Videokunst Abramovic blijft krachtig

In de hal waaien flarden dansmuziek, en pratende en zingende stemmen de bezoeker tegemoet. Een mooie mengeling van geluiden, als van een drukke, levendige markt. Bij het betreden van een van de tentoonstellingszalen verdwijnt het geroezemoes. Hier kan de bezoeker zich concentreren op het geluid van een afzonderlijk videowerk. Een genot, want bij de meeste videotentoonstellingen werken de geluiden van de verschillende video's storend op elkaar in.

Het overzicht van videowerk van Marina Abramovic is ook in andere opzichten voortreffelijk ingericht. In de zalen zijn enkele grote videowerken te zien, en in de gang is een Portraitgallery gemaakt, bestaande uit een rij van zestien monitoren die op ooghoogte zijn opgesteld. De Portraitgallery omvat werken waarin steeds het gezicht van Abramovic figureert, vanaf het bekende Art must be Beautiful Artist must be Beautiful uit 1975, een registratie van een performance waarbij Abramovic gedurende 45 minuten op een agressieve, pijnlijke manier haar haar borstelt, tot een recent werk getiteld Stromboli waarin ze aan de vloedlijn ligt en haar hoofd zachtjes met de golfslag meebeweegt.

Sinds het begin van de jaren zeventig doet Marina Abramovic performances met haar lichaam als medium. Vanaf 1976, hetzelfde jaar waarin zij verhuisde van Belgrado naar Amsterdam en waarin haar samenwerking met Ulay begon (zij vormden tot 1988 een duo), zijn deze performances vastgelegd, eerst op film, al snel op video. Aanvankelijk gebruikten zij de camera alleen om de performance te registreren, maar later ontstonden zelfstandige videowerken. De meeste van Abramovic' performances van de afgelopen tien jaar zijn zonder publiek uitgevoerd, het eigenlijke werk is de resulterende videofilm.

Abramovic richtte begin jaren zeventig direct de aandacht van de internationale kunstwereld op zich door de extreme manier waarop zij haar fysieke en mentale grenzen verkende. Zoals met Rythm O, in 1974 in een galerie in het Italiaanse Napels, toen zij zes uur lang het publiek toestond met haar te doen wat men maar wilde. Hiertoe waren uiteenlopende instrumenten om pijn en genot op te roepen op een tafel uitgestald. Na een paar uur was haar kleding weggesneden en was haar lichaam met scheermesjes bewerkt. Toen een man een geladen pistool tegen haar slaap hield en er een gevecht uitbrak onder de aanwezigen, maakte de galeriehouder een einde aan de performance.

Het werk van Abramovic maakt deel uit van een brede kunststroming waarbij kunstenaars door middel van het opvoeren van rituelen proberen te komen tot loutering en inzicht. De handelingen, waar angst, pijn en uitputting een fundamentele rol in spelen, zijn veelal terug te voeren op antieke Dionyische en christelijk tradities. Dit soort kunst kent een sterk element van exhibitionisme en van narcisme. Zeker bij Abramovic, die haar lichaam en haar schoonheid als beeldend middel inzet. De opzet is dat de beschouwer, die van haar exercities deelgenoot gemaakt wordt, vervolgens ook deel zal hebben aan de (vermeende) louterende werking ervan. En zo geselt Abramovic zichzelf tot bloedens toe, ze brengt twaalf dagen aaneen in een ruimte door zonder eten, lezen of wat dan ook, ze eet een reusachtige rauwe ui met schil en al, ze danst drie uur lang de Mambo op een metalen dansvloer met magneten in haar schoenen. In Dragonheads laat ze pythons en boa constrictors de `energielijnen' van haar lichaam aftasten.

Er zijn ook werken waarin niet zijzelf maar anderen optreden. Zoals The Hunt, waar drie mannen van Aziatische, Afrikaanse en Europese afkomst extatisch dansen bij opzwepende ritmische muziek; hun verschillende manieren van dansen belichamen de verschillen in hun culturen. De apotheose van de expositie is At the Waterfall (2003). Hier zijn de gezichten van 108 Tibetaanse monniken, mannen en vrouwen, allen gekleed in paars in geel, wandvullend op de muur geprojecteerd. De monniken zingen hun gebeden, hun stemmen creëren samen een melodieus, alomvattend ruisen. Maar tegelijkertijd zijn ook, wanneer je je concentreert, de individuele stemmen hoorbaar.

De videowerken openen veel meer betekenislagen dan de New Age-achtige uitleg van de kunstenaar zou doen vermoeden. Het verhaal over energielijnen enzovoorts kan men dan ook beter negeren. Het is interessant dat Abramovic in haar video's in staat is om het kitscherige, spiritistische niveau van haar eigen thematiek te ontstijgen, terwijl haar dat met de objecten van halfedelstenen en metalen die op deze tentoonstelling gelukkig niet zijn te zien, helemaal niet lukt.

De overwogen manier waarop zij de rituele handelingen vastlegt heeft overtuigingskracht en laat ruimte voor de verbeelding. Dit is van een heel ander niveau dan objecten met instructies over de geneeskrachtige en spirituele werking ervan.

De tentoonstelling laat zien dat het videowerk van Abramovic al dertig jaar lang een grote continuïteit en zeggingskracht heeft.

Marina Abramovic : videowerken. Nederlands Instituut voor Mediakunst, Keizersgracht 264, Amsterdam. Tot 5 juli. Di t/m za 13-18 uur. Inl 020-6237101.