Grondlegger van het economisch beleidsmodel

Op tachtigjarige leeftijd is maandag Cees van den Beld overleden, oud-directeur van het Centraal Planbureau. Een econoom die, zoals Ruud Lubbers hem ooit typeerde, ,,drommels goed weet dat er tussen alfa en omega meer ligt''. De oud-premier vond dat de economische modellen van het planbureau een te grote invloed hadden op de Nederlandse beleidsdiscussie.

Cornelis Antonius van den Beld werd in 1923 in Den Haag geboren. Na zijn studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool Rotterdam begon hij in 1948 bij het Centraal Planbureau (CPB).

Een jaar eerder was het CPB opgericht als adviserende instantie voor het regeringsbeleid. De gedachte van een overheid die de productie van bedrijven zou dirigeren, zoals founding fathers de socialisten H.Vos en J.Tinbergen voor ogen stond, werd meteen losgelaten. Het CPB produceerde prognoses en berekende de effecten van beleidsmaatregelen. Sinds de oprichting speelt het planbureau een niet meer weg te denken rol bij de voorbereiding en coördinatie van het financieel-economische beleid in Nederland. Van den Beld bleef tot 1984 verbonden aan het planbureau, vanaf 1966 als directeur. In die periode was hij ook buitengewoon hoogleraar economie aan de Erasmusuniversiteit

,,Van den Beld legde de grondslag voor een samenhangende analyse van conjunctuur en structuur in de economische modellen'', zegt Peter de Ridder, de opvolger van Van den Beld bij het CPB. Dat leidde uiteindelijk tot de beroemde C(onjunctuur)S(tructuur)-modellen. Van den Beld, zo meent De Ridder, was daarmee zijn tijd vooruit in een periode waarin het economisch denken werd gedomineerd door het gedachtegoed van Keynes.

Van den Beld was volgens De Ridder ,,een man van het midden'' en ,,meer een wetenschapper dan een manager''. Aan het eind van de middag belde hij de jonge econoom vaak op en nodigde hem dan uit om een glas sherry te komen drinken. ,,Even tegen je aan praten.'' Van den Beld was zich er voortdurend van bewust dat de economische relaties in de samenleving zich niet volledig laten doorgronden omdat al die relaties ook weer aan verandering onderhevig zijn. ,,Twijfel aan de heersende economische inzichten heeft hem nooit verlaten'', zegt De Ridder.

Ondanks de nuanceringen door Van den Beld kregen de uitkomsten van de CPB-modellen een grote invloed op het politieke en beleidsdebat in Nederland. In de afscheidsbundel voor Van den Beld plaatste de toenmalige premier Ruud Lubbers in 1984 kanttekeningen bij de bestaande praktijk. Lubbers kapittelde de terreur van de macro-economische ramingen en vond dat Nederland in de jaren tachtig economisch te maken kreeg met een trendbreuk waartegen de CPB-modellen niet waren opgewassen. ,,Wat ons dan rest is de intuïtie'', polemiseerde Lubbers. Van den Beld vond de kritiek van Lubbers eenzijdig. Het planbureau had wel degelijk de tijdsgeest aangevoeld. De modellen was ruimte voor de aanbodeconomische elementen, waarop Lubbers doelde.

In 1984, op 61-jarige leeftijd, verliet Van den Beld het CPB. ,,Ik kon het woord financieringstekort niet meer horen'', zei hij in 1996 tegen het werkgeverstijdschrift Forum. Dè les die hij trok uit zijn beleidsadviserdende carriere: de toekomst kan wel worden afgetast, maar niet voorpeld.