bemoei ik mij niet. Tussen democratie en dictatuur: de literatuur in Vlaanderen tijdens het interbellum. Manteau, 320 blz. €24,95