De mistige koers van oude leiders

De 15 miljoen shi'ieten van Irak kunnen een sleutelrol spelen in het nieuwe Irak. Maar onduidelijk is op welke manier.

De devote sfeer op de binnenplaats van het luisterrijke heiligdom van imam Ali, de grondlegger van het shi'itische geloof, wordt plotseling ruw verbroken door het luide geschreeuw van enkele tientallen binnenmarcherende demonstranten. ,,Weg met het secularisme'', roepen de jonge mannen, die hun boodschap met spandoeken kracht proberen bij te zetten. ,,Wij zijn bereid te sterven voor Hakim.''

Het is een betoging van de volgelingen van ayatollah Mohammed Baqr al-Hakim, die twee weken geleden na 23 jaar ballingschap uit het buurland Iran in Najaf terugkeerde. De meeste gelovigen in het heiligdom van Ali, schoonzoon van de profeet Mohammed zelf, trekken zich niets aan van de betogers. Onverstoorbaar begeven ze zich voor gebed naar de tombe van Ali, een van de heiligste plaatsen van de shi'itische islam. Toch is politiek plotseling een thema geworden, waar de 15 miljoen shi'ieten van Irak, 60 procent van de bevolking, niet langer omheen kunnen. Na de lange jaren van onderdrukking onder de sunniet Saddam Hussein, kunnen ze eindelijk een politieke hoofdrol gaan vervullen in het nieuwe Irak. Maar hoe? Gewoontegetrouw kijken velen eerst naar hun religieuze leiders in het vrome maar wat slaperige stadje Najaf.

Maar de eerbiedwaardige oude geestelijken staan voor het grootste deel juist nogal huiverig tegenover de politiek. Eigenlijk kunnen ze best leven met de scheiding tussen religie en politiek. Dat neemt niet weg dat ze soms hun stem in belangrijke politieke kwesties kunnen laten horen. Zo riepen ze tijdens de oorlog via een fatwa, een decreet, de Iraakse shi'ieten op zich niet tegen de Amerikanen en de Britten te verzetten.

Niet helemaal vreemd aan hun aversie van de politiek lijkt het feit dat het met veel van hun collega's die zich politiek engageerden slecht is afgelopen. Saddam Hussein heeft er velen vermoord. Zelfs na de val van de Iraakse leider werden er nog twee geestelijken gedood, een van hen nota bene binnen de muren van het heiligdom van imam Ali. Maar hun afkeer van politiek komt ook voort uit de stellige opvatting dat ze zich beter tot hun eigen specialisme kunnen beperken. ,,Vermijd de politiek zoveel mogelijk, want die berust op verdraaiing, leugens en bedrog'', waarschuwt Ali Najafi. Hij is de zoon en woordvoerder van Issac Najafi, lid van een illuster viertal bejaarde maar gerespecteerde islamitische godgeleerden in Najaf.

Mohammed Baqr al-Hakim, wiens eigen gezag als geestelijke ver achter blijft bij dat van het oude viertal, is daarentegen volstrekt niet vies van politiek. ,,De islam raakt alle aspecten van het leven'', zegt zijn 36-jarige voorlichter sjeik Mohammed Ridha Salani. ,,Kijk naar onze grote profeet Mohammed. Die was niet alleen een religieus man maar ook een belangrijk politiek leider.''

Hakim en de zijnen laten er geen enkel misverstand over bestaan dat ze klaar staan om de Iraakse bevolking in het post-Saddam tijdperk te leiden, al haasten ze zich er aan toe te voegen dat het wel op een democratische manier moet gebeuren. Tegelijk verklaren ze dat er hoe dan ook een islamitische staat in Irak moet komen, waarbij de scheiding tussen staat en religie verdwijnt.

Hakim meet zich ook een volstrekt andere stijl aan dan de vier oude leiders. Aan een van de grootste straten, even buiten het historische centrum, heeft hij een groot kantoor geopend. Ervoor staat een rij glanzende Pajero-terreinwagens. Het wemelt er van de gewichtig kijkende mannen in westerse kleren met modieuze zonnebrillen op en satelliettelefoons aan hun oor. Overal in Najaf hebben zijn aanhangers affiches met zijn portret geplakt. Met graagte staan Hakim en zijn medewerkers de media te woord, in het bijzonder de televisie. Regelmatig treedt Hakim in het openbaar op.

Het is allemaal een wereld van verschil met de manier waarop de traditionele religieuze leiders in Najaf opereren, in het bijzonder het oude viertal. Dat woont op een steenworp van het heiligdom van imam Ali, in sobere woningen aan steegjes. Ze verplaatsen zich niet in Pajero's maar meestal te voet. En ze onderhouden zich liever met allerlei smekelingen voor hun deur dan met journalisten. De zoon van de meest gerespecteerde, groot-ayatollah Ali Sistani nam de honneurs tegenover de pers een tijdje voor zijn vader waar maar ook hij gaf er snel de brui aan. Te vervelend, vond hij, die journalisten die steeds dezelfde vragen stellen. Ayatollah Baqr al-Hakim is overigens niet de enige religieuze leider, die zich met graagte in de politiek mengt. Ook de jonge Muqtada al-Sadr, zoon van een in 1999 vermoorde zeer gerespecteerde ayatollah, schrikt er niet voor terug. Hij is meer naar buiten gericht en assertiever dan de traditionele leiders. Zo had er afgelopen weekeinde op zijn initiatief overleg plaats in Najaf tussen zijn eigen groep en enkele belangrijke sunnitische geestelijken uit Bagdad om de klokken op dit belangrijke moment met elkaar gelijk te zetten. Ook de 29-jarige Sadr verwerpt nadrukkelijk het secularisme.

En de Amerikanen? Voor hen is het niet makkelijk de shi'ieten enigszins in het gareel te houden. Weliswaar hebben ze al nadrukkelijk laten weten dat Irak wat hun betreft in geen geval een tweede Iran mag worden, waar geestelijken de nationale politiek nog altijd domineren. Maar als een democratische meerderheid dat zou willen, zitten de VS opgescheept met een probleem.

Voorlopig hebben de Amerikanen ervoor gekozen in het belangrijke religieuze centrum Najaf slechts een bescheiden troepenmacht te handhaven. De Amerikanen hebben hun zegen gegeven aan een sunnitische Iraakse oud-militair, Abdul Munim Abud. Deze is voorlopig tot gouverneur van Najaf uitgeroepen na een verder door niemand opgemerkte `verkiezing' begin april. Zwaar bewaakt door Amerikaanse militairen rijdt Abud nu door Najaf. Maar in Najaf hebben veel mensen nog nooit van Abud gehoord en degenen die hem wel kennen nemen hem niet serieus. Ook de religieuze leiders verwaardigen zich niet rechtstreeks met hem te communiceren. Niettemin houdt de in westers pak en das gestoken Abud vol dat hij uitstekende contacten heeft met de religieuze leiders. Een troost voor de Amerikanen is intussen dat nog allerminst vaststaat dat de luidruchtige Baqr al-Hakim en de jonge ambitieuze Muqtadar al-Sadr daadwerkelijk kunnen rekenen op de steun van een meerderheid van de shi'ieten. Veel Iraakse shiieten wantrouwen met name Hakim, omdat die zo lang in Iran heeft gezeten en steeds zeer nauwe betrekkingen heeft onderhouden met de Iraanse regering. Hoewel de echte gevoelens van de shi'ieten pas bij de eerste verkiezingen zullen blijken, lijken de meeste van hen vooralsnog liever te blijven varen op het kompas van hun oude vertrouwde religieuze leiders, hoe mistig hun koers ook mag zijn.