Vermogensbeheer

In de column `Lux' van 17 mei, gaat Jeroen Wester in op het falend ondernemersbestuur in de kwestie Ahold. Hij grijpt deze gelegenheid aan om ABP en PGGM te kastijden vanwege hun passieve opstelling op het gebied van corporate governance. Zijn aantijging raakt kant noch wal.

ABP en PGGM geven al jaren blijk van een actieve opstelling als aandeelhouders.Diegenen die onlangs de aandeelhoudersvergaderingen bijwoonden van bijvoorbeeld ING, Reed Elsevier, Aegon, Vendex KBB, KPN en Numico waren daarvan getuigen. ABP en PGGM zijn voorts actief binnen (inter)nationale netwerken van corporate goverance, waaronder Stichting Corporate Governance Onderzoek voor Pensioenfondsen (SCGOP).

Corporate governance behelst tenminste de aspecten goed ondernemersbestuur en een actieve uitoefening van aandeelhoudersrechten. Ondernemingsbestuur laat Wester buiten beschouwing. Met het tweede aspect de aandeelhoudersrechten is het in Nederland droevig gesteld.

Administratiekantoren, structuurregime en bindende voordrachten worden ingezet om de aandeelhoudersinvloed te marginaliseren. Keer op keer hebben ABP en PGGM zich tegen deze praktijken gekeerd, in SCGOP-verband en daarbuiten.

ABP en PGGM vinden dat alle institutionele aandeelhouders hun stemrecht moeten uitoefenen, pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen. ABP en PGGM doen dat zoveel mogelijk, in binnen- en buitenland. Doch ook hier geldt dat het aandeelhouders niet gemakkelijk wordt gemaakt; stemmen op afstand is nog steeds in veel gevallen niet mogelijk.

ABP en PGGM kiezen ervoor om op een zakelijke en consistente wijze standpunten uit te dragen bij ondernemingsleiding, beleidsmakers en politici, ondersteund door effectief stemgedrag.

De zaak van corporate governance wordt daarmee gediend. Scherpe confrontaties in aandeelhoudersvergaderingen zijn geen doel op zich, zeker als het gaat om aandeelhoudersvergaderingen die louter informatief van aard zijn, zoals de vergadering van Ahold.

De verwijten van Wester zijn derhalve verkeerd geadresseerd.