Vertrekpremie

In de themabijlage `Geld' van 10 mei miste ik een kleinigheidje dat al voor veel leed heeft gezorgd op mijn werk: UWV-GAK afdeling Werkeloosheidswet. Bij het stukje over wat je zoal kan doen met je vertrekpremie (`puzzelen met de belastingen') worden allerlei mogelijkheden gegeven om je gouden handdruk voor een aantal jaren vast te zetten.

Helaas wordt daar niet bij verteld dat er zoiets bestaat als een fictieve opzegtermijn. Kort gezegd komt dit erop neer dat het UWV vanaf de uitspraakdatum van de kantonrechter zelf gaat berekenen tot welke datum de opzegtermijn loopt. Deze opzegtermijn kan zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of algemene arbeidsvoorwaarden en/of in de CAO. Mocht de opzegtermijn hierin niet aanwezig of niet rechtsgeldig zijn, dan is het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Het gebeurt regelmatig dat een werknemer in een grijs verleden zijn handtekening heeft gezet onder een opzegtermijn van drie maanden voor hemzelf, en zes maanden voor de werkgever. Nadat hij vrolijk zijn vergoeding van een half miljoen in een stamrecht heeft vastgezet wordt hij dan geconfronteerd met een weigering van uitkering gedurende een maandje of vier.

Het gevolg: huilende `arme' rijke mannen in onze spreekkamer, met veel geld op de bank, maar droog brood op tafel.

Mijn advies aan diegenen die dreigen ontslagen te worden: lees je arbeidsvoorwaarden na zodat je in elk geval genoeg vergoeding meekrijgt om die fictieve opzegtermijn te dekken, en zet je geld niet vast voor je je uitkering binnen hebt!