Jonge zangeres toont groot talent

Voor alt/mezzosopraan Margriet van Reisen (31) begon de wens zangeres te worden met dromen over Whitney Houston en Madonna. Desondanks ontwikkelde ze zich tot een van de meest uitgesproken mezzo's van haar generatie, met veel affiniteit voor Mahler. Toen Jard van Nes Margriet van Reisen het Urlicht uit Mahlers Tweede symfonie hoorde zingen, besloot ze te stoppen; in Van Reisen had ze een waardig opvolgster gevonden.

Margriet van Reisen soleerde recent met succes in de Matthäus Passion van de Nederlandse Bachvereniging en het ASKO/Schönberg Ensemble. Gisteravond verzorgde zij met pianist Dido Keuning een zwaar, liefdevol samengesteld liedrecital in de serie Jonge Nederlanders van de Kleine Zaal van het Concertgebouw, waarin eerder succesvolle jonge zangeressen als Tania Kross en Mariana Mijanovic hun opwachting maakten.

Inderdaad heeft Van Reisen een stem die zich bij uitstek leent voor Mahler, zoals bleek uit de gezongen liederen uit Des Knaben Wunderhorn. Zij paart gevoel voor onbekommerde teksten (Lob des hohen Verstandes) en de woelingen daaronder (Wo die schönen Trompeten blasen) aan een aards maar onmiskenbaar jeugdig timbre, en juist die combinatie werkte wonderwel.

Ook het drietal liederen van Schubert realiseerde Van Reisen met gevoel voor theater. Zoals in Der Tod und das Mädchen, waarvan zij de geagiteerde sfeer al tijdens het voorspel invulde met angstig gebolde rug en holle angstogen. Niet alleen in dit lied verkende Van Reisen haar hoge en haar zeer lage register. Ook de liederen van Tsjaikovski en Rachmaninov dwongen haar tot op hoge toon gezongen ongeloof (Dit kan niet waar zijn!) én donkere melancholie. In die laagte klinkt Van Reisens stem soms een beetje omfloerst, maar dat bleek in het sombere En weer net als vroeger – alleen' vooral een pre. Opvallend mooi was de sensuele, vloeiende benadering van de vocale lijn.

Een andere kant van haar stem belichtte Van Reisen in Stravinsky's flitsend lichtvoetige Verhalen voor kinderen en in de meer laat-romantische dan eigentijdse Sechs Lieder nach Gedichten von Rilke (1961) van de Tsjech Petr Eben. Pianist Dido Keuning tekende hier virtuoos een veelal onstuimige en desolate sfeer, die Van Reisen met bewogen tekstinterpretaties invulde.

De diversiteit van het gezongen repertoire leidde zo tot een treffend portret van Van Reisens mogelijkheden: een warme, jeugdige en breed in te zetten alt, met een wat gevoileerde laagte, grote mogelijkheden in de hoge vocale regionen én liefde voor het lied.

Concert: Margriet van Reisen (mezzosopraan) en Dido Keuning (piano). Recital met liederen van o.a. Schubert, Mahler, Rachmaninov. Gehoord: 21/5 Concertgebouw, Amsterdam.