De scriptie van Atta

Voor Mohammed Atta gezagvoerder van de verwoesters werd, heeft hij eerst architectuur gestudeerd in Kairo en daarna stedenbouwkunde aan de universiteit van Hannover. In zijn doctoraalscriptie behandelt hij het conflict tussen traditie en moderniteit in het Midden-Oosten. Ik wist het niet, ik heb het gelezen in de Financial Times van het afgelopen weekeinde, in een interview met Daniel Libeskind, de architect wiens ontwerp voor de vervanging van de Twin Towers is bekroond. Het zal niet algemeen bekend zijn, want anders was Edwin Heathcote, de gezaghebbende architectuurcriticus van dit dagblad, zijn verhaal over moraal en architectuur niet met deze mededeling begonnen. Osama bin Laden komt uit een familie van bouwers en aannemers. Dat wisten we, al zou je het niet meteen zeggen als je hem op de foto ziet, met zijn kalasjnikov op zijn knieën.

Maar nu Atta. Afgezien van de verbetenheid die op de bekende foto uit zijn hele gezicht spreekt, zou hij gemakkelijk voor een moderne academicus kunnen doorgaan, een architect, waarom niet. En hij investeert jaren van zijn leven in de studie, bekwaamt zich verder in het buitenland, voltooit het theoretische deel van zijn opleiding en begint dan aan de praktijk. Dit betekent dat hij leert vliegen, een groot modern verkeersvliegtuig leert besturen, ook niet gering, en voltooit dit alles, dit werk van jaren en jaren met de historische verwoesting, waarbij hij duizenden meesleept in de dood.

Al het bouwen, van je eerste constructie uit de blokkendoos tot de Toren van Babel en het Centre Pompidou – om een paar ingewikkelde voorbeelden te noemen – heeft iets gemeenschappelijks. Het is een stapelen, zo hecht en stevig dat het niet instort. Wie zelf bouwt, of zich verdiept in het bouwen van anderen, zal zich op een bijzondere manier met de constructie kunnen vereenzelvigen; dat wil zeggen een gedachtegang begrijpen, en vervolgens kunnen voelen hoe een en ander in elkaar zit. Of dat niet meteen kunnen voelen en dan zijn hart vasthouden, wat in feite ook op sympathie voor de bouwer wijst.

Zo bekeken zijn, denk ik, alle bouwers familie van elkaar. Hoe kom je ertoe, het werk van vakgenoten dusdanig te verafschuwen, of erger, zo diep te haten dat je er alles ervoor over hebt om het van de aardbodem te doen verdwijnen? Iemand die jarenlang onder ons geweest is, die zich als lid van de familie heeft gedragen en ook als zodanig werd bejegend, ontpopte zich plotseling als de absolute vreemde. Wat staat er in de doctoraalscriptie van Mohammed Atta? Ik ben nieuwsgierig naar deze tekst, of misschien dit voorwoord tot de daad van de volstrekte onverzoenlijkheid.

Het is zeer de vraag of het ontwerp van Daniel Libeskind ooit zal worden verwezenlijkt. Voorlopig is er geen geld. De financiën van de stad New York zijn in een troosteloze toestand. De subway kost nu twee dollar, er wordt bezuinigd op het gratis warm eten voor de arme ouden van dagen, de politie krijgt minder geld, het aantal daklozen neemt zichtbaar toe, en zelfs worden er brandweerkazernes gesloten. Bovendien is er natuurlijk, zoals overal, de partij van de omwonenden met de gebruikelijke duizend-en-een bezwaren. Maar als het er op een goeie dag zou komen, dan staat daar een weergaloze constructie, een complex van rijzige hoogbouw, licht, en even ingewikkeld als toegankelijk. Libeskind is een vertegenwoordiger van de school die van mening is dat architectuur een moraal moet hebben. Dit is dan de moraal van trots en openheid. Voor Atta en de zijnen waarschijnlijk nog weerzinwekkender dan wat er heeft gestaan voor deze plaats Ground Zero werd genoemd.

Zo ver is het dus nog niet. In deze tijd van oorlog leven we op de grens tussen een verschrompelend optimisme en een nog aarzelend maar groeiend pessimisme. Of misschien is pessimisme niet het goede woord. Eerder een versloming tot een stemming van fatalistische afwachting.

Kort na de aanval op het World Trade Center vroeg de New Yorkse kunsthandelaar Max Protetch, gespecialiseerd in architectuur, een aantal architecten van wereldreputatie hun ontwerp voor een nieuw WTC te maken. Dat was nog voor de Port Authority zijn prijsvraag uitschreef. Het resultaat is verzameld in een boek, A New World Trade Center, 58 ontwerpen, getekend en beschreven. Het is nu al een historisch document. Veel architecten wilden nog hoger de lucht in. Men liet zich de Roaring Nineties niet zomaar afnemen.

Maar één ontwerp, dat van de Brit Ben Nicholson, niet vrij van satirische bedoelingen, nam een voorschot op wat mogelijk de nieuwe tijdgeest is. Hij heeft een put getekend, even diep als het WTC hoog was. Ziet eruit als onze Echoput, bij Hoog Soeren, gegraven op last van koning Lodewijk Napoleon. Bestaat die put nog? Hoe dan ook, een vroege voorloper van het pessimistisch evenement.