Scholen nog huiverig voor zij-instromers

Er is een tekort aan leraren en er staan duizenden zij-instromers te trappelen om aan de slag te gaan. Toch gebeurt dat mondjesmaat. Hoe komt dat?

Hij kreeg een dochter. Dat was de aanleiding om zichzelf een aantal vragen te stellen. Willem Leermakers (35) uit Best had ,,een fantastische baan bij een fantastisch bedrijf'', als rayonmanager bij uitzendbureau Randstad in Eindhoven. ,,Maar mijn voldoening zat niet in het binnenhalen van meer marktaandeel.''

Dat een collega overstapte naar het onderwijs, gaf de doorslag. Leermakers ging kijken op een basisschool, en raakte enthousiast ,,onderwijs is heel puur''. Hij meldde zich aan als zij-instromer bij het bemiddelingsbureau Career Centre Onderwijs in Den Bosch. Vervolgens duurde het een jaar voordat hij een baan vond op een basisschool in Vught.

Een jaar zoeken naar een baan, terwijl het lerarentekort geldt als de grootste plaag van het onderwijs. Onbegrijpelijk, vindt Ruud van der Star, directeur van Manpower Onderwijs, een van de twee partners van het Career Center Onderwijs. Deze week trok hij aan de bel. Ruim 20.000 mensen staan ingeschreven bij zijn bureau, gesubsidieerd door het ministerie van OCenW en landelijk opererend. Twee bestanden zijn het: 5.500 werkzoekenden voor het basisonderwijs, 14.500 voor het voortgezet onderwijs. En het lukt niet om die mensen een baan te bezorgen.

Dat het lerarentekort niet bestaat, wil Van der Star niet beweren. Er zijn grote regionale verschillen. En lang niet al die 20.000 mensen die staan ingeschreven, zijn daadwerkelijk geschikt voor het onderwijs. Waarschijnlijk komt 30 à 40 procent uiteindelijk voor de klas te staan, schat Van der Star. ,,Natuurlijk is er wel degelijk een tekort, en dat wordt de komende jaren door vergrijzing en uittredende leraren alleen maar groter. Het probleem is dat scholen daar onvoldoende van doordrongen zijn, en veel te huiverig zijn om zij-instromers aan te nemen. Ze kunnen daar beter nu aan beginnen, want zometeen wordt de druk alleen maar groter.''

Zij-instroom, ingevoerd in augustus 2000, is een van de wapens van het ministerie tegen het lerarentekort. Mensen zonder lesbevoegdheid uit andere sectoren kunnen overstappen naar het onderwijs, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Ze moeten beschikken over een hbo- of universitair diploma, en over `relevante maatschappelijke of beroepservaring'. Zodra een school belangstelling heeft, krijgt de kandidaat een assessment (geschiktheidsonderzoek), waarbij gekeken wordt welke vaardigheden nog ontbreken. Daarna gaat de zij-instromer aan het werk, en volgt hij gelijktijdig scholing. Nu moet de opleiding in twee jaar worden voltooid, minister Van der Hoeven (Onderwijs) wil dat een nieuwe leraar er vijf jaar over mag doen om een diploma te halen.

Uit een evaluatie van de Inspectie voor het Onderwijs over de periode tot 30 juni 2002 blijkt dat er in het primair onderwijs 1016 en in het voortgezet onderwijs 309 zij-instromers zijn aangenomen. Vooral in het voortgezet onderwijs neemt het aantal aanmeldingen sinds vorige zomer toe, waarschijnlijk een gevolg van de verslechterde arbeidsmarkt in het bedrijfsleven. De gemiddelde leeftijd van een zij-instromer in het voortgezet onderwijs is 37 jaar, 58 procent is man, en 69 procent heeft een hbo-opleiding.

Willem Leermakers begon in januari vorig jaar als zij-instromer en haalt binnenkort zijn diploma. Het lesgeven bevalt hem uitstekend, maar het begin was even wennen. ,,Ik kreeg een kist met boeken en ze wezen een hoek aan op het schoolplein, daar kwamen 25 kinderen naar me toe. Van enige begeleiding was geen sprake. Maar daar wil ik niet over zeuren. Het is een kleine school en ik wist vantevoren dat ze daar geen mogelijkheden voor hadden.''

Zelfs op grote scholen is de begeleiding een probleem. Het is de belangrijkste reden voor het geringe enthousiasme van scholen voor zij-instromers, volgens Van der Star. Basisscholen ontvangen 9.000 euro subsidie voor een zij-instromer, in het voortgezet onderwijs is dat 10.000 euro. Daar moet zowel de assessment (1135 euro) van worden betaald, de opleiding bij Pabo of hogeschool, en de begeleiding op school. Dat lukt niet, bevestigt woordvoerder Marc Mathies van de Algemene Onderwijsbond. ,,Om een zij-instromer te begeleiden moet een ervaren leraar uren inleveren, en dat moet weer worden opgevangen door een collega. In de praktijk schiet de begeleiding erbij in.''

Zij-instromers zelf vinden de begeleiding door collega's belangrijker dan de officiële opleiding, blijkt uit de evaluatie van de Inspectie. Ook al is het de belangrijkste voorwaarde voor het slagen van een zij-instromer, op de meeste scholen ontbreekt permanente begeleiding. En dat is een verklaring voor de terughoudendheid van scholen om zij-instromers aan te nemen, erkende inspecteur-generaal Kete Kervezee vanochtend tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Kervezee: ,,Dat geldt met name voor scholen die leraren het hardst nodig hebben, omdat daar de hoogste eisen aan het personeel worden gesteld.'' Op scholen die te weinig begeleiden, ontstaat volgens haar een `draaideureffect'. Leraren beginnen enthousiast, maar vertrekken ook weer snel.

Andere verklaringen voor de terughoudendheid van scholen zijn minder relevant, zeggen betrokkenen. Wat onbevoegde leraren missen aan didactische vaardigheden, compenseren ze door andersoortige kennis en ervaring de school binnen te brengen. Leermakers: ,,Een jongen met wie ik de opleiding volg, komt uit de ICT, die heeft een heel netwerk opgezet op zijn school.''

En dan is er de kwestie van het salaris. Zij-instromers kunnen het salaris uit hun vorige baan meenemen. Vaak valt dat hoger uit dan dat van leraren. De hoogste onderwijsschaal is weliswaar het maximum, maar toch kan iemand die net komt kijken in het onderwijs met drie dagen werken meer verdienen dan een fulltime leraar die al vijftien jaar in het vak zit. Dat geeft scheve ogen in de lerarenkamer, is de veronderstelling. Dat valt wel mee, zo blijkt, want er wordt nauwelijks over gepraat.

Het lijkt oneerlijk, zegt Willem Leermaker, maar je kunt het vergelijken met verschillen in het bedrijfsleven. Hoe mooi hij het ook vindt om voor de klas te staan, zonder gelijkblijvend salaris had hij de overstap niet gemaakt.