Hockeyers OZ rekenen af met trauma

Niet titelverdediger Bloemendaal, maar dark horse Oranje Zwart mag proberen Amsterdam af te houden van de eerste landstitel in zes jaar. In het derde en beslissende duel uit de halve finales van de play-offs (best-of-three) ontdeed de hockeyploeg uit Eindhoven zich gisteren met 2-1 van het elftal, dat (te) zwaar leunt op de ingevingen van sterspeler Teun de Nooijer.

Met de overwinning verdreef Oranje Zwart voorgoed de pijnlijke herinnering aan het demasqué van twee jaar geleden, toen streekgenoot Den Bosch in de finale van de strijd om het kampioenschap het grenzeloos naïeve spel van de thuisploeg afstrafte. Uitgerekend het technische duo dat OZ toen een trauma bezorgde, fungeert nu als heelmeester in Eindhoven: Roger van Gent en Toon Siepman. ,,Ons gouden koppel'', jubelde de voorzitter van de commissie tophockey, OZ-roerganger Joop Veelenturf, gisteren.

Van Gent maakte handig gebruik van een losse flodder die bij het begin van het seizoen in de pers verscheen. OZ kreeg toen het bespottelijke stempel `degradatiekandidaat' opgeplakt. Van Gent zou de bewuste journalist nu nog wel willen zoenen. Tot vervelens toe confronteerde de oud-coach van MEP en Den Bosch zijn spelersgroep én de buitenwacht met die kreet, bevreesd als hij was dat een aloude vijand (prestatiedruk) weer de kop zou opsteken in Eindhoven.

Maar psychologie van de koude grond heeft OZ niet langer nodig. De club lijkt te hebben geleerd van de fouten uit het verleden, toen de leiding de verwachtingen zo hoog opschroefde dat de met vele buitenlandse vedetten uitgeruste spelersgroep telkenmale bezweek onder de druk. ,,Het `heilige moeten' heeft plaatsgemaakt voor gezond realisme'', constateerde het voormalige clubboegbeeld Harrie Kwinten gisteren dan ook.

Maar de grootste winst schuilt volgens de ex-international, tegenwoordig technisch adviseur bij OZ, in de no-nonsense-aanpak die Van Gent en Siepman voorstaan. Kwinten: ,,Die twee zijn ongelooflijk consequent. International of jeugdspelertje, niemand wordt ontzien.'' Gisteren kreeg Rob Reckers een uitbrander, nadat de zojuist gewisselde international uit woede zijn stick langs de zijlijn op de grond had gesmeten. Voor straf mocht hij een paar minuten langer op de bank blijven zitten.

Ook de drie overgebleven buitenlanders (Christian Kurtz, Matthew Smith en Jay Stacy) hoeven niet (meer) op een voorkeursbehandeling te rekenen. Al solliciteerde de laatste daar gisteren wel zeer nadrukkelijk naar. Als een rots in de branding gaf de inmiddels 34-jarige Jerommeke uit Australië leiding aan de defensie. ,,Jay is onze veldheer, en zo speelt hij ook'', sprak Veelenturf vol bewondering.

Het lot van Bloemendaal-aanvoerder Teun de Nooijer was droeviger. Tegen OZ speelde de onbetwiste gang- en smaakmaker noodgedwongen de rol die hem bij het Nederlands elftal ook zo vaak toekomt: die van het onbegrepen genie. Het is een beetje zijn tragiek. Zo briljant is De Nooijer dat het zijn ploeggenoten niet eens kwalijk te nemen valt dat zij hem vaak niet begrijpen.

Bloemendaal koos noodgedwongen, net als in de twee voorgaande duels, voor een veredelde vorm van catenaccio-hockey. Trainer-coach Reinoud Wolff verdedigde die behoudende strategie naderhand met de opmerking dat ,,wij geen ploeg hebben om 'open huis' te houden''. Helemaal ongelijk heeft de oud-speler van Gooische niet. Vorig jaar nam hij afscheid van drie gelouterde (ex-)internationals: Remco van Wijk, Diederik van Weel en Erik Jazet. Vooral het gemis van de laatste twee weegt zwaar bij de ploeg, die een voorbeeldige eerste seizoenshelft kende maar na de winterstop uiterst grillig presteerde.

Bij OZ daarentegen kwamen gaandeweg onvermoede krachten los. Symbool voor de herwonnen geestdrift staat het legertje aan jeugdig talent dat onder Van Gent tot wasdom is gekomen. Uitblinker was opnieuw de pas 18-jarige verdediger Robert van der Horst. Niet toevallig nam de zoon van de voorzitter gisteren het beslissende doelpunt voor zijn rekening. De rest van de OZ-jeugd kreeg vanaf de bank de opdracht om de wankele Bloemendaal-defensie met veel snelheid en agressie onder druk te zetten. Dat bleek de sleutel tot de overwinning.

Een meesterzet deed Van Gent vorig jaar al achter de schermen door zijn natuurlijke wederhelft, de sluwe strateeg Siepman, tot een hereniging te verleiden. Laatstgenoemde beleefde gisteren een déjà-vu. Siepman: ,,Ik zie hier weer dezelfde sfeer, dezelfde beleving, vooral bij die jonge gasten, die destijds bij Den Bosch tot zoveel succes leidde.''

Vraag is hoelang het succes houdbaar is nu stadgenoot EMHC zondag promotie naar de hoofdklasse heeft afgedwongen ten koste HDM. Maar commisaris tophockey Veelenturf verwacht geen uittocht van talent naar de buurman, die maar liefst tien oud-spelers van OZ in de gelederen heeft. ,,Ik zie slechts voordelen: mooie derby's en minder reiskosten.''