Autorijden

Wim Krops stelling (Brieven, 13 mei) dat autorijden de laatste 20 jaren even goedkoop is gebleven, is aantoonbaar onjuist. Bij een inflatie van gemiddeld 3% per jaar zouden de kosten amper mogen verdubbelen, in werkelijkheid zijn ze verdrie- á viervoudigd.

Om het aandeel van de autokosten in het gezinsbudget als maatstaf te nemen is arbitrair. Ons uitgavenpatroon is sterk veranderd, het is ridicuul om uit te gaan van een vast percentage dat een gezin aan autorijden zou moeten besteden. Maar ook dan nog zijn in menig gezin de kosten voor de auto inmiddels hoger dan die voor de woning. De kritiek van automobilisten, dat ze wel veel belasting betalen, maar daar weinig voor terugkrijgen is terecht. Het moderne filevrije wegennet dat Nederland, gezien zijn functie als distributieland, eigenlijk zou moeten hebben, is door de automobilisten in ieder geval allang betaald, maar Vadertje Staat heeft ervoor gekozen het geld aan andere zaken te besteden.

De door Krop aangevoerde milieuschade is door toepassing van moderne technologie inmiddels sterk teruggedrongen. Van belastingderving op lease-auto's is in het geheel geen sprake, de berijder moet namelijk een bepaald deel van de cataloguswaarde bij zijn inkomen optellen en betaalt dus wel degelijk belasting. Het `kwartje Kok' heeft slechts de uiterst geringe prijselasticiteit van het automobilisme aangetoond: er werd geen kilometer minder gereden.

Als Krop de nadelen van het automobilisme breed uitmeet, dient hij ook oog te hebben voor de voordelen. Behalve die 30 miljard (dat waren trouwens nog guldens) voor de schatkist, betaalt de autobranche per jaar ook nog eens een veelvoud daarvan aan BTW, loonheffingen, vennootschapsbelasting etc. Zo'n 300.000 mensen in Nederland hebben dankzij die auto werk en een inkomen. De macro-economische effecten zijn dus nog veel positiever.