Sam Rockwell

Voordat hij Chuck Barris speelde in `Confessions of a Dangerous Mind' trok Sam Rockwell maanden met de talkshowhost annex huurmoordenaar op. In `Welcome to Collinwood' is te zien dat hij ook vanzelf al sprekend op Barris lijkt.

Er zit een scène in Welcome to Collinwood waarin Sam Rockwell en George Clooney samen vertrouwelijk in beeld zijn, zoals ze dat ook zoveel zouden zijn in Clooney's regiedebuut Confessions of a Dangerous Mind. Even later kijkt Clooney met opengesperde ogen de camera in. Zou dat het moment zijn dat Clooney zich realiseerde dat hij in de voortdurend van zijn ene voet op de andere hupsende Rockwell de ideale vertolker voor talkshowhost, televisieproducent en zelfverklaard CIA-huurmoordenaar Chuck Barris had gevonden?

Eerder dit jaar kreeg de op 5 november 1968 in Dale City, Californië in een acteursgezin geboren Sam Rockwell op het Filmfestival Berlijn een Gouden Beer voor deze hem op het lijf geschreven rol. Rockwell vertelde dat hij ter voorbereiding maanden met Barris optrok. Nu het eerder opgenomen Welcome to Collinwood in Nederland wordt uitgebracht, is goed te zien hoezeer Rockwell ook zo al op hem lijkt. Hij paart dezelfde tomeloze energie, waardoor hij voortdurend gebaartjes en verhaaltjes moet verzinnen om de werkelijkheid te kalmeren, aan een soms griezelig introverte onbeweeglijkheid. Voor een acteur zijn dat uitmuntende eigenschappen.

Een van de eerste keren dat dat begon op te vallen was in Tom DeCillo's Box of Moonlight (1996) waarin Rockwell als een soort Davy Crockett die weigerde volwassenen te worden met zijn manische ongein John Turturro van een existentiële crisis afhielp. Rockwell had er toen al zo'n twintig film- en televisieoptredens opzitten, onder meer in karakteristieke Amerikaanse onafhankelijke Zeitgeist-films als Last Exit to Brooklyn (1989) en In the Soup (1992).

Sam Rockwell paart het genoegen van dubbele bodems ook nog eens aan een enorm fysiek transformatievermogen. Met het schijnbaar grootste gemak past hij zijn motoriek en gelaatsuitdrukkingen aan. Plakken de grimeurs zo'n klef snorretje op z'n bovenlip zoals in sciencefictionparodie Galaxy Quest (1999) of David Mamets oplichtersfilm Heist (2001) dan is hij net Sjonnie uit de Achterstraat. Hoewel hij behalve in Confessions Drew Barrymore ook al eens in Charlie's Angels (2000) mocht kussen, wordt hij voortdurend als onhandige oplichter of klierige beroepsschlemiel gecast en zelden als man om verliefd op te worden. Dat ijdel getuite mondje, die gefingeerde loensblik, die stoute ogen, die hebben maar één boodschap voor de toeschouwer: kom aan mijn kant van het verhaal. Dat is een veel brutaler soort sex appeal.