St. Petersburg achter het houten gordijn

De leiders van de wereld zien straks, als ze naar het jubilerende St. Petersburg komen, geen krotten of ongeverfde gevels: de overheid heeft een Potemkin-schutting gebouwd om al het lelijke te verbergen.

Aleksandra Laar (62) leeft sinds kort achter `het houten gordijn'. Binnenkort arriveren de wereldleiders op vliegveld Poelkovo. Dan zoeven ze in hun limousines langs haar huisje naar het Konstantinovski-paleis. Daar houden ze hun G-8 top en vieren ze met hun gastheer, Vladimir Poetin, het 300-jarige bestaan van St. Petersburg. Aleksandra Laar? Die heeft dan huisarrest.

De rit van vliegveld naar paleis wordt een claustrofobische ervaring voor de hoge gasten. Ze zien slechts gitzwart asfalt en groene schuttingen van drie tot vier meter hoog. Soms gaat dit houten gordijn even open voor een uitzicht op een pittoresk berkenbosje of een toonbaar gebouw waarvan de voorgevel nog nat van de verf is. De rommelige aardappelveldjes en krotjes waarin veel Russen overleven blijven onzichtbaar op de weg naar het voor ruim 70 miljoen dollar gerestaureerde Konstantinovski-paleis, met zijn congreszalen en zijn tuin vol helipads, pieren, kanalen en luxe maisonettes.

Soms is onduidelijk wat de autoriteiten nu precies willen verbergen. Voor een groenbeboste heuvel werpen arbeiders een wel zeer hoge en robuuste schutting op. ,,Die heuvel is een opslag voor verontreinigd slib van de waterzuivering'', legt de ploegleider uit. ,,Je ziet er niets bijzonders aan, maar kennelijk schaamt men zich ervoor.'' Over de schuttingen maakt hij zich geen zorgen. ,,Zodra dit circus de stad uit is, breken onze boeren en daklozen ze wel af. Schroot en brandhout is altijd welkom.''

De ongeverfde izba van Aleksandra Laar is een ander verborgen object. Terwijl het toch best een aardig huisje is, zo vindt ze zelf, dat stamt uit begin vorige eeuw. De afgelopen weken kwamen ploegen politiemensen en geheim agenten bij Laar langs. ,,Ze wilden precies weten wie hier woont, wel vijf keer'', zegt ze. In de Sovjet-Unie moest de gewezen docente periodiek met haar schoolklasjes uitrukken om buitenlandse dignitarissen met vlaggetjes te begroeten. ,,Nu mag ik twee dagen mijn huis niet uit. Er schijnen scherpschutters in het dorp te zijn.'' Onlangs volgden geheel onverwachts de schuttingen. Laar: ,,Anderhalve meter was prima geweest, maar zo hoog! Ik zie niks meer. Eigenlijk is het zonde. Eerst maken de bazen ons straatarm, dan moeten ze weer hekken kopen om onze ellende te verstoppen.''

Petersburg Potemkinstad, schrijft de lokale pers. Ze verwijzen daarmee naar prins Potemkin, die eind 18de eeuw de zaken in Oekraïne rooskleurig trachtte voor te stellen door fraaie nepgevels te bouwen langs de rijroute van zijn tsarina Catherina de Grote.

St. Petersburg heeft anno 2003 nogal wat armoede en verval te verbergen. Na tientallen jaren van verwaarlozing ligt de stad er grauw bij. Aan de huizen plakt een filter van vuil dat alles de kleur van oude polaroids geeft. Pronkzuchtige gevels van koopmanshuizen waar het baksteen door het stucwerk breekt, afbrokkelende pilaren, balkons waarvan alleen nog twee roestige draagbalken de leegte insteken. Maar dat is vlak buiten de marsroutes van de gasten.

Het Kremlin waarschuwde nog begin dit jaar dat 300 jaar St. Petersburg een fiasco werd. Zo bezocht Poetin in juni vorig jaar zijn geboortestad om gouverneur Jakovlev ervan langs te geven. ,,Wat is dit? Geld wordt toegewezen en volledig ondoelmatig gebruikt'', zo kastijdde hij in het openbaar de glazig kijkende Jakovlev. Waarna Poetin cijfers opdreunde over de renovatie van het Mariinski-theater: van de 20,6 miljoen roebel (600.000 euro) zou 20 miljoen niet voor restauratie zijn gebruikt. St. Petersburg is een bodemloze put van fraude, corruptie en incompetentie, wilde Poetin maar zeggen. En dat onderschrijven veel Petersburgers. Sergej Snoerov, voorman van de rockgroep Leningrad: ,,We hebben honderden miljoenen gekregen voor nieuwe wegen. De wegen liggen er precies zo bij als vroeger, maar er rijden prachtige auto's overheen.''

