Hoe de wereld ontsnapte aan atoomoorlog

Vijf weken was Robert S. McNamara president van The Ford Motor Company, toen John F. Kennedy hem in december 1960 vroeg minister van Defensie te worden. In die functie (1961-67) was de als havik bekendstaande McNamara, die zowel president Kennedy als president Johnson diende, verantwoordelijk voor onder meer de invasie van de Varkensbaai in Cuba, het management van de raketcrisis met Cuba en de Sovjet-Unie en de langzaam groeiende militaire aanwezigheid van de Verenigde Staten in Vietnam.

Over McNamara zijn vele boeken geschreven, en hij gaf nog meer interviews, maar geen daarvan levert zo veel nieuwe inzichten op als de documentaire The Fog of War van Errol Morris, die buiten competitie in Cannes zijn wereldpremière beleeft.

Morris, bekend van documentaires als The Thin Blue Line en Fast, Cheap & Out of Control, ontwikkelde geruime tijd geleden de zogeheten Interrogatron, een apparaat dat de filmmaker via spiegels en videoprojectie in staat stelt oogcontact te onderhouden met de geïnterviewde, terwijl deze recht in de cameralens kijkt. Zo sprak Morris twintig uur met McNamara (San Francisco, 1916), in plaats van het aanvankelijk afgesproken ene uur. Het resultaat fascineert niet alleen door het onderwerp, maar ook door de unieke vorm.

The Fog of War is geen historische documentaire die een onderwerp van alle kanten belicht. Alleen McNamara komt aan het woord, zij het soms als vijfentachtigjarige die met zichzelf als veertigjarige in discussie treedt, of in een montage met archiefbeelden. De ondertitel elf lessen over oorlog en vrede moge wat pedant klinken, ook naar de smaak van McNamara, het is wel de universele strekking die de film zo interessant maakt.

McNamara noemt onder meer de Koude Oorlog veel `heter' dan iedereen destijds dacht: de les dat rationaliteit geen rol speelt bij het besluit wel of niet ten oorlog te trekken, licht McNamara toe met de verontrustende conclusie dat in de Cubacrisis louter toeval een nucleair conflict heeft verhinderd. Als het aan luchtmachtgeneraal Curtis LeMay had gelegen, een sterk aan personages uit Kubricks Dr. Strangelove herinnerende topmilitair, dan had Amerika gewoon Cuba vernietigd.

McNamara kende LeMay al een tijdje: Errol Morris onthult de betrokkenheid van de latere minister als luitenant-kolonel bij het door LeMay geïnitieerde bestoken van Tokio met brandbommen in 1945. Alleen al in de nacht van 10 maart kwamen daarbij honderdduizend burgers om het leven. Ook leren we uit tapes van gesprekken in het Oval Office tussen McNamara en zijn respectieve presidenten dat zijn rol niet zo pro-oorlog is geweest als altijd verondersteld is. Zijn benadering was eerder die van de technocraat, de wetenschapper, die zonder statistisch onderzoek geen beslissingen neemt. `Get the data' luidt dan ook een andere les, evenals `Verplaats je in de gevoelens van de vijand'.

Door voor partijleider Chroesjtsjov een eervolle aftocht te creëren is er in 1962 geen atoomoorlog uitgebroken. De titel The Fog of War slaat op de laatste les: in een oorlog kun je nooit over een compleet beeld van de situatie beschikken. Hoewel McNamara veel onbesproken laat, zoals het huidige Amerikaanse leiderschap of de privé-omstandigheden die McNamara zo ernstig in het nauw brachten, dat hij in 1967 voortijdig moest aftreden, is Morris' documentaire een fascinerend document en een prachtige film geworden. Analyse en emotie wisselen elkaar in zinvolle doseringen af; de kille rekenaar krijgt nog steeds tranen in zijn ogen als hij beschrijft hoe hij op de erebegraafplaats van Arlington een plek voor Kennedy's graf uitzocht.