Tent

Hoe kort je vakantie ook is, er is altijd gelegenheid voor de Verkeerde Tent-ervaring.

De Verkeerde Tent-ervaring heeft niets te maken met verkeerde kampeertenten die zijn in mijn beleving per definitie verkeerd maar alles met verkeerde eettenten.

Ik zie het vaak in de bekende toeristenstad Amsterdam gebeuren. Een toeristenstelletje talmt voor een idyllisch uitziend restaurantje aan het Rokin. Ze inspecteren de menulijst in het kastje naast de deur. Mmmm, lekker, en toch betaalbaar. Hebben ze ook vis?

Jazeker, ze hébben alles, de vraag is of ze het ook kunnen bereiden. Meestal niet.

Wie eenmaal is binnengetreden, is voorgoed verloren. Dat is een natuurwet.

Obers schieten toe, eters staren je aan, jassen zijn afgegeven, kortom, de vlammen van de hel hebben je al aangevreten. Er rest nog alleen de zware opgave om het pand over enkele uren levend en zonder al te grote schulden te verlaten.

Zelf dacht ik er in Brussel ditmaal goed vanaf te komen. Man van de wereld, nietwaar. De eerste twee restaurants waren precies wat we zochten: niet deftig, maar wel goed.

De derde dag wilden we eens `iets anders' proberen. Dat is, zoals bekend, het gevaarlijkste verlangen van het hele leven. De meeste mensen moeten het bekopen met de dood, of op zijn minst een ernstige geslachtsziekte.

Met opgeheven hoofd stapten we een elegant restaurant bij het Sint Katelijneplein binnen. Wat hadden we eigenlijk te verliezen?

Hoewel de zaak nog goeddeels leeg was, spijkerde de ober ons meteen achter een tafeltje naast een stokoud echtpaar. De andere tafels bleken al gereserveerd. De ruimte tussen de tafels was nihil. Wilde je naar de wc, dan moest de gerant toesnellen om de tafel uit haar omgeving los te wrikken. De andere eters keken ademloos toe. Het tafereel herhaalde zich na je terugkeer.

Ik houd van privacy, ook als ik van mijn eigen geld een maaltijd moet betalen. Maar het was op deze avond te veel gevraagd. Rechts zat een vrijgezelle dame geduldig ons gesprek af te luisteren, links zei de stokoude man van het stokoude echtpaar: ,,Ik hoor dat u uit Nederland komt...''

Hij was al 64 jaar getrouwd met de vrouw tegenover hem, dus hij wilde vanavond wel eens `iets anders'. Hij sprak redelijk Nederlands, hij wist alles van Eric Gerets en hij bleek zelfs een aantal typisch Nederlandse liedjes uit zijn hoofd te kennen. ,,Hoe was het ook weer?'' vroeg hij telkens, en dan begon hij: ,,Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve Gerritje...'' Wij mochten invallen.

Het was een viergangenmenu, maar het werd een eetmarathon waarbij ik na de tweede gang al uitgeput was. Hij woonde in Schaarbeek, onze buurman, hij was 88 jaar, had net een vréselijke ziekte achter de rug, was tien kilo afgevallen en...

,,Ik moet even naar achteren'', wilde ik af en toe zeggen, maar ik zag de gerant al afwerend kijken.

En het eten? Volgens mijn buurman was het er voortreffelijk hij kwam al twintig jaar in dit restaurant. Ik geef het graag even door, want zelf heb ik er niets van geproefd.