Hoogleraar die op badslippers gaat kaarten

Een van zijn beste vrienden, Rob Bakker, weet het beste te verwoorden wat zo opvallend is aan prof. dr. mr. Marcel Pheijffer RA. ,,Hij is een persoon die, laten we eerlijk zijn, gestudeerd heeft. Titels voor zijn naam heeft.'' Het bijzondere daarbij is, volgens Bakker, dat Pheijffer normaal blijft doen tegen zijn vrienden, van vrachtwagenchauffeur tot verkoper, uit de omgeving van Heerhugowaard. ,,Hij laat je in je waarde. Is niet naast zijn schoenen gaan lopen. Hij zal nooit zeggen: ik ben doctorandus, jullie zijn klootjesvolk.''

Pheijffer, jurist en forensisch accountant, is sinds begin deze maand voorzitter van de accountantsopleiding aan Universiteit Nyenrode. Eerder was hij al hoogleraar aan Nyenrode en in Leiden. Behalve nieuwe accountants opleiden heeft Pheijffer de afgelopen jaren veelvuldig onderzoek gedaan naar geruchtmakende fraudezaken en was hij (mede-)auteur van tien boeken. Grote bouwondernemingen en beursfraudeurs – Pheijffer heeft ze als FIOD-werknemer en hoofd van de onderzoekspoot van de parlementaire enquête naar de bouwfraude kritisch bestudeerd. De forensisch accountant deed daarnaast begin jaren '90, samen met de Haagse politie, onderzoek naar Bouterse en in 1995 en 1996 verhoorde hij in het buitenland kroongetuigen in de drugszaak rond `De Hakkelaar'.

Pheijffers karakter weerspiegelt zich in zijn carrière, zegt Bob Hoogenboom, collega-hoogleraar aan Nyenrode. Hij is ,,ongelooflijk nieuwsgierig, eager en – in de goede zin van het woord – heel ambitieus''. En is de ruggengraat van criminelen vaak van latex, zo doceert Hoogenboom, die van Marcel is van beton. Helemaal zonder kritiek komt Pheijffer echter niet weg bij Hoogenboom. Dat hij nu meer bestuurder wordt dan onderzoeker is ,,jammer voor zijn ontwikkeling''. Er zat nog zoveel onderzoek in hem, verzucht Hoogenboom.

Wat zijn vrouw Corina van Langen zegt, schept misschien meer duidelijkheid over zijn overstap. ,,Marcel doet nooit wat hij niet leuk vindt.'' En dat gaat niet alleen op voor het huishouden, legt zij uit. Zo heeft hij goedbetaalde aanbiedingen vanuit de meer commerciële tak van de accountancy terzijde geschoven, omdat die kant hem niet aanstaat. Zijn onafhankelijkheid kan daarbij in het geding komen. Die rechtlijnigheid herkent de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie, Tweede-Kamerlid Marijke Vos, ook wel. ,,Hij heeft in al zijn scherpzinnigheid sterke opvattingen. Is vasthoudend. En is alleen te overtuigen door ten minste acht anderen.''

Pheijffer zelf denkt geen vijanden te hebben, omdat hij zelden direct in contact treedt met zijn onderzoeksonderwerpen en in opdracht van anderen werkt. Navraag leert dat bouwbedrijven hem niet kennen en de enige persoon die, in Pheijffers eigen woorden, beroepsmatig aan een andere kant staat, een KPMG-bestuurder, wil niet over hem praten.

Zijn vrouw moet hard nadenken om nog iets negatiefs over hem te kunnen vertellen. Positieve kenmerken zijn eenvoudiger: hij is open, belangstellend, sociaal, heel erg bescheiden. ,,Maar soms ook wel serieus'', klinkt het opeens vanuit de achtergrond door de telefoon.

,,Vind je Marcel serieus, mam?'' vraagt Van Langen.

,,Ja.''

,,Maar toch niet té serieus?''

Vriend Rob Bakker is het in elk geval niet met Pheijffers schoonmoeder eens. Hij vertelt vol enthousiasme over Pheijffer die misschien niet kan voetballen, maar al wel jaren het voetbalteam van zijn vrienden coacht – en daar al twee keer voor in de prijzen viel. Ook ,,doet hij net zo hard mee met feesten en gek doen als de anderen'' wanneer de vrienden in de plaatselijke sporthal naar bands als De Dijk of Bløf gaan.

En dan heeft hij het nog niet eens over de ,,voorbereiding op het bejaardentehuis'' gehad. Eenmaal per maand klaverjast Pheijffer, ,,om later niet onvoorbereid achter de geraniums te belanden''. Uiterlijk vertoon is hem dan ongewoon, vertelt Bakker. Pheijffer bezoekt de kaartavondjes op badslippers.