Rusland nog niet in WTO door energie

Rusland zal dit jaar geen lid worden van de wereldhandelsorganisatie (WTO). De meningsverschillen tussen de onderhandelaars zijn nog te groot. Dit heeft de Russische delegatieleider Medvedkov gisteren gezegd.

De onderhandelaars van Moskou en de WTO zijn het eens over 75 tot 80 procent van alle onderwerpen, zo zei Medvedkov. Er blijft echter nog een aantal serieuze obstakels die het onmogelijk maken dat Rusland voor het eind van dit jaar lid wordt van de organisatie, zo voegde hij eraan toe. De grootste problemen hebben te maken met de energietarieven.

Het lidmaatschap van de WTO is een prioriteit van president Poetin. Hij wil hiermee de hervorming van de Russische economie een impuls geven. De WTO heeft momenteel 144 leden en Rusland is de laatste grote handelsnatie die geen lid is. Moskou zei al in 1993 lid te willen worden, maar het is pas sinds de verkiezing van Poetin in 1999 dat het land serieus bezig is om te voldoen aan de voorwaarden voor het lidmaatschap.

Binnen de organisatie worden regels vastgesteld voor de internationale handel. De weg naar het WTO-lidmaatschap is complex. Rusland moet overeenstemming bereiken met een groot aantal WTO-leden over een vrije toegang tot de Russische markt. Moskou is hierover momenteel met ten minste 46 landen in onderhandeling.

De Russen gaan ervan uit dat het land uiteindelijk lid zal worden en delegatieleden verwachten zelfs dat de meeste obstakels begin volgend jaar worden opgelost. Dit zou een meevaller zijn voor Poetin, die in de lente van 2004 een tweede termijn als president hoopt te winnen.

De huidige problemen gaan vooral over de energietarieven. De landen van de Europese Unie vinden dat de Russische industrie veel te weinig hoeft te betalen voor aardgas. De Russische bedrijven betalen slechts een fractie van wat concurrenten in de EU moeten neerleggen, waardoor Moskou volgens de Europeanen een verkapte subsidie geeft aan de industriële sector. De WTO wil dat de Russen de prijzen voor gas, olie en andere energiebronnen meer in lijn brengen met de wereldprijzen. Maar Medvedkov staat afwijzend tegenover deze eis. ,,We geloven niet dat we verplichtingen hebben in de energiesector'', aldus de onderhandelaar. Volgens Moskou zijn de prijzen binnen de EU buitenproportioneel hoog opgedreven door importeurs en distributeurs.

Behalve over de energieprijzen zijn er ook meningsverschillen over de vliegtuigindustrie, landbouw, meubelindustrie en aluminium. Verder zijn er problemen over wetgeving over de export van bepaalde metalen, alcohol en met betrekking tot valutaregelingen.