Adviseur Blair uitte twijfels

De Britse procureur-generaal, Lord Goldsmith, acht de Brits-Amerikaanse plannen voor de toekomst van Irak ,,onwettig''. Dat althans heeft hij geschreven in een vertrouwelijk memo aan premier Blair. Het blad The New Statesman legde de hand op het memo en publiceerde het gisteren.

In het memo, dat dateert van 26 maart, zegt Blairs belangrijkste juridische adviseur dat de pogingen een Iraakse overgangsregering te vormen en de winning en verkoop van Iraakse olie te controleren, niet geldig zijn omdat ze niet stoelen op een resolutie van de Veiligheidsraad met een specifieke machtiging. ,,Mijn standpunt is dat een nieuwe resolutie nodig is ter goedkeuring van het hervormen en herstructureren van Irak en zijn regering'', aldus Lord Goldsmith in het memo. ,,Hoe langer de bezetting van Irak duurt (-), hoe moeilijker het wordt de wetteloosheid van de bezetting te rechtvaardigen.''

Een woordvoerder van premier Blair weigerde gisteren commentaar op het uitgelekte memo en wilde niets zeggen over de authenticiteit. Maar hij zei wel dat ,,de procureur-generaal openlijk heeft gezegd dat de regering op een gezonde wettelijke basis opereert'' en dat ,,we hopen dat er eind deze week een aanvaarde VN-resolutie is''.

Op 12 mei trad de Britse minister van Ontwikkelingssamenwerking, Clare Short, af. Ze stelde toen dat de regering ,,het advies van de procureur-generaal had kunnen en moeten respecteren en had moeten werken aan een internationaal akkoord over een door de VN geleid proces bij de vestiging van een Iraakse interimregering''. Hoe het advies van Lord Goldsmith had geluid zei Short er niet bij. Haar opmerkingen brachten de oppositie ertoe openbaarmaking van dat advies te eisen. Premier Blair weigerde. Hij noemde het toen ,,onmogelijk'' dat de regering optreedt op een manier die strijdig is met het internationale recht.

Overigens zei Lord Goldsmith op 12 mei, naar aanleiding van het aftreden van Clare Short, dat naar zijn mening de Brits-Amerikaanse militaire actie tegen Irak berustte op een ,,gezonde juridische basis'' en dat hij ten aanzien van ,,de huidige situatie in Irak'' tevreden is dat de Britse regering ,,heeft gehandeld in overeenstemming met het internationale recht, en duidelijk heeft gemaakt dat in de toekomst te zullen blijven doen.''