Geschiedenis: stoeien met decennia

Zijn de examens te doen voor hoogleraren? De Groningse hoogleraar politieke cultuur in de moderne tijd Henk te Velde maakte het vwo-examen geschiedenis.

Graag had ik het afgelopen jaar achterin de klas gezeten. Gezien wat zich in Den Haag en omstreken afspeelde, moet het eindexamenonderwerp geschiedenis, `Nederlanders en hun gezagsdragers', wel tot verwoede discussies hebben geleid.

De leraren zullen het er soms niet gemakkelijk mee hebben gehad. Want in de stofomschrijving `1950-1990: verzuiling, polarisatie en herwonnen consensus' staat eigenlijk de emancipatie van de jaren zestig centraal, en dat was toch wel iets heel anders dan wat zich vorig jaar voordeed. De `herwonnen' consensus die het verhaal schijnbaar een eind-goed-al-goed-karakter geeft, is sinds enige tijd in Nederland ook niet meer zo vanzelfsprekend.

In het vwo-eindexamen klinkt de actualiteit niet door. Duidelijke keuzes worden er wel gemaakt. Om te beginnen wordt er nauwelijks kennis getoetst, maar inzicht, tekstuitleg en schriftelijke vaardigheid. Van de eindexamenkandidaten wordt vooral inzicht gevraagd in het karakter van verschillende decennia.

Voortdurend wordt hen de vraag voorgelegd waarom een bepaald verschijnsel niet in de jaren vijftig en wel in de jaren zestig past. Of waarom iets wel in de jaren tachtig past en weer niet in de jaren zeventig. Afgezien van enkele Haagse thema's die toen het politieke nieuws beheersten het antisocialistische Mandement van de bisschoppen in de jaren vijftig, de grondpolitiek van het kabinet-Den Uyl en het begin van het poldermodel met het akkoord van Wassenaar concentreert het examen zich vervolgens op nozems, protesterende soldaten, Dolle Mina en de milieubeweging.

Zo wordt het begrip getoetst van de relatie tussen politiek en burgers in de behandelde periode, maar ik ben wel benieuwd wat leerlingen voor wie dit allemaal een ver verleden is, hiervan denken. Het hangt van de leraar af of zij de samenhang in het geheel hebben leren zien.

Dit is een examen dat voor iets oudere Nederlanders waarschijnlijk geen onoverkomelijke problemen oplevert. De meeste moeite had ik zelf met de laatste vraag. Daarin wordt een verklaring verlangd voor het feit dat `oppositionele groepen' zoals milieubeweging en vrouwenbeweging eerst niet en later wel gesubsidieerd werden. Volgens het antwoordformulier zou subsidie in de gepolariseerde jaren zeventig niet hebben gepast en in de consensusjaren tachtig juist wel. Dat is een interessante, maar betwistbare gedachte. Aanvankelijk deed de vraag van subsidie zich nauwelijks voor en hebben we de verklaring van polarisatie dus amper nodig.

En de verklaring van consensus gaat wellicht op voor de genoemde voorbeelden, maar wat doen we met de kraakbeweging? Soms waren de jaren tachtig juist harder dan het voorgaande decennium. De 'herwonnen consensus' was toch vooral economische sanering waarvoor misschien weinig alternatieven bestonden, maar die wel omstreden was. De consensus lijkt me eerder iets van het einde dan van het begin van de jaren tachtig te zijn geweest. Niet alles laat zich in decennia indelen.

Net als Henk te Velde ook zin om je eindexamen te recenseren? Surf naar www.nrc.nl.scholieren en spui je frustratie, verbijstering of vreugde. De origineelste inzending krijgt twee kaartjes voor het Lowlandsfestival.