Schrijf begrippen `links' en `rechts' niet te vroeg af

Soms lijkt het alsof `links' en `rechts' als politieke richtingaanwijzers zijn verdwenen. Maar steeds komen deze begrippen met vernieuwde kracht terug, meent Frits Bienfait.

Bas Heijne schreef in zijn rubriek op de Opiniepagina van 10 mei, dat de begrippen `links' en `rechts' in de politiek tegenwoordig ,,niet meer dan strohalmen'' zijn. Ze zouden onbruikbaar zijn bij het begrijpen van de huidige politieke situatie, en thuishoren in een oud wereldbeeld, waarin politieke stromingen ontstaan die ,,keurig van een revolutionair begin naar een apotheose van de bestuurlijke macht leiden en vervolgens aan een langzame neergang beginnen, of, als ze geluk hebben, hervormd worden''.

Maar alvorens we links en rechts kunnen afschrijven, moet wel duidelijk zijn waar ze eigenlijk voor staan (of stonden), en een zoektocht levert interessant materiaal op.

Heijne bedoelde met dat revolutionair begin natuurlijk de Franse Revolutie. Elf september 1789 wordt algemeen beschouwd als de geboortedatum van politiek links en rechts. Op die dag werd in de Assemblée Nationale gestemd over een vetorecht van de koning; de voorstemmers zaten rechts van de voorzitter, de revolutionaire tegenstanders links. Sindsdien heeft de links-rechts-polariteit, als tegenstelling van politieke gezindheden, zich geleidelijk aan verspreid over de moderne democratieën.

Hoe komt het nu dat ook wij, ruim twee eeuwen later, nog altijd vrijwel moeiteloos kunnen aanvoelen, maar niet zo makkelijk definiëren, wat links is in de politiek en wat rechts? Welk instrument geeft ons deze dubbelzinnige capaciteit?

Men neme een woordenboek van een Europese taal. Bij `rechts', en `recht' waar het van is afgeleid, staan naast de betekenissen `niet krom' en `aan de rechterzijde': normaal, eerlijk, billijk, juist, echt. `Links' en `link' leveren: onaangepast, onhandig, verkeerd, bedrieglijk, gevaarlijk.

Vanwaar dit patroon? Wat verbindt `rechts' met billijk, en `links' met onaangepast? Het antwoord geeft de antropologie. Tal van culturen over de hele wereld kennen al eeuwenlang een indeling van begrippen in twee sferen: een rechtse met noties als mannelijk, oud, sterk en, voor ons relevant: zekerheid, behoud, formeel, hiërarchie, traditie, en een linkse met de complementaire begrippen vrouwelijk, jong, zwak, en tegelijk gevaar, omverwerping, bedreiging, informeel, het nieuwe.

In de taal, getuige Van Dale, leeft ook bij ons deze indeling voort en in onze gewoonten brengen we dat elke dag tot uiting (`geef het goede handje'). Daarmee dragen we, haast ongemerkt, het instrument met ons mee om ook onze politieke gevoelens onderdak te brengen.

Zo weerspiegelt de rechtse sfeer het gedachtegoed van degenen die hechten aan continuïteit, in de overtuiging dat wat hunzelf het bestaan gegeven heeft, de beste garantie biedt voor hun nageslacht en hun gemeenschap. Voor hun voortbestaan zijn kracht, het bestaande recht (niet voor niets zo geheten), politie, leger en een stabiele economie essentieel. De linkse sfeer vertegenwoordigt de ideeënwereld van de zwakken, zij die niet aan de bak komen, en die streven naar een betere wereld dan die van rechts. Gesteund door wie zich met hen vereenzelvigen, eisen zij een hogere gerechtigheid, die ook hun een plaats onder de zon belooft. Ziehier de stabiele kernen van de politieke links-rechts-polariteit.

Variabel is echter de manier waarop het linkse en rechtse denken zich manifesteert in een wereld die steeds in beweging is. Zo werd de Sovjet-Unie oorspronkelijk als een schepping van links gezien, een bedevaartsplaats voor wie daar een Nieuwe Wereld zagen. Maar al gauw veranderde die in een dictatuur, gericht niet op vernieuwing, maar machtshandhaving: uiterst rechts dus, en daardoor konden wij juist de dissidenten als links ervaren. Een ,,stroming'' (Heijne) kan zich zo, door verstarring, vervreemden van haar bron.

Het is dit soort omkeringen die politicologen tot wanhoop dreef, als ze probeerden een inhoudelijke definitie voor de links-rechts polariteit te formuleren. Steeds bepaalt de actuele maatschappelijke context wat wij als `links' en wat als `rechts' ervaren.

De verschuivingen in de sympathieën van links en rechts gaan langzaam (zoals Meindert Fennema onlangs in de Volkskrant liet zien), maar vertonen een duidelijke logica. Dit is een groot voordeel in de vertegenwoordigende democratie. Immers, de kiezer moet maar hopen dat zijn gekozene ook de vier volgende jaren in zijn geest zal handelen; en dan hebben links en rechts door hun fundamentele consistentie de beste papieren. Met D66, dat zijn visie zo graag door de onvoorspelbare ratio laat dicteren (`Het redelijk alternatief'), en het CDA, dat zich naar behoefte kan beroepen op linkse of rechtse bijbelteksten, weet men het maar nooit. In het Britse parlement bepaalt van de oude polariteit alleen het simpele aspect `macht' welke partij rechts of links van de voorzitter zetelt.

Bas Heijne heeft `links' en `rechts' te vroeg afgeschreven. In een periode van verwarring, zoals vorig jaar, kan het lijken dat ze zijn verdwenen, maar uiteindelijk komen ze met vernieuwde kracht terug. Zelfs in het Koninkrijk der Hemelen zal `rechts' zich, onder eeuwigdurend psalmgezang, schurken in de aangename wetenschap dat het gajes elders huist maar er zal een `links' zijn, dat muzikale vernieuwing eist, en een ruimhartiger toelatingsbeleid.

Frits Bienfait is bioloog.