Rotterdam is een klein beetje veiliger geworden

De Rotterdamse aanpak van hot spots werkt. Op een schaal van 1 tot 10 is de stad gestegen van het rapportcijfer 5,61 over 2001 naar 5,64 over 2002. Van de acht als `onveilig' betitelde wijken (rapportcijfer: 3,9 of minder) zijn er twee opgeschoven naar het predikaat `probleemwijk' (3,9 tot 5). Twee probleemwijken zijn juist weer onveilige wijken geworden: daar wordt nu het arsenaal aan maatregelen ingezet dat succes lijkt te hebben in onveilige wijken.

Dat staat in de vanmorgen gepresenteerde `Veiligheidsindex Rotterdam', de tweede op rij, maar de eerste waarin het effect te zien is van de repressieve maatregelen die het college van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD vorig najaar afkondigde in het collegeprogram Het nieuwe elan van Rotterdam ... en zo gaan we dat doen.

Onder het motto zero tolerance (`er wordt niet meer gedoogd') gaat het daarbij om zaken als extra politie voor onveilige wijken, meer veegbeurten, onmiddellijke boetes bij vuilniszakken op straat op de verkeerde dag of plek, cameratoezicht, preventief fouilleren en dergelijke.

De Veiligheidsindex verdeelt de 62 wijken in Rotterdam in onveilige wijken (8), probleemwijken (15), bedreigde wijken (13, rapportcijfer: 5 tot 6), aandachtswijken (11, rapportcijfer: 6 tot 7,1) en (redelijk) veilige wijken (15, rapportcijfer: 7,1 of meer). De veiligste wijken zijn Kralingse Veer en Terbregge (9,6), de onveiligste wijk is Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt (1,5).

De index is het instrument waarmee gemeenteraad en bevolking het college kunnen afrekenen op de zogenoemde targets uit het collegeprogram. Het grootste deel van deze targets betreft veiligheid, het belangrijkste thema bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar dat de `Pim Fortuynpartij' Leefbaar Rotterdam in één klap 17 zetels opleverde.

Omdat als voornaamste target op veiligheidsgebied is opgenomen dat pas in 2004 het aantal onveilige wijken moet zijn gehalveerd (en in 2005 verdwenen), kunnen uit de Veiligheidsindex 2003 nog geen conclusies over de veiligheidsaanpak worden getrokken. Bij de presentatie vanmorgen werd gesproken van ,,een kleine verbetering''.

Om de rapportcijfers voor veiligheid te bepalen combineert een speciaal `Programmabureau Veilig' aangiften en meldingen (bij de politie, maar bijvoorbeeld ook bij de vuilnisophaaldienst) met de uitkomsten van een enquête onder de bevolking. In de enquête is ruim tienduizend mensen gevraagd naar hun gevoelens en ervaringen op het gebied van diefstal, drugsoverlast, geweld, inbraak, vandalisme, overlast, verkeer en `schoon en heel'.

Voor deze steekproef werd een uitzondering gevraagd (en verkregen) op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Via de Dienst Burgerzaken kon daardoor per wijk een evenredig deel autochtone en allochtone bewoners worden opgespoord. In Rotterdam is 46% van de bevolking van niet-Nederlandse komaf.

Uit de Veiligheidsindex 2003 blijkt dat het aantal aangiften en meldingen ongeveer gelijk bleef, terwijl de gevoelens over onveiligheid licht veranderden. Zo vindt nu 22% in plaats van 24% van de bevolking dat overlast door jongeren vaak voorkomt. Het percentage dat inbraken vaak vindt voorkomen daalde van 24% naar 23%. Het vertrouwen in de politie steeg van 38% naar 40%.

Van de 125 pagina's in het rapport vormen 11 de `methodologische verantwoording' van het onderzoek. In dat hoofdstuk wordt onder meer uitgelegd dat voor het geven van cijfers is overgestapt van een schaal van 0 tot 5 op een schaal van 1 tot 10. Op de oude van schaal 0 tot 5 zou de stijging van het rapportcijfer voor de stad als geheel kleiner hebben geleken: van 2,80 naar 2,82.