Neue Heimat

Van de 150.000 Duitsers die in Nederland wonen heeft eenderde hier ook een baan. En meer en meer Duitsers komen hier werken, al of niet forenzend tussen Duitsland en Nederland, soms bijna 500 kilometer ver. ,,De mentaliteit is hier heel anders.''

De naakte man staat daar zomaar. Midden in de burgerlijke woonkamer met het brave bankstel, het folkloristische houtsnijwerk aan de wand en de kitschlamp aan het schrootjesplafond. De naakte man is Jürgen Teller, een modefotograaf die de wereld achter de gladde glamour vastlegt. De burgerlijke woonkamer is de `mooie' kamer van zijn ouders, thuis in Franken, in het zuiden van Duitsland. ,,Dit is mijn lievelingsfoto'', zegt Helga Marx. ,,Het wringt mooi, het krast over het oppervlak. Dat mag ik wel.''

Het zelfportret van Teller maakt deel uit van zijn tentoonstelling Märchenstüberl, die nog tot 9 juni te zien is in De Hallen in Haarlem. Deze tentoonstelling wordt gesubsidieerd door het Goethe-Institut, dat zich inzet voor de verbreiding van de Duitse taal en cultuur in het buitenland. In Nederland wonen ongeveer 150 duizend Duitsers, onder wie de 48-jarige Helga Marx. Zij woont al achttien jaar in Amsterdam, dat zij waardeert als ,,kosmopolitisch dorp met hoge levenskwaliteit''.

Dat lijkt voor Duitsers een doorslaggevend motief te zijn om in Nederland te gaan wonen. Dik Linthout, die in zijn boek Onbekende buren (Duitse vertaling: Frau Antje und Herr Mustermann) de verschillen tussen de Duitsers en de Nederlanders historisch nagaat, meent: `Juist jonge mensen zien Nederland, met zijn tolerantie, kindvriendelijkheid en aanvaarding van jeugdculturen, als een soort utopia'. Ook de liefde voor een Nederlandse of Nederlander heeft vele Duitsers hierheen gelokt, maar toch vooral de sfeer in de samenleving.

Zo is het ook Helga Marx vergaan. Nadat zij hier als kind al vaak was geweest, is zij Engelse en Nederlandse taal- en letterkunde gaan studeren. ,,En daarmee was voor mij duidelijk dat ik na de universiteit ofwel naar Londen ofwel naar Amsterdam zou gaan.'' Toen hielp het toeval een handje. ,,Via kennissen hoorde ik dat er een woning vrijkwam. Na die impulsieve verhuizing volgde een sterk gevarieerde reeks baantjes. ,,Ik heb eerst een reisgids voor Amsterdam geschreven en als vertaalster geklust. En in een wijnbar gestaan.'' Nu werkt zij alweer veertien jaar in deeltijd bij het Goethe-Institut. Samen met haar collega's organiseert zij week in week uit lezingen en tentoonstellingen, en nodigt ze auteurs of filmregisseurs uit voor forums of steunt ze projecten als de fototentoonstelling in Haarlem.

Volgens schattingen van de Duitse ambassade heeft van de 150.000 Duitsers die in Nederland leven ongeveer een derde hier ook een baan. Uit liefde voor het land, zoals Helga Marx, of wegens de Duitse recessie of wegens hun carrière, zoals de 39-jarige Bernd Rausenberger, die overigens naar Nederland forenst. Hij had na zijn studie natuurkunde en zijn promotie zes jaar in Aken bij Philips aan lichtbronnen gewerkt. In 2001 heeft hij zijn werk daar neergelegd en het in Nederland weer opgevat. ,,Ik ben altijd tevreden geweest bij dit bedrijf. Ik wilde gewoon een andere baan, met meer mensen onder me. En toen er in Heerlen een geschikte betrekking vrijkwam, heb ik daar gesolliciteerd.'' Van die grotere verantwoordelijkheid is ten slotte niets terechtgekomen: drie dagen voor hij zou beginnen, werd Rausenbergers nieuwe baan geschrapt. ,,De mobiele-telefoonbusiness is erg hectisch'', zegt hij over de snel veranderende wereld bij Philips. En: ,,Dat zou in Duitsland niet gauw gebeurd zijn, beide partijen hadden tenslotte al een voorlopig contract getekend.'' Maar nu werkt hij dan bij Philips als senior engineer aan de ontwikkeling van reflectiearme folies voor gsm-schermpjes.

Rausenberger vindt de mentaliteit in Nederland heel anders dan in Duitsland. Zelfs binnen één bedrijf. In Duitsland ronden ze overleg graag af met een concreet besluit, zelfs al zou dat ruzie betekenen. Nederlanders zijn meer uit op harmonie. Door hun behoedzame formuleringen duurt alles veel langer.'' Bovendien vindt Rausenberger dat ze veel meer verzot zijn op details. ,,Als ik een paar dagen weg ben geweest, moet ik me door honderden e-mails werken. Iedere kleinigheid wordt doorgegeven.'' Omgekeerd betekent dat natuurlijk ook dat hij zijn collega's op de hoogte moet houden. ,,In Duitsland zou ik dat niet doen, ik zou denken dat het te veel tijd kost en de collega's maar belast. Maar in Nederland zouden ze dan denken dat ik wat verzweeg.''

