Alle gekken naar de stad

In veel historische studies van de psychiatrie zijn de illustraties van matige kwaliteit. Neem de weergave van de foto's van de Jelgersmakliniek in Negenennegentig jaar tussen wal en schip. Geschiedenis van de Leidse Universitaire Psychiatrie (1899-1998) van H.G.M. Rooijmans (besproken in Boeken, 27.11.98): uitermate pover. In De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis staat een fraaie kleurenfoto van diezelfde kliniek. De vroegere naam Rhijngeest uit 1903 is in ere hersteld op de voorgevel.

De architectuurhistorica Noor Mens heeft met dit boek (ruim 400 foto's, ontwerptekeningen en kaarten) uitstekend werk geleverd. Hier komen nu eens niet de psychiaters of patiënten in beeld, maar de gebouwen. De tekst weerspiegelt de eeuwenoude pendelbeweging van groot- naar kleinschalig en de verandering van oud naar nieuw. Sinds de late Middeleeuwen ontstonden in de steden dol- en gasthuizen, zoals het uit 1461 stammende Willem Arntz Huis in Utrecht. Begin negentiende eeuw verbouwde de Utrechtse architect Christiaan Kramm het huis naar de eisen van die tijd. Eind 1890 werd Theo van Gogh hier opgenomen wegens verwardheid en verlammingsverschijnselen, kort na het overlijden van zijn broer Vincent. Diagnose: hersensyfilis. De opname gebeurde op instigatie van de psychiater Frederik van Eeden.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw verdwenen de gekken in grote gesloten gebouwen in bos en duin. Later werden die vervangen door complexen met afzonderlijke paviljoens. Recent zijn stadse woningen en kleine klinieken in woonbuurten in trek. Massale slaapzalen en dagverblijven lijken voorgoed tot het verleden te behoren. Bijna elke patiënt heeft een eigen kamer of appartement.

Onder het motto `alle patiënten terug naar de stad' is de psychiatrische slinger soms wat te ver doorgeschoten, waardoor Santpoort, het door de Haarlemse architect J.D. Zocher jr. in 1848 gebouwde gesticht Meerenberg, vrijwel verdween. In de Amsterdamse regio klinkt de roep om chronische bedden buiten de stad steeds luider. Het is een knap staaltje dat de schrijfster alle psychiatrische instellingen in haar boek heeft betrokken. Psychiaters én architecten moeten veranderde opvattingen over de psychiatrie proberen te vertalen in hun werk. Ondanks de veranderdrift is er veel bewaard gebleven, zoals het kerkje van Vogelenzang in Bennebroek, de ronde kapel met groen dak van Sint-Willibrordus in Heiloo, en het administratiegebouw met gemoedelijk torentje van Duin en Bosch te Castricum.

Als je maar lang genoeg wacht, komt al het oude terug. De recente verbouwing van het oudste gesticht van Nederland, Reinier van Arkel in Den Bosch (1442), bewijst het. Het resultaat is een kleinschalige, in de stad geïntegreerde, multifunctionele voorziening. Je kunt het modern noemen, maar dat is het niet. Het sluit aan op een eeuwenoude traditie. Zo is de cirkel toch weer gesloten.

Noor Mens (red.): De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis.

Inmerc, Wormer, 336 blz. €53,–