Poetins kritiek heeft alles te maken met zijn vendetta tegen gouverneur Jakovlev. Poetin was medio jaren negentig als onderburgemeester van St. Petersburg de grijze kardinaal achter de troon van Anatoli Sobtsjak, de eerste democratisch gekozen gouverneur. Hij leidde diens herverkiezingscampagne in 1996 en verloor. Vier jaar later veroverden de `Sobtsjakisten' met Poetin het Kremlin.

Verliezen, daarvan houdt Poetin niet. Op Sobtsjaks begrafenis in 2000 stelde Poetin dat zijn oude leermeester `vermoord' was en noemde hij Jakovlev een Judas. Nu heeft Poetin zijn Intimfeind eindelijk op de knieën: dit jaar stelde een rechtbank vast dat Jakovlev niet voor een nieuwe termijn als gouverneur in aanmerking komt. De toon sloeg in Moskou direct om. 300 jaar St. Petersburg wordt een groot succes, laat de persdienst van het Kremlin inmiddels weten.

Er mag komende weken niets mis gaan. De politie probeert jonge lastpakken uit de stad te weren. Ruim achtduizend extra agenten uit heel Rusland zijn in barakken neergestreken. Op het eiland Kronstadt, ver van het centrum, zijn alternatieve popconcerten georganiseerd. Op zaterdag 31 mei, het hoogtepunt van het officiële programma, is een massale houseparty gepland op een bunkereiland dat eens een lab voor biologische oorlogsvoering huisvestte en nadien met vlammenwerpers werd kaalgeschroeid. ,,De politie en wij zijn het helemaal eens'', zegt een organisator. ,,Zij zijn blij dat we onszelf vrijwillig verbannen, wij dat ze de mankracht missen om onze bezoekers op drugsbezit te fouilleren.''

De autoriteiten roepen de burgers op het jubileum vooral in de buitenwijken te vieren, het centrum is vanaf deze week nauwelijks nog toegankelijk voor auto's. Zo ontstaat hopelijk een lege, maar keurige binnenstad. Ook gevels waarachter zich puin en ingestorte muren verbergen zijn in de verf gezet, kriskras door de stad loopt een netwerk van verse wegen. Om te bepalen waar de hoge gasten komen hoeft men als Klein Duimpje slechts de witte strepen te volgen. Achter de Nevski Prospekt loop dat verse asfalt met strepen vaak een meter of vijf door in een zijstraat om dan abrupt over te gaan in een kratervlakte zonder markeringen. Arbeiders verven, walsen en bikkelen dag en nacht om alles nog op orde te krijgen. De stad geurt naar asfalt en verf.

Stedenbouwkundige Roald Vezjel tilt er niet al te zwaar aan. ,,Russen werken het beste onder extreme tijdsdruk, als ze moeten stormen'', meent hij. ,,En een goede vrouw veegt toch ook het stof onder het tapijt als ze thuis gasten ontvangt?'' Bijna vierhonderd miljoen dollar is uitgetrokken voor de face-lift van St. Petersburg. Vezjel (68) ontwierp in de Sovjet-Unie buitenwijken en verboden steden rond defensiecomplexen Dat levert hem nu een pensioen van vijftig dollar op, dus leeft hij van zijn oude hobby: de fotografie. In opdracht van het stadsbestuur fotografeert hij regelmatig de ruim driehonderd objecten die vóór 31 mei gerestaureerd hadden moeten zijn. Dat lukt niet overal, aldus Vezjel, maar een fiasco wordt het ook niet.

Te laat komen de geplande ringweg rond de stad en de nieuwe hotels die deze lente de deuren moesten openen. De renovatie van de Stadsdoema en de kade van Petrogradskaja komen te laat, het Ingenieurskasteel haalt het ook niet. Het laatste betreft een door tsaar Paul I gebouwd kasteel waar hij in 1801 werd vermoord, veertig dagen nadat hij zich in het paleis had gevestigd. Na 1829 herbergde een ingenieursschool, nu wordt het een dependance van het Russisch Museum en is de dichtgestorte slotgracht weer open. Vezjel wijst op de oranjebruin geverfde gevel van het Ingenieurskasteel, ,,de kleur van de handschoentjes van de maîtresse van Paul''. Te licht of te donker, daarover voerden experts een boze polemiek. Vezjel: ,,Zo is het ook ruzie over de vraag welke kleur de schutting rond de gerenoveerde triomfzuil op het plein voor het Winterpaleis moet hebben. Degenen die het met de kleuren niet eens zijn, noemen het hele project een mislukking.''

Hetzelfde geldt voor het Konstantinovski-paleis, Poetins beoogde `Kremlin van het noorden' waar hij in de toekomst staatshoofden wil ontvangen. De restauratie werd in drie jaar gepland en uitgevoerd. ,,Wat kun je met zoveel haast verwachten?'', vraagt Vezjel. ,,Iets a-historisch. Ik twijfel er niet aan dat het oude kanalensysteem van de paleistuin nu verwoest is en het interieur typisch kitsch. Maar moeten wij klagen als er opeens 70 miljoen beschikbaar is om verwoest cultuurgoed te herstellen?''