Maar hoewel Rausenberger overdag met zijn tas naar Heerlen reist, staat zijn koffer toch in Aken. Iedere dag pendelt hij tussen de twee landen heen en weer, over de grens die sinds het Schengen-verdrag eigenlijk niet meer bestaat. Aan verhuizen heeft hij nooit serieus gedacht. Integendeel. Als hij niet bij zijn vriendin in Hongkong gaat wonen, zou hij ooit wel weer in Duitsland willen werken.

Als forens bevindt hij zich in groot gezelschap. In het afgelopen jaar telde het Centraal Bureau voor de Statistiek meer dan 11.100 mensen die in Duitsland wonen en in Nederland werken. Deze kant op is het grensverkeer een nog tamelijk jonge ontwikkeling. De andere kant op is de traditie al ouder. ,,Enerzijds komt dat doordat de Nederlanders hun talen beter spreken'', denkt Artur Hansen, hoofd van de regio Aken, ,,en anderzijds doordat de lonen in Duitsland hoger liggen.'' Pas de laatste vijf jaar zijn de Duitsers op het idee gekomen dat je ook over de grens werk kunt zoeken.

Daar draagt de flauwe conjunctuur in Duitsland zeker het hare toe bij. Voor een deel mogen ook de Euregio's (de grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden van steden en gemeentes) en de arbeidsbureaus en Kamers van Koophandel dit succes op hun conto schrijven. Zij doen hun best om ondernemers uit de twee landen met elkaar in contact te brengen, taalbarrières weg te nemen en infrastructurele en juridische grenzen te slechten. Maar hoewel de grens al heel open is, zegt Fritz Rötting van de Kamer van Koophandel in Aken, zijn wij na veertig jaar ijveren van beide kanten ,,nog niet zover dat wij werkelijk een regionale arbeidsmarkt hebben''. Dat ligt naar zijn idee aan de ontoereikende talenkennis. ,,Vooral de Duitsers hebben op dat gebied een achterstand.'' Bovendien zijn de sociale-verzekeringsstelsels nog niet helemaal op elkaar afgestemd.

Heinz-Jürgen Werner, adviseur bij het arbeidsbureau in Aken, stelt daarentegen dat de stelsels wél op elkaar afgestemd zijn. Neem de werkloosheidsverzekering: als een grensforens in Nederland hiervoor heeft betaald, kan hij er in Duitsland van profiteren. Neem de ziektekostenverzekering: tot een inkomen van 31.750 euro zit een forens in Nederland wettelijk in het ziekenfonds, maar hij kan ook in Duitsland naar de dokter gaan. Pas als hij boven die grens komt – en dan gaat het eigenlijk alleen om academici – moet de forens zich particulier verzekeren; dan kan hij nog maar in één land naar de dokter gaan. Neem de AOW: omdat de werknemer in Nederland de eerste maand al recht krijgt op AOW, kan hij die later ook in Duitsland uitgekeerd krijgen, en het werkgeverspensioen sowieso. Maar hoewel dit in theorie allemaal geregeld is, zegt Werner, kunnen zich in de praktijk zo nu en dan problemen voordoen. ,,Vaak is dat alleen maar een kwestie van informatie.''

En juist daar zit hem voor Bernd Rausenberger de kneep. ,,Het is gewoon zo moeilijk om de juiste informatie te pakken te krijgen.'' Zelf heeft hij zulke zorgen weliswaar niet, maar hij weet van collega's dat er soms problemen zijn met de wettelijke ziektekostenverzekeraars, die niet iedereen na terugkeer in Duitsland willen accepteren. Maar al met al heeft hij de indruk dat er in de grensstreek zeer goed wordt samengeleefd en -gewerkt. Alleen zullen de mentaliteitsverschillen altijd weer tot misverstanden leiden.

De meer dan drie kilometer lange spoorbaan vormt een bocht parallel aan station Sloterdijk, in een kale kantorenwijk in het noordwesten van Amsterdam. ,,Toen wij hier anderhalf jaar geleden begonnen, stond er alleen maar een betonnen pijler'', zegt Olaf Ketel. Hij is een van de veertig Duitsers die tot eind dit jaar via een Nederlands uitzendbureau meewerken aan de aanleg van een verbinding tussen de spoorlijnen naar Schiphol en Zaandam. De slanke, blonde man werkt al drie jaar in Nederland. ,,Ik kom uit Oost-Duitsland. Daar is helemaal niets te doen! Iedereen zit daar maar.''

