Jazz Kweksilber klinkt als yoga voor de oren

De Deloitte Jazz Award 2003, een aanmoedigingsprijs voor jonge, in Nederland gevestigde jazzmuzikanten, is toegekend aan rietblazer David Kweksilber (1972). Hij ontvangt een bedrag van twintigduizend euro, beschikbaar gesteld door de Andersen Foundation waarnaar de prijs vorig jaar nog genoemd was. De twee andere finalisten, trombonist Ilja Reijngoud en pianist Harmen Fraanje, ontvangen elk een stimulansprijs van 2.500.

Op de beslissing van de vijfkoppige jury viel gezien het concert van gisteren nauwelijks af te dingen. Kweksilbers optreden met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) was niet alleen het rijkst aan dynamiek maar getuigde ook van de meeste lef. Zo waagde hij het in `Sotto Voce' uitsluitend gebruik te maken van het chalumeau-register, het allerlaagste op een gewone klarinet, refereerde hij in `NY, Music' met flair aan de big band van Benny Goodman uit de jaren dertig en voorzag hij het verplichte `Body and Soul' van vuurwerkachtige figuren voor de koperblazers.

Qua instrumentbeersing doet trombonist Ilja Reijngoud zeker niet voor David Kweksilber onder, zoals blijkt uit zijn net verschenen cd New Arrival. Maar na de met een fluwelen toon gespeelde titelsong van deze cd viel zijn versie van `Body and Soul' een beetje tegen en had hij in het in kleine bezetting gespeelde `No Subsitute' iets meer vet mogen stoppen. De schitterende `dubbeltoon' aan het eind van zijn optreden was wel de mooiste van de avond.

Pianist Harmen Fraanje, de jongste en minst bekende van de drie genomineerden – zijn eerste eerste cd moet nog verschijnen – ontpopte zich als een romanticus in een genre dat vroeger `third stream' werd genoemd, iets wat het midden houdt tussen jazz en klassiek. Hierdoor riep hij met name in `Sonatala' een sfeer op die deed denken aan het Modern Jazz Quartet van John Lewis eind jaren vijftig.

Dat de winnaar van de avond, David Kweksilber dus, ook degene was die het meest gebruik maakte van het Jazz Orchestra, is waarschijnlijk geen toeval. Het orkest kent de zaal inmiddels door en door en was gisteren zeer in vorm. Als het luid moest, dan gebeurde dat zonder dat het tot schrilheid leidde, en als er piannissimo stond voorgeschreven zoals in Kweksilbers `Sotto Voce' dan klonk het niet iel maar rond en romig. Vijf eendrachtig zuchtende saxen, dat is yoga voor de oren.

Het tweede deel met de Amerikaanse drummer Elvin Jones, 75 jaar oud maar nog zeer alert, had iets van een wedstrijd met het kampioenschap al in de zak. Het opmerkelijkste was nog dat de solo's van Jones, groot geworden als aanjager van de legendarische John Coltrane, eigenlijk te modern waren voor het repertoire. Dat hij een ouevreprijs kreeg uitgereikt, de Concertgebouw Jazz Award – een beeldje zonder cheque erbij – vond hij uiteraard geweldig. Al toonde hij zich een realist door breed lachend op te merken: ,,Toen ik hier in 1957 voor de eerste keer speelde, waren de plaatsen achter het podium wel bezet.''

Hij sloeg de spijker op de kop: het prijzengeld in de jazz is geweldig gestegen, maar hoe krijgen we die stoelen vol? Henk Meutgeert, de leider/dirigent van het JOC, wist het antwoord wellicht ook niet. Maar een `Blues for the Date', met alle solisten op het podium, kon in elk geval geen kwaad.

Concert: Uitreiking Jazz Awards met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw o.l.v. Henk Meutgeert en drummer Elvin Jones. Gehoord: 21/5 Concertgebouw Amsterdam.