Rockmuziek met camp-gehalte

Bloedrood was het gordijn achter het podium, rood de trommels van Meg White, rood zelfs het gaffa-tape waarmee de snoeren werden vastgezet. Twee in het zwart geklede mannen met bolhoeden en rode vlinderdasjes stemden de gitaren. Voor wie nog dacht dat The White Stripes een simpel blues-duo uit Detroit was, kwam hun triomfantelijke en theatrale show, gisteravond in Paradiso, ongetwijfeld als een verrassing. Sinds de laatste keer dat Jack en Meg White in Amsterdam speelden, anderhalf jaar geleden, omvat hun optreden nu ook country, rockabilly en camp-cabaret dat doet denken aan Berlijn jaren twintig – muzikaal en in presentatie.

Met één pijp rood en eentje zwart, en een bleek gezicht met donkergekleurde ogen, leek zanger/gitarist Jack White hier op de Joker uit Batman. Ook zijn stem klonk anders: hoger en snerpender, als bij een versneld afgespeelde opname. Haast is het tweede kenmerk van Jack de Duivel. Meteen na opkomst werden achter elkaar alle `greatest hits' van het duo er doorheen gejast: `Hotel Yorba', `Dead Leaves And The Dirty Ground', `I Think I Smell A Rat' en `Jolene'.

Maar links op het podium, achter haar overzichtelijke drumstel, zat de Onschuld zelf. Meg White drumt alsof ze eigenlijk bevallig aan het dansen is, en ondertussen feilloos de trommels raakt. Haar swing is de basis voor Jacks gitaar-partijen die op hun beurt doen vergeten dat hier maar één man staat te spelen. Jack wisselt zijn blues-accenten af met een knetterende rockabilly-stijl. Verder staat er rechts nog een simpel orgel, waar broer en zus af en toe op spelen. En dat is het.

In het breekbare `Cold, Cold Night' staat Meg met onvaste stem naast Jack te zingen, terwijl hij een paar spaarzame akkoorden aanslaat. Jack en Meg weten dat de blues ooit werd gespeeld op drie tegen een huis gespijkerde snaren, bij wijze van gitaar. Veel meer is er niet nodig voor een feestje.

Des te opmerkelijker was daarom de opgedofte aankleding. Hoewel hun onlangs verschenen cd Elephant nog glorieerde in uitgeklede instrumentaties, speelt minimalisme nu blijkbaar een kleinere rol in de ideologie van The White Stripes. De verwijzingen naar Engelse music hall en het Duitse cabaret van het begin van de vorige eeuw verraden een drang naar nieuwe stijlen. In deze vaak korte intermezzo's kon Jack zich uitleven in geaffecteerd parlando en een overdreven mimiek, maar het gevaar van nadrukkelijk camp-gedrag ligt op de loer. Jack en Meg White hebben bewezen dat het ook zonder kan.

Concert: White Stripes. Gehoord: 21/5 Paradiso, Amsterdam.