Dat de werkloosheidscijfers in Duitsland gestaag stijgen, merkt Ilona Jaudzims op haar kantoor ook heel goed. Zij adviseert de hanzestad Rostock. ,,Sinds anderhalf jaar krijg ik hier steeds meer mensen die belangstelling hebben voor werk in Nederland. Op het moment zijn het zo'n twintig aanvragen per dag.'' Omdat zij de werkzoekenden alleen adviseert, en – anders dan haar collega Heinz-Jürgen Werner in Aken – geen contacten met werkgevers legt, weet zij niet wie er uiteindelijk een baan krijgen. Er worden ook geen statistieken bijgehouden over het aantal Oost-Duitse forensen in Nederland.

De meeste forensen lijken er niet over te piekeren om hun woonplaats te verleggen naar hun werkplek. Katja Amthor, arbeidsadviseur in Jena, meent dat 95 procent van de Thuringers het ,,als een tijdelijke zaak'' zien. ,,Zij willen dit één of twee jaar doen, tot de toestand is verbeterd. Ze willen ook met hun buitenlandse ervaring hun kansen op de binnenlandse markt vergroten.'' Tot het zover is, laten zij hun gezin achter en reizen zij ieder weekeinde bijna vijfhonderd kilometer op en neer.

Ook Olaf Ketel (40) – vader van twee kinderen – is nooit op het idee gekomen om naar Nederland te verhuizen. Hij is met zijn geboortestreek vergroeid, al kan die hem dan geen werk bieden. In Oost-Duitsland is bijna de helft van alle bouwvakkers werkloos. Het komt dus goed uit dat er in Nederland juist veel vraag is naar deze mensen. Ketel denkt de komende tien, vijftien jaar te blijven forenzen. Het bevalt hem in Nederland ook heel goed; de sfeer is er meer ontspannen. ,,Ik werk hier echt graag'', zegt hij, en voegt er hoofdschuddend aan toe: ,,Laatst kwam na de nachtploeg de hoofdopzichter ons bedanken. Dat zou in Duitsland nooit gebeuren.'' De hele manier van samenwerken is hier trouwens anders, dat kun je bij nieuwe collega's altijd goed merken. ,,Die zijn gewend om ermee te kappen zodra ze een klus af hebben. Ze moeten echt leren om eerst even om zich heen te kijken of ze misschien nog iemand een handje kunnen helpen.'' Behalve de collegialiteit is het loon uiteraard een sterk argument: het minimumloon ligt in Oost-Duitsland op 8,75 euro per uur. In Nederland is het een kleine twee euro meer.

Gezien de nog steeds krappe situatie op bepaalde delen van de Nederlandse arbeidsmarkt verwondert manager Michaël Kempka van het Nederlandse uitzendbureau zich erover dat de Duitse overheid niet meer initiatieven ontplooit. Met de Duitse arbeidsbureaus heeft hij over het algemeen goede ervaringen; die staan open voor nieuwe ontwikkelingen. Zo heeft hij half maart samen met het arbeidsbureau in Jena een banenbeurs georganiseerd, om de Thuringers te laten kennismaken met zijn bedrijf en met de mogelijkheden voor werk in Nederland. Wel ergert hij zich aan de bureaucratie, waardoor het makkelijker lijkt om uit Duitsland weg te gaan dan er terug te keren. ,,Mijn mensen hebben de hele tijd dat zij hier werken de Duitse staat geen cent gekost, en wanneer zij terugkeren, moeten zij zich door te veel bureaucratische rompslomp heen worstelen, bijvoorbeeld om een werkloosheidsuitkering te krijgen. En dat is geld dat de mensen die in Duitsland blijven, zonder enig probleem zomaar krijgen.''

Zo heeft de 36-jarige Henry Havemann in Duitsland op grond van de Europese wet recht op een werkloosheidsuitkering waarvoor hij in Nederland heeft gewerkt, maar krijgt die van het arbeidsbureau in Brandenburg niet. Daarom is hij naar het Sozialgericht gestapt. Maar zijn geval zal wel een uitzondering zijn. Een uitzondering die adviseur Heinz-Jürgen Werner van het arbeidsbureau in Aken alleen maar kan verklaren uit onwetendheid, doordat zijn collega's in de oostelijke deelstaten het verschijnsel van de internationale forens vaak minder goed zullen kennen dan hij in zijn grensregio.

Maar Havemann houdt er de indruk aan over dat eigen initiatief, dat Duitsland toch hard nodig heeft, niet wordt gewaardeerd of ondersteund. Minder chic uitgedrukt, voelt hij zich door de overheid gewoon ,,genaaid''. Maar op de Nederlandse bouwterreinen voelt hij zich prima. Niet terug dus naar Duitsland? ,,Nee, natuurlijk blijf ik hier werken.''

Annette Pöschel werkte twee maanden voor NRC Handelsblad in het kader van het uitwisselingsprogramma `Journalistenstipendium Duitsland-Nederland'. In Duitsland maakt ze programma's voor de tv-omroepen ARD en ZDF.

Vertaling Jaap Engelsman