Banken willen gouden randje om CAO wegsnijden

Het premievrije pensioen was jarenlang een lokkertje van de werkgevers in de financiële sector. Nu willen ze er vanaf. Voor de werknemers dreigt een lager inkomen.

Ooit waren ze begonnen bij ABN of Amro, `saaie', degelijke werkgevers, maar met een gouden randje om de arbeidsvoorwaarden. ,,Die waren goed, met als extraatje het premievrije pensioen'', zegt D. Leenman, bestuurder van vakbond de Unie (voor hoger personeel). Inmiddels krijgt hij e-mailtjes binnen van verontruste werknemers van ABN Amro. Ze maken zich zorgen over het voornemen van de bank om het premievrije pensioen af te schaffen. Leenman: ,,Dat was een van de redenen waarom ze destijds bij de voorgangers van de bank aan de slag gingen.''

Afgelopen dinsdag zijn de CAO-onderhandelingen tussen de vakbonden en ABN Amro stukgelopen op de pensioenpremies. Een dag eerder gebeurde hetzelfde bij de onderhandelaars in de verzekeringssector. Ook de verzekeraars willen een streep zetten door het premievrije pensioen.

De partijen in het CAO-overleg zijn elkaars gevangenen. De bonden willen pas over het pensioendossier praten als zij van de werkgevers toezeggingen hebben gekregen over onder meer een loonsverhoging van 2,5 procent. Want dan hebben zij iets in handen als zij hun achterban de pijnlijke boodschap moeten overbrengen dat de voordelige pensioenregelingen in de financiële sector niet meer houdbaar zijn.

Leenman van de Unie: ,,Wij realiseren ons ook wel dat er iets met de pensioenen moet gebeuren.'' Voor de werkgevers is die volgorde echter onacceptabel. Zij willen alles, salaris, pensioenen en andere regelingen, in één keer `afkaarten'.

De financiële sector lijdt momenteel pijn. De aanhoudende malaise op de effectenmarkten, de lage rentestand en het dalende consumentenvertrouwen hebben de resultaten onder druk gezet. Verzekeraar Achmea boekte bij voorbeeld vorig jaar een verlies van 668 miljoen euro, terwijl er over 2001 nog een winst van 538 miljoen euro werd behaald. En bankverzekeraar ING moest in het eerste kwartaal van dit jaar een winstdaling van 85 procent incasseren.

Maar ook de pensioenfondsen van de financiële instellingen lijden mee. Die zien hun financiële buffers slinken als gevolg van de dalende waarde van hun beleggingen. De tekorten moeten worden gladgestreken. Maar wie betaalt dat? De werkgevers in de financiële sector willen daar niet meer alleen voor opdraaien.

De huidige arbeidsvoorwaarden in de financiële sector stammen volgens R. Wijmenga, onderhandelaar voor de verzekeraars, uit de ,,vorige wereld''. ,,Twintig jaar geleden was de markt nog overzichtelijk en waren de marges hoog. Klanten kwamen zelf naar een verzekeringsmaatschappij met het verzoek of ze verzekerd mochten worden.'' Nu is er sprake van een ,,vechtmarkt'' voor verzekeraars, met lage marges als gevolg. ,,Sommige ondernemingen zijn in de rode cijfers beland.''

Zijn boodschap is duidelijk: de verzekeraars kunnen zich een premievrije pensioenregeling niet meer veroorloven. De pensioendiscussie wordt intussen bij alle financiële instellingen gevoerd. ,,We hebben er met elkaar van tevoren over gesproken'', zegt Wijmenga. Mocht het premievrije pensioen bij alle ondernemingen verdwijnen, dan blijven ze als werkgever op de arbeidsmarkt allemaal min of meer even aantrekkelijk. ,,Het is de bedoeling dat de werknemer voor eenderde aan de premie gaat meebetalen. Wij zijn de enige sector waar dat nog niet gebeurt.''

Voor de vakbonden is het de vraag of de nood wel zo hoog is in de financiële sector. Jarenlang realiseerden banken en verzekeraars hoge winsten en kregen ze in het verleden soms zelfs geld teruggestort van hun pensioenfonds. Nu bieden hun bazen slechts een loonsverbetering van 1 procent, ruim onder het inflatiepercentage (2,5 procent in april). Als ze daarbij ook pensioenpremie moeten gaan betalen, gaan ze er per saldo in inkomen op achteruit. Vandaar ook dat de bonden liever vasthouden aan de vorig jaar in het sociale akkoord afgesloten maximale loonsverhoging van 2,5 procent.