Er rust geen zegen op Verantwoordingsdag

Vanwege de formatie is er nauwelijks aandacht voor de verantwoording over de rijksbegroting van 2002. En dat terwijl deze een waslijst aan fouten bevat.

Er rust geen zegen op Verantwoordingsdag. Vorig jaar werd `het feest van de democratie' verschoven naar begin juni omdat er op de derde woensdag in mei verkiezingen waren. Het jaar daarvoor was er nauwelijks politieke aandacht. En in 2000, het eerste jaar dat er verantwoording werd afgelegd over de rijksbegroting, strooide de vuurwerkramp in Enschede roet in het eten. Dit jaar dreigt `Woensdag Gehaktdag', zoals de verantwoordingsdag in de Haagse wandelgangen heet, volledig onder te sneeuwen in de formatieperikelen en de vorming van het kabinet CDA, VVD en D66.

De verantwoording over 2002 is de eerste die conform de nieuwe regels voor het begrotingsbeleid is opgesteld. Het hele VBTB-proces (van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording) is weliswaar al in 2000 van start gegaan, maar de eerste begroting die is opgesteld aan de hand van de drie kernvragen van de verantwoording, zag pas in september 2001 het licht. Die vragen (Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag dat kosten?) zijn door de departementen zo goed en zo kwaad als op dat moment mogelijk was, omgezet in concrete beleidsdoelstellingen voor 2002. Vandaag zouden de antwoorden op die vragen gegeven moeten worden (Wat hebben we bereikt, wat hebben we daarvoor gedaan en wat heeft het gekost?).

Vanmiddag om half twee overhandigden demissionair minister Hans Hoogervorst (Financiën, VVD) en Rekenkamer-president Saskia Stuiveling de jaarverslagen en de commentaren daarop aan de Tweede Kamer. Juist vanwege de formatieperikelen en het feit dat de ministers die verantwoording af zouden moeten leggen over 2002 vorig jaar allemaal vertrokken zijn, lijkt `Den Haag' ook dit jaar weer weinig aandacht te hebben voor Gehaktdag. De woede bij de oppositiepartijen over het eind vorige week gepresenteerde regeerakkoord is groter dan de verontwaardiging over het falen van het gevoerde beleid over het laatste jaar van paars.

Goede voornemens de verantwoording aan te grijpen om lessen te trekken voor de toekomst, blijken al jaren tevergeefs. Waar de afgelopen jaren fouten of tegenvallende resultaten in jaarverslagen van bedrijven meerdere malen tot ontslag van bestuurders of het kelderen van beurskoersen leidden, zorgt het politieke jaarverslag vooralsnog niet voor enige opwinding.

En dat terwijl de inhoud van met name de Rekenkamerrapporten op zijn zachtst gezegd interessant mag worden genoemd. De 23 jaarverslagen van de departementen zijn weliswaar bijna allemaal goedgekeurd (alleen VROM en het Diergezondheidsfonds kregen geen goedkeuring), maar er valt nog een hoop te verbeteren bij de overheid. Los van de zeven ernstige onvolkomenheden die de Rekenkamer in de bedrijfsvoering van de departementen constateerde, bevatten de rapporten een waslijst aan fouten en foutjes (zie hieronder).

Hoe erg dit allemaal is? Op zich niet zo erg, gezien het feit dat de jaarverslagen zelf zijn goedgekeurd en het overgrote deel van de overheidsgelden in elk geval rechtmatig wordt besteed. Behalve dan dat de gelegenheid vaak de dief maakt. Hiaten in de uitvoering bij het onterecht verstrekken van vakantiegelden of overwerkvergoedingen, slechte controle op de uitvoering van bouwprojecten, een gebrekkig zicht op Europese geldstromen en slordigheden bij Europese aanbestedingsprocedures, kunnen ambtenaren verleiden die gaten op te zoeken. Momenteel is er echter nog maar weinig bekend over de integriteit van ambtenaren en de mogelijkheden dat permanent in de gaten te houden. Slechts vijf departementen nemen het integriteitsonderzoek mee in hun jaarlijkse controles. De Rekenkamer is inmiddels een onderzoek gestart om de aandacht voor integriteit beter te verankeren.

Het verantwoordingsproces mag dan na drie jaar eindelijk aan zijn eerste `volle rondje' begonnen zijn, volwassen is het proces nog niet. De informatie die de departementen in de begrotingen leveren, sluit nog niet aan op de wensen die de Tweede Kamer heeft. Komend jaar zal de Kamer zelf nog eens goed gaan nadenken welke informatie zij wil hebben. De begroting van 2005 moet dan volledig tegemoet komen aan de wens een toegankelijker, inzichtelijker en beter controleerbaar overheidsbeleid te voeren.

Uit het feit dat voor het eerst in de verantwoordingsgeschiedenis een relletje is ontstaan tussen Hoogervorst en Stuiveling over de definities in de rapporten (Hoogervorst is het niet eens met de kwalificaties van de Rekenkamer over de tekortkomingen), kan wellicht geconcludeerd worden dat de departementen de kritiek van de Rekenkamer serieuzer nemen dan voorheen.