Banken gevraagd voor hulp in Irak

Nederlandse banken, waaronder ABN Amro en ING, zijn door de Amerikaanse overheid gepolst of ze mee willen werken aan de opbouw van een nieuw financieel stelsel in Irak. Dat bevestigen woordvoerders van beide banken.

Het gaat volgens ING om ,,gesprekken in een verkennende fase'' die nog geen officiële status hebben. Ook ABN Amro spreekt van overleg ,,in een zeer pril stadium''. De banken is gevraagd wat zij zouden kunnen bijdragen aan de opbouw van een nieuw systeem voor betalingsverkeer in Irak.

,,Ons dochterbedrijf ING Government Advisory Services heeft veel ervaring met dit soort opdrachten, onder andere in Oost-Europese landen en in Afghanistan, dus wij kunnen zeker iets betekenen'', zegt een ING-woordvoerster. Een woordvoerder van ABN Amro zegt dat de bank ,,vereerd'' is, maar dat hij betwijfelt of de Nederlandse banken een grote rol kunnen spelen in Irak. ,,Je mag aannemen dat de Amerikaanse en Britse banken een voortrekkersrol zullen vervullen. Maar misschien kunnen wij iets betekenen als onderaannemer.''

Zo'n driehonderd Nederlandse bedrijven hebben zich, onder de vlag van werkgeverscentrale VNO/NCW en het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (NCH), verenigd in een Task Force Irak, die onderzoekt hoe Nederlandse bedrijven bij de wederopbouw van Irak betrokken zouden kunnen worden. ,,De situatie in Irak verandert nog dagelijks, dus het is nog uiterst onzeker hoe de handelsstromen zullen gaan lopen'', zegt NCH-directeur G. Vaandrager, die verwacht dat Nederlandse bedrijven met name op het gebied van waterbeheer, de bouw van havens en logistieke voorzieningen een rol zou kunnen spelen.

Vandaag bezoekt een delegatie van de Task Force een bijeenkomst in Londen waar het Amerikaanse bedrijf Bechtel onderaannemers werft voor wederopbouwprojecten in Irak. Ook is er een vertegenwoordiger van de Task Force op weg naar Bagdad.