Brel

De tentoonstelling `Het recht om te dromen' in Brussel over Jacques Brel (nog tot 17 januari 2004) is aardig, maar aan de brave kant braver in ieder geval dan Brel zelf geweest is.

De bezoeker wandelt in anderhalf uur langs de pittoreske symbolen van Brels leven: de familiesalon waar zijn afkeer van de bourgeoisie begon; zijn Parijse werkkamer, toen hij nog onontdekt was; het type nachtclub (`Chez Patachou') waarin hij zijn eerste roem vergaarde; het huisje op het vulkanische eilandje Hiva Oa waar hij zijn laatste jaren sleet.

Je ruikt aan zijn leven, maar je proeft weinig.

Hoe zat het met Brel en de liefde? We komen niet eens te weten wie die laatste jaren zijn vriendin was. Hoe stond hij tegenover het schijnwereldje van de showbusiness? En, last but niet bepaald least: waaraan overleed hij? (Longkanker, begrijp ik uit andere bronnen, en het verbaast je niet, want op talloze filmbeelden zie je hem roken.)

Voor de hele Brel hoeft de liefhebber dus niet naar Brussel – die vindt hij toch meer in de liedjes, de video's en de biografieën. Dan pas ook wordt duidelijk waarom hij zo'n groot artiest was.

Mijn ervaring is dat Brel je steeds sympathieker wordt naarmate je je meer in zijn leven en gedachten verdiept. Hij praatte met een voor artiesten ongekende bescheidenheid over zijn talent. Het was trouwens geen écht talent, vond hij, het was doorzettingsvermogen. ,,Een echte dichter laat zich niet met liedjes in (...) Van de vierhonderd chansons die ik geschreven heb, zijn er misschien vier die zonder muziek overeind blijven.''

Brel hechtte niet aan geld en roem. Hij hield al op 38-jarige leeftijd met optreden op. ,,Niet uit vermoeidheid, maar uit eerlijkheid'', zegt hij op oude filmbeelden. ,,Met je techniek ga je bedriegen. Ik stond op de rand van het bedrog.''

In het boek Jacques Brel, de passie en de pijn van Johan Anthierens las ik een fascinerende uitval van Brel naar zijn artistiek directeur Jacques Canetti. Het is de zomer van 1967, Brel is gestopt en ze hebben een afscheidsdiner. ,,Al die klotefestivals, die platengala's, alleen bedacht om het winstcijfer van Philips (zijn platenlabel) op te vijzelen'', raast Brel. ,,Als u een man was geweest, Canetti, dan had u Philips en zijn geile publiciteitsbonzen, naar wier pijpen alles en iedereen moest dansen, naar de mallemoeren gezonden en waren wij als vrije mannen doorgegaan.''

Een vrij man, dát vooral wilde hij zijn. Daarom kon het nooit lang duren tussen hem en de vrouwen. Als vader van drie dochters faalde hij, gaf hij toe. Of het moeilijk was met hen om te gaan? ,,Nee'', zei hij, ,,omdat ik, laten wij eerlijk wezen, niet met hen omga. Toch niet vaak. Zij zijn mij vreemd, niet omdat het mijn dochters zijn, omdat het vrouwen zijn.''

Hij begreep vrouwen niet, zei hij vaak. Vrouwen waren hem te angstig, te veel gericht op behoud. ,,Ik hou te veel van de liefde om van vrouwen te houden.''

Toen hij op weg ging naar zijn einde, in een Parijs ziekenhuis, had hij overigens wel zijn laatste vriendin bij zich. Onafhankelijk leven is toch iets anders dan onafhankelijk doodgaan.